Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4949

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-09-2018
Datum publicatie
19-04-2019
Zaaknummer
23-003729-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging. Beroep op noodweer gehonoreerd. Ontslag van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003729-17

datum uitspraak: 25 september 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 oktober 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-684417-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

11 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 augustus 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Pieter A.V. Heijningestraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal,

 slaan en/of stompen in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of

 schoppen en/of trappen op/tegen/in de richting van voornoemde [slachtoffer] en/of

 in een nekklem houden van voornoemde [slachtoffer] en/of (hierbij) de keel van voornoemde [slachtoffer] dichtknijpen en/of dichtgeknepen houden en/of

 met een kettingslot, althans een hard en/of zwaar en/of puntig voorwerp, op/tegen het hoofd en/of tegen de rug, althans op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] slaan en/of zwaaien en/of

 het duwen van voornoemde [slachtoffer] en/of

 het gedurende de geweldpleging uitschelden van en/of aannemen van een dreigende houding ten opzichte van voornoemde [slachtoffer].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De aangever is met het geweld begonnen. De verdachte kon zich niet aan de situatie onttrekken omdat hij continue werd vastgehouden en mishandeld door de aangever. Hij heeft hierop binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit gereageerd door een houdgreep toe te passen bij de aangever. De verdachte heeft bovendien geen significante bijdrage geleverd aan het openlijk geweld, gepleegd door zijn vrienden. Nu de verdachte zich niet kon distantiëren van het geweld dat zijn vrienden pleegden, kan het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde openlijke geweldpleging, omdat de verdachte deel heeft uitgemaakt van de groep en een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de geweldpleging.

Het hof overweegt als volgt.

Openlijk geweld kan bestaan uit een meer diffuus samenstel van uiteenlopende, tegen een persoon gerichte geweldshandelingen dat plaatsvindt binnen een ongestructureerd, mogelijk spontaan samenwerkingsverband van verschillende personen met een eigen, soms moeilijk doorzichtige dynamiek. In dit geval moet beoordeeld worden of het handelen van de verdachte een voldoende wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde geweld jegens de aangever. Bij deze beoordeling gaat het hof uit van de volgende gang van zaken.

De aangever, een buschauffeur, is uit zijn bus gestapt naar aanleiding van het gedrag van vier personen, die op de rijbaan stonden, te weten [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en de verdachte. Hierop heeft een eerste confrontatie plaatsgevonden tussen de chauffeur en [betrokkene 2]. Tijdens deze confrontatie zag de chauffeur dat [betrokkene 1] bij het bestuurdersraam van de bus zijn hand naar binnen stak en wegrende. De chauffeur, die veronderstelde dat [betrokkene 1] iets had ontvreemd, is achter hem aangegaan. Ook [betrokkene 2] en [betrokkene 3] renden weg. Deze drie waren de chauffeur te snel af, waarop deze de rustig lopende verdachte bij diens bodywarmer heeft vastgepakt en vastgehouden. [betrokkene 2] heeft vervolgens met geweld geprobeerd de verdachte los te krijgen, hetgeen niet lukte. De verdachte hield daarop de chauffeur in een nekklem/houdgreep. In deze situatie, waarin de verdachte en de chauffeur elkaar vasthielden, sloegen en/of trapten [betrokkene 2] en [betrokkene 3] de chauffeur en sloeg [betrokkene 1] hem tenslotte met een groot kettingslot op de rug. De chauffeur heeft verklaard dat hij de verdachte steeds heeft vastgehouden.

Op enig moment wist de verdachte zich los te trekken. De chauffeur heeft een tas van [betrokkene 2] gepakt en is daarmee de bus ingegaan. Tijdens deze derde confrontatie in en rond de bus trachtten de verdachte en [betrokkene 2] de chauffeur te bewegen de tas terug te geven, waarbij de verdachte de chauffeur op verbaal agressieve wijze heeft bejegend.

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de genoemde vier personen, onder wie de verdachte, geweld hebben uitgeoefend jegens de aangever (de chauffeur), door het aanbrengen van een nekklem/houdgreep, het slaan en trappen en het slaan met een kettingslot. De verdachte heeft verklaard dat hij niet heeft gezien dat de drie anderen geweld hebben gepleegd tegen de aangever. Dit laatste acht het hof, voor zover het gaat om de geweldshandelingen van [betrokkene 2] en [betrokkene 3], niet geloofwaardig. Gelet op de situatie en de stills die zich in het dossier bevinden, kan het niet anders dan dat de verdachte heeft gezien of anderszins heeft gemerkt dat [betrokkene 2] en [betrokkene 3] geweld hebben uitgeoefend tegen de aangever. In dat verband is mede van belang dat op momenten tijdens het incident het gezicht van de verdachte in de richting van deze medeverdachten was gericht.

Door desalniettemin de aangever in een nekklem/houdgreep te blijven houden, heeft de verdachte een voldoende wezenlijke bijdrage aan het geweld geleverd om tot een bewezenverklaring van het in vereniging plegen van openlijke geweldpleging te komen.

Dat geldt niet ten aanzien van het slaan met een kettingslot door [betrokkene 1], nu niet met een voor bewezenverklaring vereiste voldoende mate van zekerheid is vast te stellen dat de verdachte dit heeft gezien of anderszins gemerkt. In zoverre zal verdachte worden vrijgesproken.

Hetgeen vervolgens in en rond de bus is gebeurd, getuigt van weinig respect, maar kan naar het oordeel van het hof niet worden aangemerkt als openlijke geweldpleging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 26 augustus 2016 te Amsterdam met anderen op of aan de openbare weg, de Pieter A.V. Heijningestraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het slaan op het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer], het trappen tegen [slachtoffer] en het in een nekklem houden van [slachtoffer].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

De raadsman van verdachte heeft een beroep gedaan op noodweer dan wel noodweerexces. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de aangever met het geweld is begonnen door de verdachte vast te pakken en vast te blijven houden. De verdachte heeft zich daartegen verweerd binnen de grenzen van de proportionaliteit en subsidiariteit.

Het hof verwijst naar de hiervoor reeds vastgestelde feiten.

De aangever heeft de verdachte vastgegrepen en is hem gedurende de geweldpleging door de medeverdachten blijven vasthouden. Dit handelen van de aangever kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding tegen het lijf van de verdachte. Diens handelen, het aanbrengen van een nekklem/houdgreep, was in die situatie geboden en proportioneel. De verdachte kon zichzelf tot op een bepaald moment immers niet aan de greep van de aangever onttrekken. Het beroep op noodweer slaagt derhalve.

Dit leidt tot de slotsom dat het bewezen verklaarde niet strafbaar is en daarom dient de verdachte te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.119,98. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 september 2018.

=========================================================================

proces-verbaal uitspraak

_______________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003729-17

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 25 september 2018.

Tegenwoordig zijn:

mr. H.M.J. Quaedvlieg, raadsheer,

mr. M. Boelens, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.H.A. Paapen, advocaat-generaal.

De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.

De verdachte is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig.

(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:

Tolk is wel / niet aanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal:

De raadsheer spreekt het arrest uit.

De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen)

De verdachte heeft wel / geen afstand gedaan van recht aanwezig te zijn bij de uitspraak. (indien VTE is gedetineerd)

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Het bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.