Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4935

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-04-2018
Datum publicatie
19-04-2019
Zaaknummer
23-005285-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak hennepteelt, diefstal en aanwezig hebben van hennepplanten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-005285-15

Datum uitspraak: 24 april 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 15 december 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-710276-11 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1 primair:
hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2010 tot en met 29 december 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (in de uitoefening van een beroep of bedrijf) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt (in een woning, gelegen op/aan [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 451 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

feit 1 subsidiair:
een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 01 juni 2010 tot en met 29 deceber 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, met elkaar, althans één van hen, (telkens) opzettelijk (in de uitoefening van een beroep of bedrijf) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, (in een woning, gelegen op/aan [adres 2]) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 451 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 01 juni 2010 tot en met 29 december 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemde woning voor de teelt/het kweken en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

feit 2 primair:
hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2010 tot en met 29 december 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning, gelegen op/aan [adres 2]) heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Liander N.V.", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

feit 2 subsidiair:
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 01 juni 2010 tot en met 29 december 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning, gelegen op/aan [adres 2] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Liander N.V.", in elk geval aan een ander of anderen dan aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onderzijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 01 juni 2010 tot en met 29 december 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) die woning en/of de in die woning aanwezige elektriciteitsvoorziening(en) te verhuren en/of ter beschikking te stellen;

feit 3:
hij op of omstreeks 29 december 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 451 hennepplanten, althans een grot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis.

Vrijspraak

Het hof is met de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte onder 1, 2 en 3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Op 29 december 2010 is in de woning op het adres [adres 2] in Hoofddorp een hennepkwekerij aangetroffen. De verdachte heeft op 11 januari 2011 bij de politie verklaard dat deze woning van zijn oom en tante is en dat zij in juni 2010 naar Libanon zijn geëmigreerd. Zijn oom en tante hebben hem als houder van de woning bij de woningbouwvereniging aangegeven. Dit maakt dat hij in beginsel verantwoordelijk is voor hetgeen in die woning plaatsvindt.

De verdachte stelt echter de woning te hebben verhuurd en heeft ten bewijze daarvan tijdens zijn verhoor bij de politie een huurovereenkomst overhandigd met als bijlage een kopie van het paspoort van de huurder, de heer [huurder]. [huurder] heeft op 26 mei 2015 middels een videoverbinding tegenover de rechter-commissaris ontkend dat hij de woning heeft gehuurd. De politie heeft vervolgens geen nader (buurt-)onderzoek verricht naar de mogelijke aan- of afwezigheid van de verdachte in Hoofddorp in de desbetreffende periode.

Daarnaast heeft de verdachte bij de politie verklaard dat hij van 2 november 2010 tot en met 4 december 2010 in Libanon is geweest. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte dit onderbouwd met een afschrift van een overzicht van de door hem gemaakte reizen. Ook met betrekking tot deze reizen heeft geen nader onderzoek plaatsgevonden.

Louter de omstandigheid dat de verdachte houder was van de woning waarin de hennepkwekerij is aangetroffen, is ontoereikend om tot een bewezenverklaring te komen van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Ten aanzien van feit 3

Uit de verklaring van de verdachte bij de politie van 11 januari 2011 blijkt dat hij na de terugkeer van zijn reis naar Libanon, in december 2010, bij de woning langs is geweest omdat sprake was van een huurachterstand. De verdachte heeft verklaard dat hij had gezien dat er gaten in de muur zaten, dat alle meubels uit de woning waren en dat hij wist dat er iets niet klopte. [huurder] had tegen de verdachte gezegd dat hij de muur zou opknappen en weg zou gaan uit de woning en had een week de tijd gevraagd om alles op te knappen. Dit vond de verdachte prima, zolang de woning maar weer opgeknapt zou worden.

De omstandigheid dat de verdachte de huurder in de onderhavige woning heeft aangetroffen zonder dat nog daadwerkelijk sprake was van een woonsituatie, in combinatie met de ‘wetenschap’ dat er ‘iets niet klopte’ is niet toereikend voor het bewijs dat de verdachte hennepplanten aanwezig heeft gehad.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. P.C. Römer en mr. M.E. Hinskens-van Neck, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 april 2018.