Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4888

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-09-2018
Datum publicatie
08-03-2019
Zaaknummer
23-001892-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging vonnis met bespreking bewijsverweer. Verdachte heeft zich opzettelijk schuldig gemaakt aan overtreding gebiedsverbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001892-17

datum uitspraak: 17 september 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 mei 2017 in de strafzaak onder parketnummer

13-701769-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in penitentiaire inrichting huis van bewaring Ter Apel te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

3 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat de bewijsoverwegingen worden vervangen door de navolgende.

Bespreking bewijsverweer

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat niet bewezen kan worden dat de verdachte met opzet het hem opgelegde gebiedsverbod heeft overtreden. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en hij het gebiedsverbod derhalve niet heeft begrepen.

Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Uit de beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 10 september 2013 (doorgenummerde pagina 14) en een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 augustus 2018, blijkt dat de verdachte (in ieder geval) al sinds 1993 in Nederland verblijft. Zijn eerste contacten met justitie in Nederland stammen uit dat jaar. Het verwijderingsbevel is op 28 april 2017 in persoon aan de verdachte uitgereikt, waarbij hem door verbalisant [verbalisant] de strekking is uitgelegd en is meegedeeld dat hij zich vanaf 29 april 2017 gedurende één maand niet in het betreffende gebied mocht bevinden. Bij de uitreiking van het verwijderingsbevel heeft de verdachte gevraagd “Mag ik wel naar het Leidseplein?”. Uit deze reactie van de verdachte en het feit dat hij al zeer lange tijd in Nederland verblijft, leidt het hof af dat de verdachte de Nederlandse taal voldoende machtig is om een bevel zoals dat in de onderhavige zaak aan hem is uitgereikt te kunnen begrijpen.

Het hof is op grond van het voorgaande, anders dan de raadsman, van oordeel dat de verdachte de inhoud van het gebiedsverbod, en wat dat voor hem betekende, heeft begrepen. Nu de verdachte zich – ondanks de bij hem bestaande wetenschap – op 9 mei 2017 in het overlastgebied heeft begeven, acht het hof bewezen dat de verdachte zich opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan overtreding van dit verbod.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. R. Kuiper en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van

mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 september 2018.

mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. M.J. Dubelaar en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]