Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4706

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2018
Datum publicatie
08-01-2019
Zaaknummer
200.238.401/01 NOT
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:TNORAMS:2018:16, Ongegrondverklaring
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenbeslissing. Klacht tegen een notaris. In de kern verwijt klager de notaris dat deze haar zorgplicht heeft geschonden bij het passeren van het testament van erflater en het verlijden van een hypothecaire akte. De notaris had volgens klager nader onderzoek moeten doen naar de wilsbekwaamheid van erflater. De notaris beroept zich (deels) op haar geheimhoudingsplicht.

De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.

Het hof acht zich onvoldoende voorgelicht en benoemt de voorzitter van de Ring als deskundige teneinde een schriftelijk verslag op te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2019-0009
JERF 2019/7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.238.401/01 NOT

nummer eerste aanleg : 638597 / NT 17-76

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 18 december 2018

inzake

[klager] ,

wonend te [plaats] ,

appellant,

gemachtigde: mr. E. van der Wiel, advocaat te Amsterdam,

tegen

mr. [naam] ,

oud-notaris te [plaats] ,

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. H.J. Delhaas, advocaat te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellant (hierna: klager) heeft op 2 mei 2018 een beroepschrift - met bijlage - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 3 april 2018 (ECLI:NL:TNORAMS:2018:16). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) in beide onderdelen ongegrond verklaard.

1.2.

Het hof heeft van klager op 11 juni 2018 een aanvullend beroepschrift ontvangen.

1.3.

De notaris heeft op 18 juli 2018 een verweerschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend.

1.4.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 11 oktober 2018. Klager, vergezeld van zijn gemachtigde, en de notaris, vergezeld van haar gemachtigde, zijn verschenen. Allen hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van klager aan de hand van aan het hof overgelegde pleitaantekeningen. Van de behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Klager heeft tegen de vaststelling van de feiten (op een punt) bezwaar gemaakt. Het hof zal hiermee (voor zover relevant) bij de beoordeling rekening houden. Waar nodig aangevuld met andere feiten die in dit geding zijn gebleken, zijn die feiten de volgende.

3.2.1.

Klager is de zoon uit het eerste huwelijk van de heer [erflater] , geboren op [geboortedag] 1927 (hierna te noemen: erflater). Genoemd huwelijk is door echtscheiding ontbonden. De halfbroer van klager, [halfbroer] (hierna te noemen: de halfbroer), is de zoon uit het tweede huwelijk van erflater, dat eveneens door echtscheiding is ontbonden.

3.2.2.

De notaris heeft op 15 mei 2002, 27 maart 2006, 19 juli 2007 en op 28 maart 2008 testamenten voor erflater verleden.

3.2.3.

Het op 19 juli 2007 door de notaris verleden testament houdt in, voor zover van belang:

“Heden, negentien juli tweeduizend zeven verscheen voor mij, (…)

de heer [erflater] , wonende [adres] , (…)

De comparant verklaarde: (…)

HERROEPING:

Ik herroep alle voor heden door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen.

ONTERVING:

Ik onterf mijn zoon, [klager] , wonende (...) [plaats] (...), geboren te [plaats] op [geboortedag] negentienhonderd zestig, alsmede zijn afstammelingen.

ERFSTELLING:

Ik benoem ik tot mijn enige erfgenaam:

mijn zoon de heer [halfbroer] , wonende [adres] , geboren te [plaats] op [geboortedag] negentienhonderd acht en zeventig.”

3.2.4.

Bij het op 28 maart 2008 door de notaris verleden wijzigingstestament is alleen de persoon van de executeur veranderd; het testament van 19 juli 2007 is voor het overige in stand gebleven.

3.2.5.

De notaris heeft op 24 januari 2008 van de [bank] opdracht gekregen voor het vestigen van een recht van hypotheek voor een bedrag van € 500.000,- op de woning van erflater met erflater als hypotheekgever.

3.2.6.

Op 13 februari 2008 heeft de halfbroer een verzoek tot onderbewindstelling bij de rechtbank [plaats] , sector kanton, ingediend. Dit verzoek houdt in, voor zover van belang:

2. Verzoeker

Naam [halfbroer]

Voornamen [halfbroer]

Straat en huisnummer [adres]

Postcode en plaatsnaam [plaats] (…)

Relatie met de betrokkene zoon (…)

3. Persoon ten behoeve van wie het verzoek wordt gedaan

Naam [erflater]

Voornamen [erflater] (…)

Geboortedatum [geboortedag] 1927

Straat en huisnummer [adres]

Postcode en plaatsnaam [plaats] (…)

5. Verzoek tot ONDERBEWINDSTELLING

5a. Reden voor het verzoek (…)

Betrokkene lijdt aan dementie. Hij is vergeetachtig en gedesoriënteerd. Betrokkene is niet meer in staat zijn financiële belangen zelf en zelfstandig te behartigen.

5b. De onderbewindstelling moet betreffen

I. Alle goederen die aan de betrokkene als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren. (…) Opmerking hof: hierbij is het vakje: NEE aangekruist.

II. Indien u bij I ‘nee’ hebt aangekruist, wilt u dan aangeven welke goederen precies, die aan de betrokkene als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren, onder het bewind dienen te vallen:

Het woonhuis gelegen te [adres] . (…)

8. Kinderen van betrokkene

Naam [halfbroer]

Voornamen [halfbroer]

Straat en huisnummer [adres]

Postcode en plaatsnaam [plaats] (…)”

3.2.7.

De notaris heeft de hypotheekakte waarbij erflater hypotheekgever was op 20 februari 2008 gepasseerd.

3.2.8.

Bij beschikking van de rechtbank [plaats] , sector kanton, van 2 april 2008 is (beperkt) bewind ingesteld. Deze beslissing houdt in, voor zover van belang:

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Aannemelijk is geworden dat de rechthebbende als gevolg van zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.

BESLISSING

De kantonrechter:

1. stelt een bewind in voor wat betreft het aan [erflater] toebehorende pand gelegen te [adres] ;

2. benoemt tot bewindvoerder: mr. [bewindvoerder 1] (…)”

3.2.9.

Klager heeft op 30 september 2008 de rechtbank [plaats] , sector kanton, verzocht om een volledig bewind over de goederen van erflater, welk verzoek op 8 december 2008 is toegewezen.

3.2.10.

Bij beschikking van de rechtbank [plaats] , sector kanton, van 31 maart 2009 is mr. [bewindvoerder 1] uit zijn functie van beperkt bewindvoerder ontslagen en is mr. [bewindvoerder 2] tot opvolgend algeheel bewindvoerder benoemd.

3.2.11.

Erflater is op [sterfdatum] 2012 overleden.

3.2.12.

De notaris heeft bij brief van 30 september 2015 een uittreksel van het testament van 19 juli 2007 en een afschrift van de verklaring van erfrecht en executele aan klager gezonden.

3.2.13.

De gemachtigde van klager heeft op 14 oktober 2015 aan de notaris een brief gezonden. Deze brief houdt in, voor zover van belang:

“(…) Op de datum van onterving van cliënt en al zijn nakomelingen was de heer [erflater] al dement, en moet dat voor een zorgvuldig oplettende notaris duidelijk zijn geweest en ook dat de heer [erflater] niet in staat was om behoorlijk zijn wil te kunnen uiten. Het feit dat [erflater] in zijn tachtigste levensjaar zou willen besluiten tot volledige onterving van zijn eigen zoon en zijn kleinkinderen, ten gunste van de andere zoon ( [halfbroer] ), die bij hem in huis woont had u als waarschuwing moeten beschouwen om extra zorg te besteden aan uw onderzoeksplicht. Dat heeft u duidelijk niet gedaan. U heeft die onderzoeksplicht en de op u rustende zorgvuldigheidsverplichting geschonden.

Slechts een half jaar later vraagt de begunstigde bij testament, [halfbroer] , bij de rechtbank om de gemeenschappelijke vader, althans voor zover het het pand aan de [adres] betreft om de erflater onder bewind te stellen (…).

De rechtbank doet uitspraak (dus zonder cliënt gehoord te hebben) en willigt het verzoek in. Dit geschiedt op 2 april 2008. Op dat moment heeft dus ook de rechtbank reeds vastgesteld dat er aan de eisen van bewindvoerderschap voldaan is. Desondanks passeert u op 28 maart 2008, derhalve vier dagen daarvoor, wanneer voor de rechtbank de wilsonbekwaamheid van erflater al lang vast staat een wijzigingstestament.

En een maand daarvoor op 20 februari 2008, wanneer dat verzoek van [halfbroer] al op 13 februari 2008 bij de rechtbank was ingediend, passeert u een hypothecaire akte waarbij erflater, die op dat moment inmiddels 81 jaar is, een geldlening aangaat voor € 500.000,-.

Ook op dat moment voldoet u wederom niet aan de verplichtingen die de wet aan het notarisambt stelt. De heer [erflater] was op dat moment allang niet meer compos mentis. Cliënt weet op dat moment van dit alles niets, maar komt er achter, via de broer van zijn vader, dat zijn vader uit diens huis is gehaald en op een onbekende verblijfplaats is gehuisvest (naar later blijkt in een bescheiden appartement in [plaats] ).

Dit blijkt cliënt na 2 april 2008, zijnde de datum van de beschikking van de rechtbank tot instelling van een bewind. (…)

Cliënt houd u onverkort aansprakelijk voor alle directe en indirecte schade die hij leidt als gevolg van bovenstaande tekortkomingen. Die schade is het gevolg van uw onrechtmatig handelen jegens hem. (...)”

3.2.14.

De notaris heeft de gemachtigde bij brief van 22 oktober 2015 geantwoord. Deze brief houdt in, voor zover van belang:

“De heer [erflater] was een vaste relatie van mijn kantoor.

Als advocaat betrok hij mij regelmatig bij notariële kwesties in zijn praktijk.

Ook verleende ik notariële diensten voor hem persoonlijk.

Hij kwam altijd alleen en met zijn auto, die hij zelf bestuurde, naar mijn kantoor (...).

Het was een krasse oude man die tot op hoge leeftijd zijn vak uitoefende.

Ik kwam hem ook af en toe tegen bij het toenmalige postkantoor (…) waar wij allebei een postbus hadden. Wij maakten dan een praatje met elkaar.

Hij vertelde mij ook wel over zijn privé omstandigheden en nam mij in vertrouwen.

Inderdaad heb ik op 19 juli 2007 zijn testament gepasseerd. Hij was toen helder van geest en wist precies wat hij wilde. (...)

Een tijd later kwam hij tot de conclusie dat hij liever een andere persoon tot executeur wilde benoemen en ik passeerde daarom op 28 maart 2008 een wijzigings-testament. Daarbij bleef het testament van 19 juli 2007 in stand, alleen de persoon van de executeur werd veranderd. (...)

Dat de bezittingen/schulden van de heer [erflater] onder bewind hadden gestaan werd mij pas NA zijn overlijden duidelijk. (...)

In 2008 heeft de heer [erflater] de hypothecaire lening op zijn huis verhoogd. (…)

Mij is niet gebleken van wilsonbekwaamheid van de heer [erflater] . Hij was helder en vertelde mij de redenen waarom hij zijn huis ging herfinancieren.

In uw brief geeft u aan dat er een of meerdere procedures hebben gelopen om het vermogen van de heer [erflater] onder bewind te stellen. Daarvan was ik NIET op de hoogte. (…) In 2007/8 was er ook geen mogelijkheid om te weten te komen of er bewind over een vermogen is uitgesproken. Laat staan dat bekend is dat een dergelijke procedure loopt. (…)

Ik heb steeds met een, weliswaar oude, maar heldere man akten gepasseerd.

Mij is ook niet duidelijk wat uw cliënt voor schade heeft en waarvoor u mij precies aansprakelijk stelt.

Ik heb de nalatenschap niet in behandeling gehad.

Nadat de erfgenaam de nalatenschap beneficiair had aanvaard heb ik de Verklaring van Erfrecht en Executele opgemaakt en afgegeven aan de executeur. (…)”

4 Standpunt van klager

4.1.

Het verwijt dat klager de notaris maakt bestaat uit de navolgende onderdelen.

a. De notaris heeft haar zorgplicht geschonden bij het passeren van het testament van erflater op 19 juli 2007. De notaris had moeten twijfelen aan de wils(on)bekwaamheid van erflater en nader onderzoek moeten doen.

De notaris heeft het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van de notariële dienstverlening 2006 (hierna te noemen: het Stappenplan) ten onrechte niet toegepast. Indien zij dat wel zou hebben doorlopen, dan had de notaris tot de conclusie kunnen en moeten komen dat erflater op de datum van het verlijden van het testament (waarschijnlijk) dement was, en in ieder geval niet in staat kon worden geacht zijn wil te vormen.

b. De notaris heeft bovendien haar zorgplicht geschonden bij het verlijden van de hypothecaire akte voor erflater op 20 februari 2008. Zij had ook op deze datum moeten twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflater en nader onderzoek moeten doen, hetgeen zij niet heeft gedaan.

4.2.

Klager heeft bij de kamer aan zijn klachten het volgende ten grondslag gelegd.

4.2.1.

Op 19 september 2015 is klager - na een schrijven van de Belastingdienst, waarbij hij als erfgenaam werd aangeschreven om waterschapsbelasting 2013 ten laste van erflater te betalen - erachter gekomen dat zijn vader, erflater, was overleden.

Klager had vanaf 2007 zeer moeizaam contact met erflater, omdat hij door zijn - bij erflater inwonende - halfbroer werd weggehouden van erflater. Tijdens de sporadische telefoongesprekken met erflater heeft klager geconstateerd dat erflater zeer verward was en derhalve waarschijnlijk volledig dement.

De halfbroer van klager heeft een verzoek tot onderbewindstelling bij de rechtbank ingediend op 14 februari 2008. Klager gaat er van uit dat op de datum van het verlijden van het testament de verschijnselen van dementie daarom eenvoudig vast te stellen moeten zijn geweest voor de notaris en dat zij nooit haar medewerking daaraan had mogen verlenen.

Klager wijst daarnaast op de hoge leeftijd van erflater, het feit dat de halfbroer bij erflater in huis woonde, het beheer van de financiële administratie van erflater door de halfbroer en het plotselinge besluit tot onterving van klager ten gunste van de halfbroer. Al deze feiten hadden aanleiding moeten zijn voor een nader en grondig onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater en naar de vraag of erflater wel begreep wat een volledige onterving zou inhouden.

Daarmee heeft de notaris gehandeld in strijd met artikel 21 lid 1 jo lid 2 Wna.

4.2.2.

Erflater was op dat moment hoogbejaard en had geen enkel belang bij een hypothecaire lening op de woning. Bovendien was hij betrokken in een rechtbankprocedure, die zag op onderbewindstelling vanwege dementie. Ook ten aanzien van het verlijden van deze akte heeft de notaris gehandeld in strijd met artikel 21 lid 1 jo lid 2 Wna met schade voor klager als gevolg.

4.3.

In hoger beroep heeft klager ter onderbouwing van zijn klachten daarnaast nog het volgende aangevoerd. In het testament is een - volgens klager cruciale - fout blijven staan, te weten “Ik benoem ik”. Ook dit wijst er op dat erflater, een voormalig advocaat, geestelijk niet meer in goede doen was. Klager betwist dat er überhaupt een gesprek tussen de notaris en erflater heeft plaatsgevonden over de wijziging van het testament en de onterving van klager; volgens klager heeft slechts een secretaresse het testament opgesteld en niet de notaris.

Bovendien had de notaris volgens klager op grond van de Novitaris-jurisprudentie geen medewerking mogen verlenen zonder nader onderzoek omdat klager door het verlijden van de akten in grote mate benadeeld werd.

5 Standpunt van de notaris

5.1.

De notaris heeft bij de kamer het volgende verweer gevoerd.

5.1.1.

Het testament van 19 juli 2007 betrof een aanpassing van een eerder gepasseerd testament van 27 maart 2006. De notaris heeft daartoe op 2 juli 2007 een bespreking met erflater op haar kantoor gevoerd en op 6 juli 2007 heeft zij een concept met begeleidende brief naar erflater gezonden. Vervolgens is telefonisch de passeerafspraak gemaakt. De notaris kende erflater niet alleen zakelijk maar ook persoonlijk. De notaris heeft in totaal vier maal een testament voor erflater verleden, namelijk op 15 mei 2002, 27 maart 2006, 19 juli 2007 en op 28 maart 2008. De testamenten van 27 maart 2006 en 19 juli 2007 houden een bijzondere consistentie in, waarvan zij - gezien haar beroepsgeheim - niets mag prijsgeven.

De notaris heeft met erflater de redenen besproken waarom hij klager niets wilde nalaten. Ook de inhoud van deze gesprekken kan de notaris niet bekendmaken in verband met haar beroepsgeheim.

De notaris heeft erflater altijd als helder en duidelijk formulerend meegemaakt. Er was voor haar geen enkele reden aan zijn verstandelijke vermogens te twijfelen. Derhalve was er ook geen noodzaak het Stappenplan te volgen. Uit de door klager gestelde feiten blijkt helemaal niet dat erflater op 19 juli 2007 dement was. Er is ook geen medische rapportage overgelegd.

Indien een testateur gebruik wenst te maken van zijn recht tot onterven van een kind, is dat voor een notaris geen reden tot onderzoek naar de geestelijke gesteldheid van de testateur, aldus de notaris.

Tijdens de twee gesprekken die de notaris met (uitsluitend) erflater heeft gevoerd, is ondanks de hoge leeftijd van erflater bij de notaris geen enkele twijfel ontstaan over diens wilsbekwaamheid. Erflater was duidelijk en consistent in zijn wensen en zijn wensen kenden een duidelijke grondslag.

De notaris heeft het door de halfbroer van klager ingevulde aanvraagformulier Bewind d.d. 13 februari 2008 niet eerder dan in deze procedure gezien. Aangezien daarin geen algehele onderbewindstelling en mentorschap is gevraagd, gaat de notaris er van uit dat erflater kennelijk wel in staat was zijn overige financiële belangen te behartigen en te beslissen over zijn medische zorg. Als gevolg van de beperkte onderbewindstelling wordt deze persoon weliswaar handelingsonbekwaam ten aanzien van die goederen, maar dat wil niet zeggen ook automatisch wilsonbekwaam, aldus de notaris.

Ook kent de notaris de documenten niet waarmee klager het bewind over alle goederen van erflater op 30 september 2008 bij de rechtbank heeft aangevraagd.

5.1.2.

Ten aanzien van de op 20 februari 2008 gevestigde hypotheek heeft de notaris aangevoerd dat zij pas op 24 januari 2008 de opdracht daartoe van de [bank] had ontvangen. In het - op laatstgenoemde datum aangemaakte - dossier heeft de notaris een kopie gevonden van de door erflater op 23 januari 2008 voor akkoord getekende offerte van de [bank] d.d. 18 januari 2008. De notaris is bij de totstandkoming van de financiering niet betrokken geweest. De notaris was ten tijde van het verlijden van de hypothecaire akte ook niet op de hoogte van het doen en laten van de halfbroer. Erflater heeft de notaris tevoren telefonisch en vervolgens bij het passeren van de akte op 20 februari 2008 de redenen verteld waarom hij de hypotheek op zijn huis wilde verhogen. Dat waren hele normale en legitieme redenen. Erflater was helder van geest. De notaris is, gezien haar beroepsgeheim, wederom niet vrij over zijn redenen te communiceren.

5.2.

In hoger beroep heeft de notaris haar verweer gehandhaafd. Daarnaast heeft zij nog het volgende aangevoerd. De notaris heeft een brief van erflater van 8 juni 2007 ontvangen met de strekking dat hij het testament van 27 maart 2006 wilde aanpassen. De notaris heeft op 13 juni 2007 een brief naar de postbus van erflater gezonden, waarna erflater telefonisch contact heeft opgenomen en brieven van 7 en 8 juni 2007 (opnieuw) heeft toegezonden. De bespreking met erflater op 2 juli 2007 heeft ongeveer vijfendertig minuten geduurd, waarbij zij alleen met erflater heeft gesproken. Na toezending van het concepttestament met begeleidende brief, heeft erflater telefonisch een afspraak gemaakt om het testament te passeren.

Erflater is beide keren alleen met zijn eigen auto naar de notaris gekomen.

Het is de notaris in haar contacten met erflater niet opgevallen dat erflater geestelijk achteruit zou zijn gegaan.

De notaris was er niet mee bekend dat erflater niet zelfstandig woonde en dat zijn administratie door de halfbroer werd gedaan. Dat hij niet zelfstandig woonde staat naar het oordeel van de notaris ook niet vast. Volgens haar was sprake van twee adressen.

5.3.

De notaris heeft over de inhoud van de testamenten, van de correspondentie en van de dossieraantekeningen met betrekking tot de testamenten en de hypothecaire akte geen uitlatingen gedaan omdat dat haar vanwege haar geheimhoudingsplicht niet vrijstaat. De inhoud van de testamenten is volgens de notaris echter wel van belang voor de beoordeling van de klacht. De notaris heeft het hof aangeboden om onder instandhouding van haar geheimhoudingsplicht kennis te nemen van (de dossiers met betrekking tot) de testamenten en het dossier van de hypothecaire akte inclusief haar aantekeningen indien het hof dat noodzakelijk acht voor de beoordeling van de klacht.

6 Beoordeling

6.1.

Ter beoordeling aan het hof ligt de vraag voor of de notaris voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater bij het opstellen en passeren van het testament van 19 juli 2007 en bij het passeren van de hypothecaire akte op 20 februari 2008.

6.2.

Het hof acht zich thans onvoldoende voorgelicht. Naar het oordeel van het hof dient het hof voor de beoordeling van de klacht te weten wat de wijzigingen zijn in het voorlaatste testament van 19 juli 2007 ten opzichte van het daarin herroepen testament van 27 maart 2006. Het hof acht deze informatie van belang gezien de mededeling van de notaris dat in het testament van 19 juli 2007 geen ingrijpende wijziging heeft plaatsgevonden en dat sprake is van een bijzondere consistentie tussen beide testamenten. Voorts acht het hof van belang om te weten of de notaris met erflater de redenen heeft besproken om klager te onterven en de redenen om de hypothecaire lening aan te gaan en of deze laatste redenen naar algemene maatschappelijke maatstaven normaal en verklaarbaar te noemen zijn, mede gezien de leeftijd van erflater destijds, gelet op de mededelingen van de notaris daaromtrent en de betwisting door klager. De notaris beroept zich weliswaar terecht op haar geheimhoudingsplicht daar waar zij geen uitlatingen heeft gedaan over de inhoud van de testamenten en de beweegredenen van erflater, maar die plicht mag niet tot gevolg hebben dat eventuele fouten van de notaris worden gemaskeerd.

Om te kunnen beoordelen of daarvan sprake is zal een onafhankelijk persoon die eveneens de geheimhoudingsplicht dient na te leven, inzage moeten verkrijgen. Het hof zal dan ook bepalen dat de voorzitter van de Ring Amsterdam in het arrondissement Amsterdam, mr. A.A. van Rhee, tot deskundige zal worden benoemd, dat de notaris de deskundige inzage zal geven in de testamenten en dossiers van erflater en dat de deskundige de door het hof in het dictum te stellen vragen op grond daarvan zal beantwoorden.

6.3.

Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

7 Beslissing

Het hof:

alvorens nader te beslissen:

- beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

Wat zijn de wijzigingen in het voorlaatste testament van 19 juli 2007 ten opzichte van het daarin herroepen testament van 27 maart 2006?

Heeft de notaris met erflater de redenen besproken om klager te onterven?

Heeft de notaris met erflater de redenen besproken om de hypothecaire lening aan te gaan en zijn deze laatste redenen naar algemene maatschappelijke maatstaven normaal en verklaarbaar te noemen, mede gezien de leeftijd van erflater destijds?

Treft de deskundige in het dossier van de notaris nog andere relevante stukken aan, dan wel voor de beoordeling van de gang van zaken relevante aspecten?

- benoemt tot deskundige mr. A.A. van Rhee, voorzitter van de Ring Amsterdam in het arrondissement Amsterdam;

- bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beslissing aan de deskundige zal toezenden;

- verzoekt de deskundige een schriftelijk verslag toe te zenden aan het hof vóór 1 maart 2019;

- bepaalt dat de notaris aan de deskundige volledige inzage verleent in de testamenten en de dossiers van erflater die betrekking hebben op de testamenten en de hypothecaire akte;

- stelt klager in de gelegenheid binnen zes weken schriftelijk op het verslag te reageren, met afschrift aan de notaris;

- stelt de notaris in de gelegenheid vervolgens binnen zes weken schriftelijk te reageren, met afschrift aan klager;

- bepaalt dat een nieuwe mondelinge behandeling zal worden gehouden indien een van partijen daarom verzoekt;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, H.T. van der Meer en A.H.N. Stollenwerck en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2018 door de rolraadsheer.