Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4629

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-09-2018
Datum publicatie
20-03-2019
Zaaknummer
23-001128-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens handel in harddrugs, voorhanden hebben van munitie, opzetheling van diverse goederen (waaronder navigatiesystemen en autoradio's) en witwassen van diverse goederen (waaronder een Porsche Boxter, een geldbedrag, horloges etc.)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001128-14

datum uitspraak: 7 september 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 maart 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-524477-09 tegen

[naam 1] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep ten aanzien van het onder feit 3 ten laste gelegde en ten aanzien van het onder feit 6 cumulatief ten laste gelegde witwassen van een geldbedrag van € 51.910,00

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 is ten laste gelegd. Ook is hij vrijgesproken van het aan hem onder 6 cumulatief ten laste gelegde witwassen van een geldbedrag van € 51.910,00. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen deze vrijspraken. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 januari 2017 en 24 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, Sv, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, dat:

1.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2008 tot en met 14 juli 2009 te Huizen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht of afgeleverd of verstrekt aan

- a) [naam 2] en/of

- b) [naam 3] en/of

- c) [naam 4] en/of

- d) [naam 5] en/of

- e) [naam 6] en/of

- f) een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en)

of (telkens) vervoerd,

- a) (ongeveer) 0,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of (ongeveer) tien pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methadon, in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

- b) (ongeveer) 0,36 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of (ongeveer) 2 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methadon in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

- c, d, e, f) een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende methadon, in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.
hij op of omstreeks 14 juli 2009 te Huizen opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 16,98 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of (ongeveer) 5,16 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of (ongeveer) 1360 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methadon, in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.
hij op of omstreeks 14 juli 2009 te Huizen voorhanden heeft gehad 54, in elk geval een of meerdere patro(o)n(en) (9 mm, Luger), in elk geval een munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van Categorie III;

5.
hij op of omstreeks 14 juli 2009 te Huizen, in elk geval in Nederland, een of meerdere navigatiesyste(e)m(en) (te weten

-merk Tomtom, type One XL en/of

-merk Tomtom, type one, serienummer Y5417G18159 en/of

-merk Tomtom, type XP en/of

-merk Tomtom, serienummer M12175D00480) en/of

-merk Mio, type digi walker en/of

-merk Tomtom, serienummer Z13237H02629 en/of

-merk HP Ipag, serienummer 2CK6220JJ7C en/of

-merk LG, type Navtec onboard, serienummer X11-15302 en/of

-merk Mio, type digi walker, serienummer B1X75M09922 en/of

-merk, Mio, type digi walker, serienummer V01M6511790) en/of

een autoradio (merk Pioneer, type Deh-P6000) en/of

een zonnebril (merk Ray-ban) en/of

een palmtop (merk HP, type 7155)

heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

6.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 15 juli 2009, te Huizen, althans in Nederland, een of meerdere voorwerp(en), te weten

- een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 1.350 euro en/of

- een auto (Porsche Boxter met kenteken [kenteken 1]) en/of

- een auto (Chevrolet met kenteken [kenteken 2]) en/of

- een fotocamera (Canon Ixus9501s) en/of

- een Ipod (Apple) en/of een videocamera (Aiptek) en/of

- een of meerdere zonnebril(len) (Ray-Ban en/of Prada en/of Sahator Ferragamo en/of Ralph Lauren en/of Diesel en/of Nike en/of Space en/of Hugo Boss en/of Calvin Klein en/of Polo en/of Cartier en/of Esprit en/of Versace en/of Gucci en/of Tommy Hilfiger en/of Sergio Tacchini en/of Dior en/of Dolce en Gabanna) en/of

- een of meerdere horloge(s) (Quartz en/of Ellese en/of Tissot en/of Cuezz en/of Oozoo en/of Jacob Jensen en/of Davis en/of Raymond Weil en/of Time en/of Adidas en/of Paco Rabana Paco en/of Breitling en/of Wrangler) en/of

- een of meerdere navigatiesystemen (Tomtom en/of Vdo en/of Mio en/of LG en/of Philips) en/of

- een of meerdere autoradio('s) (Kenwood en/of Daewoo en/of

- een of meerdere PDA('s) (Acer en/of HP en/of Fujitsu en/of Typhoon),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een of meerdere voorwerp(en), te weten

- een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 1.350 euro en/of

- een auto (Porsche Boxter met kenteken [kenteken 1]) en/of

- een auto (Chevrolet met kenteken [kenteken 2]) en/of

- een fotocamera (Canon Ixus9501s) en/of

- een Ipod (Apple) en/of een videocamera (Aiptek) en/of

- een of meerdere zonnebril(len) (Ray-Ban en/of Prada en/of Sahator Ferragamo en/of Ralph Lauren en/of Diesel en/of Nike en/of Space en/of Hugo Boss en/of Calvin Klein en/of Polo en/of Cartier en/of Esprit en/of Versace en/of Gucci en/of Tommy Hilfiger en/of Sergio Tacchini en/of Dior en/of Dolce en Gabanna) en/of

- een of meerdere horloge(s) (Quartz en/of Ellese en/of Tissot en/of Cuezz en/of Oozoo en/of Jacob Jensen en/of Davis en/of Raymond Weil en/of Time en/of Adidas en/of Paco Rabana Paco en/of Breitling en/of Wrangler) en/of

- een of meerdere navigatiesystemen (Tomtom en/of Vdo en/of Mio en/of LG en/of Philips) en/of

- een of meerdere autoradio('s) (Kenwood en/of Daewoo en/of

- een of meerdere PDA('s) (Acer en/of HP en/of Fujitsu en/of Typhoon),

gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewijsoverwegingen

Algemene opmerking ten aanzien van feit 5 en feit 6.

De bewezenverklaring van de voorwerpen onder feit 6 ziet op de goederen voor zover deze niet zijn bewezenverklaard onder feit 5.

Ten aanzien van feit 6, gedachtestreepje: een auto (Chevrolet met kenteken [kenteken 2])

Met de raadsman en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet is gebleken dat de Chevrolet afkomstig is uit enig misdrijf of is bekostigd met opbrengsten uit enig misdrijf. De auto stond sinds 2000 op naam van de verdachte en meer in het bijzonder is niet gebleken dat het geld dat de verdachte heeft verdiend met de handel in drugs is gebruikt om de Chevrolet aan te schaffen. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van witwassen van de Chevrolet.

Ten aanzien van feit 6, gedachtestreepje: een auto (Porsche Boxter met kenteken [kenteken 1])

Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien deze omstandigheid zich voordoet, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de goederen in zijn bezit. Die verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.

Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij pas in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde eisen voldoet.

Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte af te leiden, alternatieve herkomst van het geld en de goederen. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de goederen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Vermoeden van witwassen

Bij de verdachte is een geldbedrag van € 1.350,00 en een grote hoeveelheid luxe voorwerpen in beslag genomen, waaronder een Porsche Boxter. De verdachte ontving in die periode een (geringe) uitkering. Hij heeft betoogd dat hij legale inkomsten heeft verkregen in de autohandel, maar van deze handel is niets gebleken. Dit rechtvaardigt de conclusie dat de verdachte over onvoldoende legale inkomsten beschikte om de Porsche Boxter ter waarde van € 18.000,00 aan te schaffen. Dat realiseert de verdachte zich kennelijk ook, want volgens hem is de auto van zijn vrouw en dochter en is deze door hen gefinancierd.

Over deze financiering hebben de vrouw en de dochter van de verdachte verklaard dat zij geld aan hem hebben gegeven, zodat hij de Porsche voor hen kon aanschaffen. Echter maken de verklaringen van zijn vrouw en dochter de legale herkomst niet aannemelijk. De verklaringen komen op belangrijke punten niet overeen. Zo verklaart de dochter dat zij eerst bij de auto zijn gaan kijken terwijl de vrouw van de verdachte verklaart dat zij de auto niet eerst gezien heeft voordat zij het geld aan de verdachte heeft gegeven. Voorts blijkt uit de jaarstukken van de kapperszaak van de vrouw van de verdachte dat, gelet op de hoogte van de winst, het niet voor de hand ligt dat een bedrag ter hoogte van € 12.000,00- wordt besteed aan een auto. Overigens wisselen de verklaringen ook op dat punt. Volgens de vrouw van de verdachte heeft zij hem € 7.000,00 uit de kas gegeven en € 6.000,00 euro die zij van haar dochter had ontvangen. Later zou zij hem nog eens € 5.000,00 hebben gegeven, welk geld zij contant hebben gekregen door de verkoop van haar Kia. Dat laatste is evenwel met geen enkel document onderbouwd, noch heeft de verdachte daarover verklaard.

De dochter heeft verklaard dat zij de € 6.000,00 zélf aan haar vader heeft overhandigd, terwijl de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij van zijn vrouw € 8.000,00 heeft gekregen. Dát bedrag heeft de verdachte volgens zijn eigen verklaring op zijn rekening gestort, vanwaar vervolgens € 12.000,00 naar de verkoper is overgeboekt. Dat zou overigens betekenen dat ook de verdachte heeft meebetaald aan de auto, namelijk een bedrag van € 4.000,00.

De dochter van de verdachte heeft tenslotte verklaard dat zij € 6.000,00 van haar spaargeld heeft bijgelegd voor de auto. Blijkens haar verklaring – dat zij geld van haar opa en oma heeft gekregen en heeft gespaard – zou het enige tijd hebben gekost om het geld bij elkaar te sparen. Echter blijkt er uit haar bankafschriften dat zij na de aanschaf van de auto in zeer korte tijd ruim € 6.000,00 stort op haar rekening, het binnen drie maanden ‘terug sparen’ van een dergelijk bedrag is niet aannemelijk. Dit doet het hof dan ook ernstig twijfelen aan de geloofwaardigheid van de door haar afgelegde verklaring.

Het hof acht het, ondanks de geleverde verklaringen voor de herkomst van het geld voor de aanschaf van de Porsche, niet aannemelijk gemaakt dat de Porsche is aangeschaft uit legale middelen. Gelet op de overige bewezenverklaarde feiten en alle bovenstaande feiten – in onderling verband en samenhang bezien – is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de Porsche (en de overige in de bewezenverklaring opgenomen voorwerpen) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig zijn uit enig misdrijf en dat de verdachte daarvan op de hoogte was.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij in de periode van 1 februari 2009 tot en met 14 juli 2009 te Huizen (telkens) opzettelijk heeft verkocht aan

- [naam 3] en

- [naam 4] en

- [naam 5] en

- [naam 6] en

- meerdere onbekend gebleven personen,

een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne;

2.
hij op 14 juli 2009 te Huizen opzettelijk aanwezig heeft gehad 16,98 gram van een materiaal bevattende heroïne en 5,16 gram van een materiaal bevattende cocaïne en 1360 pillen van een materiaal bevattende methadon;


4.
hij op 14 juli 2009 te Huizen voorhanden heeft gehad 54 patronen (9 mm), zijnde munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van Categorie III;

5.
hij op 14 juli 2009 te Huizen, navigatiesystemen te weten

-merk Tomtom, type One XL en

-merk Tomtom, type one, serienummer Y5417G18159 en

-merk Tomtom, type XP en

-merk Tomtom, serienummer M12175D00480) en

-merk Mio, type digi walker en

-merk Tomtom, serienummer Z13237H02629 en

-merk HP Ipag, serienummer 2CK6220JJ7C en

-merk LG, type Navtec onboard, serienummer X11-15302 en

-merk Mio, type digi walker, serienummer B1X75M09922 en

-merk, Mio, type digi walker, serienummer V01M6511790) en

een autoradio (merk Pioneer, type Deh-P6000) en

een zonnebril (merk Ray-ban) en

een palmtop (merk HP, type 7155)

voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

6.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 15 juli 2009, te Huizen, althans in Nederland, een of meerdere voorwerp(en), te weten

- een geldbedrag van in totaal 1.350 euro en

- een auto (Porsche Boxter met kenteken [kenteken 1]) en

- een fotocamera (Canon Ixus9501s) en

- een Ipod (Apple) en een videocamera (Aiptek) en

- meerdere zonnebrillen en

- meerdere horloges en

- meerdere navigatiesystemen en

- meerdere autoradio’s en

- meerdere PDA’s

voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Hetgeen onder 1, 2, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde onder 6, ten aanzien van het geldbedrag € 1.350,00

Uit het arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2010 (LJN BM4440) volgt dat indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als (schuld) witwassen kan worden gekwalificeerd.

In het onderhavige geval is in een dressoir in het huis van de verdachte een envelop met een geldbedrag van € 1.350,00 in kleine coupures aangetroffen, waar zich ook drugs en andere daaraan gerelateerde zaken bevonden. Het hof is van oordeel dat het enkele voorhanden hebben van het genoemde geldbedrag op de wijze zoals voormeld niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die voorwerpen. Daarom kan het gedachtestreepje ten aanzien van het geldbedrag ter hoogte van € 1.350,00 bewezenverklaarde niet als witwassen worden gekwalificeerd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod,

meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

Opzetheling, meermalen gepleegd.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

Witwassen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder de feiten 1, 2, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder de feiten 1, 2, 4, 5, en 6 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep (primair) verzocht geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan de duur van het voorarrest (twee dagen), een taakstraf en een forse voorwaardelijke straf op te leggen. Hiertoe heeft hij onder meer aangevoerd dat er sprake is van een zeer grove overschrijding van de redelijke termijn en dat de verdachte sinds 2009 geen enkel contact meer heeft gehad met politie en justitie.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van verdovende middelen en het opzettelijk verkopen van heroïne. Heroïne levert een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid op. Daarnaast is het gebruik van verdovende middelen bezwarend voor de samenleving, onder meer vanwege de daarmee gepaard gaande door verslaafden gepleegde criminaliteit. Buiten deze drugs gerelateerde feiten heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan heling van diverse luxe voorwerpen, waaronder een zeer groot aantal navigatiesystemen. Daarmee heeft hij geprofiteerd van diefstal. De verdachte heeft hierdoor bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt van door misdrijf verkregen voorwerpen. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een grote hoeveelheid voorwerpen. Met zijn handelen heeft de verdachte door misdrijf verkregen voorwerpen aan het zicht van de justitiële autoriteiten onttrokken en dit een schijnbaar legale herkomst verschaft. Door dergelijke constructies wordt het vertrouwen in de integriteit van het financiële en economische verkeer geschaad. Ten slotte heeft de verdachte 54 patronen voorhanden gehad, hetgeen een gevaarzettend karakter voor de veiligheid van personen oplevert. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 augustus 2018 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld wegens overtreding van de Opiumwet.

Het hof overweegt met betrekking tot de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) het volgende. Voorop staat dat in art. 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van de zaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Als daarna hoger beroep volgt geldt in beginsel ook dat binnen twee jaren – na het instellen van het hoger beroep – een eindarrest dient te worden gewezen.

De verdachte is op 14 juli 2009 in verzekering gesteld. Vanaf dat moment kon de verdachte verwachten dat tegen hem strafvervolging zou worden ingesteld en is de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn gaan lopen. De rechtbank heeft vervolgens op 5 maart 2014 vonnis gewezen.

Het hof doet op 7 september 2018 uitspraak. Het hof constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is geschonden. Tussen de inverzekeringstelling van de verdachte op 14 juli 2009 en de datum van het vonnis in eerste aanleg 5 maart 2014 zijn meer dan twee jaren verstreken.

Ook in hoger beroep is sprake van overschrijding van de redelijke termijn, aangezien het hof op

7 september 2018 arrest wijst.

De totale rechtsgang heeft daarmee negen jaren en bijna twee maanden in beslag genomen. Het hof zal bij de strafoplegging rekening houden met een overschrijding van de redelijke termijn van vijf jaren en twee maanden.

Alles afwegende vindt het hof in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, de gehele strafprocedure in aanmerking genomen, het feit dat de verdachte een positieve wending aan zijn leven heeft gegeven doordat hij inmiddels is afgekickt van de drugs en de omstandigheid dat hij sinds 2009 geen contact (meer) heeft gehad met politie of justitie, zal het hof in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 416 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 ten laste gelegde en van het onder 6 inzake het geld tot een bedrag van € 51.910,00 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 6 bewezenverklaarde gedachtestreepje ten aanzien van het geldbedrag € 1.350 niet

strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

Verklaart het onder 1, 2, 4, 5 en 6 (overige) bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van mr. C. de Beer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 september 2018.

mr. J.D.L. Nuis is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.