Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4623

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-08-2018
Datum publicatie
15-03-2019
Zaaknummer
23-003842-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Niet met een voor een strafrechtelijke bewezenverklaring voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte de aangever met een mes heeft gestoken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003842-17

Datum uitspraak: 22 augustus 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 oktober 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-659202-16 tegen

[naam] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 7 mei 2016 in de gemeente Diemen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, althans deze [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, één of meermalen met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (met kracht) heeft gestoken in de epigastrio en/of rechterflank, in elk geval in het lichaam, van voornoemde [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:
hij op of omstreeks 7 mei 2016 in de gemeente Diemen, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld, immers heeft hij één of meermalen met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (met kracht) gestoken in de epigastrio en/of rechterflank, in elk geval in het lichaam, van voornoemde [slachtoffer], waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Het hof is in aansluiting op hetgeen door de advocaat-generaal en de raadsvrouw naar voren is gebracht, van oordeel dat niet met een voor een strafrechtelijke bewezenverklaring voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte aangever [slachtoffer] met een mes heeft gestoken. Derhalve is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. S. Clement en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. C. de Beer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 augustus 2018.