Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4598

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-12-2018
Datum publicatie
17-12-2018
Zaaknummer
23-000572-18
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:496, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belediging ambtenaar in functie. Verwerping verweer verdachte dat hij niet wist dat de door hem gezongen leus ‘A.C.A.B.’ beledigend was. Het hof acht dat niet geloofwaardig en is van oordeel dat de betekenis van A.C.A.B., te weten: “All Cops Are Bastards”, op de bewezenverklaarde datum een feit van algemene bekendheid was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000572-18

datum uitspraak: 11 december 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer
13-244741-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
27 november 2018.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 13 april 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk een of meerdere ambtena(a)r(en), [verbalisant 1], hoofdagent bij Politie Eenheid Amsterdam, en/of [verbalisant 2], brigadier bij Politie Eenheid Amsterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, in het openbaar mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: ACAB en/of All Cops are Bastards, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat aangenomen kan worden dat de verdachte zich voldoende bewust was van het beledigende karakter van ACAB aangezien dit voor de brede kring van opgroeiende jeugd, waartoe de verdachte behoort, een feit van algemene bekendheid is, mede gelet op publicaties op het internet over de betekenis van de term ACAB.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen en de overigens bekend geworden feiten en omstandigheden niet blijkt dat de verdachte wetenschap had van het beledigende karakter van ACAB. Bij een feit van algemene bekendheid gaat het om gegevens die geen specialistische kennis veronderstellen en waarvan de juistheid redelijkerwijs niet voor betwisting vatbaar is. Daarvan is in deze zaak geen sprake. In dit geval kan niet bewezen worden dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het beledigen van één of meer opsporingsambtenaren.

Het hof verwerpt het verweer en overweegt als volgt.

Op 13 april 2017 vond in de Amsterdam Arena een voetbalwedstrijd tussen Ajax en Schalke ’04 plaats. Voor het bewaken van de openbare orde en ter bestrijding van voetbal gerelateerde misdrijven waren bij deze wedstrijd onder andere de in uniform geklede politieambtenaren [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3] aanwezig. Uit het onder 1. gebezigde bewijsmiddel blijkt dat de verdachte op korte afstand van deze politieambtenaren “ACAB, ACAB” heeft gezongen, terwijl hij in hun richting keek.

Een uitlating die jegens iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is gedaan, moet als beledigend worden beschouwd in de zin van art. 266 in verbinding met art. 267 Sr, indien zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel of daarvan sprake is, zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan.

In dit geval staat vast dat de verdachte in het openbaar meermalen de leus ‘ACAB’ in de richting van politieambtenaren heeft gezongen, terwijl deze ambtenaren – bekend zijnde met de betekenis van die lettercombinatie – zich daardoor beledigd hebben gevoeld. Namens de verdachte is aangevoerd dat hij niet wist wat de door hem gezongen leus betekende. Voor bewezenverklaring van de ten laste gelegde belediging is vereist dat de verdachte zich ervan bewust was dat de lettercombinatie A.C.A.B. (ook wel geschreven als: ACAB) een voor een politieambtenaar beledigende strekking heeft, te weten “All Cops Are Bastards”.

Het hof acht de verklaring van de verdachte, dat hij niet wist van het beledigende karakter van de leus ‘ACAB’, niet geloofwaardig. Allereerst is onaannemelijk dat de verdachte een leus richting de politie zingt waarvan hij de betekenis of strekking niet kent. Daarnaast heeft het hof in openbare bron, het internet via de zoekmachine ‘Google’, gezocht op de lettercombinatie ACAB, waarbij het hof alleen heeft gekeken naar resultaten die vóór 13 april 2017 zijn gepubliceerd op vrij toegankelijke Nederlandse webpagina’s. Uit deze zoekopdracht blijkt dat over de afkorting (en de beledigende betekenis daarvan) zeer veel nieuwsberichten zijn gepubliceerd, zowel door regionale als landelijke media. Zo luidde de kop van één van de artikelen in het NRC-Handelsblad in 2011: “Dankzij de Hoge Raad weet nu iedereen wel wat ACAB betekent.” Naast de vele mediawebsites, komt de term ook terug op pagina’s van andere websites die onder brede lagen van de bevolking bekendheid genieten, zoals bijvoorbeeld Wikipedia en Dumpert. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de betekenis van A.C.A.B., te weten: “All Cops Are Bastards”, op 13 april 2017 een feit van algemene bekendheid was. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat dit gegeven geen specialistische kennis vereist en de juistheid ervan redelijkerwijs niet voor betwisting vatbaar is. Deze lettercombinatie heeft de strekking politieambtenaren aan te randen in hun eer en goede naam. Door ACAB te zingen terwijl hij keek in de richting van politieambtenaren heeft de verdachte die politieambtenaren dan ook opzettelijk beledigd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 13 april 2017 te Amsterdam opzettelijk meerdere ambtenaren, te weten [verbalisant 1], hoofdagent bij Politie Eenheid Amsterdam, en [verbalisant 2], brigadier bij Politie Eenheid Amsterdam, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, in het openbaar mondeling heeft beledigd, door hen het woord toe te voegen: ACAB.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in onderstaand bewijsmiddel is vervat.

Bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal van bevindingen van 14 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1], hoofdagent van politie Eenheid Amsterdam, [verbalisant 2], brigadier van politie Eenheid Amsterdam en [verbalisant 3], hoofdagent van politie Eenheid Amsterdam (doorgenummerde p. 2-4). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van voornoemde verbalisanten:

Wij zijn werkzaam bij de voetbaleenheid van de Eenheid Amsterdam. Dit team houdt zich bezig met de bestrijding van voetbal gerelateerde misdrijven en het bewaken van de openbare orde rondom voetbalwedstrijden van Ajax.

Op 13 april 2017, omstreeks 20.35 uur, bevonden wij ons bij de ingang Noord B van het voetbalstadion Amsterdam Arena, gevestigd aan de [adres 2]. Aldaar zou om 21.05 uur de voetbalwedstrijd plaatsvinden tussen Ajax - Schalke '04. Wij liepen geheel gekleed in uniform met een fel fluorescerende hes, waarop de achterkant en de voorkant ‘POLITIE’ staat. Op dat moment vond de instroom van de Amsterdam Arena plaats. Buiten voor de ingangen stonden honderden mensen in de rij. Daarnaast liepen tientallen mensen de ingangen voorbij, onderweg naar hun eigen ingang. Wij verbalisanten hoorden vervolgens het gezang: "ACAB, ACAB". Wij zagen op dat moment drie mannen en hoorden dat zij de leus ACAB achter elkaar zongen. De afstand tussen ons en de verdachten betrof niet meer dan vijf meter. Wij zagen dat zij dit bleven zingen. Wij liepen naar de verdachten toe en (het hof begrijpt: zij) keken in de richting van ons. Wij zagen dat de verdachten dit bleven zingen. Hierop hebben wij alle drie de verdachten aangehouden. Ons is bekend dat ACAB het volgende betekent: 'All Cops Are Bastards’. Wij voelen ons dan ook in ons goede naam en eer aangetast.

Eén van de verdachten betrof [verdachte], geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats].

2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 13 april 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] (doorgenummerde p. 5-6). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verdachte:

U vraagt mij waarom ik hier in Amsterdam ben. Wij hebben een kaartje gekocht voor Ajax-Schalke. Ineens kwamen er agenten op ons af en die zeiden dat ik was aangehouden voor belediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 300,00 subsidiair zeven dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 700,00, te vervangen door veertien dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de draagkracht en de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van twee politieambtenaren. Hij heeft die politieambtenaren, die bezig waren met het handhaven van de openbare orde bij een voetbalwedstrijd, in hun eer en goede naam aangetast en hun gezag als ambtsdrager ondermijnd.

Het hof heeft gelet op de straf die door rechters bij eenvoudige belediging pleegt te worden opgelegd. Deze straf heeft zijn weerslag gevonden in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt een geldboete van € 150,00 genoemd, welke straf kan worden verhoogd indien de belediging is geuit tegen een ambtenaar in functie. Omdat de verdachte twee ambtenaren heeft beledigd, zal het hof een hogere straf opleggen dan in de Oriëntatiepunten is vermeld.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van € 450,00, bij niet betalen te vervangen door negen dagen hechtenis, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 450,00 (vierhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. N.A. Schimmel en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 december 2018.