Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4546

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
17-12-2018
Zaaknummer
23-004042-17
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beschadigen van een goed. Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijke in verband met incomplete offerte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-004042-17

Datum uitspraak: 18 september 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het

vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-147152-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 3 augustus 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk het plafond van de woning, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal om doelmatigheidsredenen worden vernietigd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 3 augustus 2017 te Amsterdam, opzettelijk en wederrechtelijk het plafond van de woning, toebehorende aan [slachtoffer], heeft beschadigd.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf of maatregel

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf en daarnaast de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 6.370,19, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

De raadsvrouw heeft zich op hetzelfde standpunt gesteld als de advocaat-generaal.

Het hof houdt rekening met de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de beschadiging van het plafond van zijn onderbuurvrouw door met een klauwhamer een gat in zijn vloer te slaan en daarmee ook een gat in haar plafond te veroorzaken. Met zijn handelwijze heeft de verdachte zijn buurvrouw niet alleen schade en overlast bezorgd maar haar tevens angst aangejaagd en gevoelens van onveiligheid bezorgd.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 september 2018 is hij niet eerder onherroepelijk veroordeeld, zodat hij als een zogeheten “first offender” wordt beschouwd.

Uit het procesdossier komt naar voren dat bij de verdachte sprake is van psychische problematiek en dat het moeilijk is om met hem te communiceren. Ter terechtzitting in eerste aanleg en hoger beroep heeft de raadsvrouw medegedeeld dat de verdachte sinds het onderhavige incident met een rechterlijke machtiging is opgenomen in de Mentrum kliniek. Ofschoon in de onderhavige zaak niet door een deskundige omtrent de persoon van de verdachte is gerapporteerd, acht het hof hem ten aanzien van het bewezenverklaarde sterk verminderd toerekeningsvatbaar.

Het hof acht het, met de raadsvrouw en de advocaat-generaal, raadzaam te bepalen dat in verband met de persoonlijkheid van de dader geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.370,19, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd, zodat de vordering tot het bedrag dat in eerste aanleg is toegewezen aan de orde is. De raadsvrouw en de advocaat-generaal hebben zich beiden op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, nu onder meer de aan de vordering gehechte offerte niet compleet is en het hof geen inzicht heeft of, en zo ja welke, kosten de verzekeringsmaatschappij van de benadeelde partij heeft vergoed. Beoordeling van de vordering, die namens de verdachte is betwist, zou dan ook nadere bewijslevering vergen. De benadeelde partij kan daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht,

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 september 2018.