Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4501

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-10-2018
Datum publicatie
20-12-2018
Zaaknummer
23-003723-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003723-17

datum uitspraak: 24 oktober 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 oktober 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-154966-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

verblijfadres: [adres 1],

adres in het buitenland: [adres 2]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 oktober 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit daarom bevestigen met dien verstande dat het hof:

  • -

    respondeert op een in hoger beroep gevoerd verweer en dienaangaande de bewijsoverweging van het vonnis waarvan beroep zal aanvullen;

  • -

    het door de politierechter van de rechtbank Noord-Holland gebezigde bewijsmiddel VI terzijde stelt.

Nadere bewijsoverweging

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep – kort weergegeven – het verweer gevoerd dat de verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Op 12 augustus 2017 omstreeks 16:00 uur hoorde getuige [getuige 1] glasgerinkel toen zij voorbij de woning aan de [adres 3] fietste. Zij had het vermoeden dat er iets niet klopte, omdat zij wist dat haar buren van die woning niet thuis waren. Ter plaatse zag zij twee onbekende mannen in de tuin van die woning lopen. Toen de onbekende mannen haar zagen, begonnen zij harder te lopen, waarop getuige [getuige 1] en getuige [getuige 2] – die voorbij de woning met zijn scooter stond – de mannen hebben achtervolgd. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij zag dat vanaf de oprit van een woning twee mannen aan kwamen rennen. Hij hoorde van getuige [getuige 1] dat die mannen geprobeerd hadden in te breken. Hierop achtervolgde getuige [getuige 2] de mannen op zijn scooter. De verbalisanten, die op aanwijzingen van getuige [getuige 2] achter de verdachten aangaan, zagen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] hun richting op komen rennen. Beiden zijn vervolgens aangehouden. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij zag dat de twee mannen waarover hij heeft verklaard door de politie zijn aangehouden. Uit onderzoek bleek dat een ruit aan de achterzijde van voornoemde woning was ingegooid met een baksteen.

Het hof is van oordeel dat op grond van de in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen en hetgeen daaruit kan worden afgeleid, zoals hiervoor weergegeven, kan worden bewezen dat de verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan poging tot inbraak. De verklaring van de verdachte dat hij daar slechts in de omgeving aan het wandelen was met zijn vriend, dat deze fruit wilde plukken maar werd betrapt zodat ze hard zijn weggelopen, wordt als ongeloofwaardig terzijde geschoven. Het verweer wordt verworpen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. N.A. Schimmel en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van mr. O.F. Qane, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 oktober 2018.

Mrs. J. Piena en N.A. Schimmel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]