Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4433

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-11-2018
Datum publicatie
31-12-2018
Zaaknummer
200.145.443/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2019/33
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.145.443/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 27 november 2018

inzake

[A] ,

wonende te [....] ,

VERZOEKER,

advocaat: mr. D. Engelen, kantoorhoudende te Rotterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CLIFDEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RAND HOLDING B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DR. VAN SON’S TUINDORP APOTHEEK B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

VERWEERSTERS,

aanvankelijk bijgestaan door mrs. M.J. Siegers en A.J.G. Vegt, vervolgens door mrs. H.J. Breeman en A.J.G. Vegt, thans niet verschenen,

e n t e g e n

[B] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

aanvankelijk bijgestaan door mrs. M.J. Siegers en A.J.G. Vegt, vervolgens door mrs. H.J. Breeman en A.J.G. Vegt, thans niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen zullen in het vervolg (ook) als volgt worden aangeduid:

- verzoeker met: [A] ;

- verweersters gezamenlijk met: Clifden c.s.;

- belanghebbende met: [B] .

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 16 en 22 juni 2015 en 13 juni 2017.

1.3

Bij de beschikkingen van 16 en 22 juni 2015 heeft de Ondernemingskamer – voor zover hier van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Clifden c.s. over de periode vanaf 1 januari 2005, mr. C.F. Mijs benoemd tot onderzoeker, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek hoofdelijk ten laste komen van Clifden c.s.

1.4

Bij de beschikking van 13 juni 2017 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 37.500 (exclusief btw) en bepaald dat de kosten van het onderzoek hoofdelijk ten laste komen van Clifden c.s.

1.5

Bij brief, met bijlagen, van 13 november 2018 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen tot een bedrag van € 47.500 (exclusief btw).

1.6

De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over deze verhoging uit te laten. Daarop heeft mr. R. Mandos, kantoorgenoot van mr. Engelen voormeld, bij brief van 21 november 2018 kenbaar gemaakt dat [A] zich refereert aan het oordeel van de Ondernemingskamer over het verhogingsverzoek, maar daarbij wel verzoekt:

i. te bepalen dat alle onderzoekskosten, inclusief de eventuele verhoging daarvan, hoofdelijk ten laste komen van Clifden c.s.;

ii. waar mogelijk de (resterende) onderzoekskosten zo beperkt mogelijk te houden, in de lijn met enquêtes in zaken van vergelijkbare omvang en complexiteit; en

iii. waar mogelijk een termijn voor betalingen van de onderzoekskosten door Clifden c.s. te bepalen.

2 De gronden van de beslissing

2.1

Ter toelichting op zijn verzoek heeft de onderzoeker een specificatie van de door hem verrichte werkzaamheden en de daarmee gemoeide tijd bijgevoegd. Het onderzoek heeft volgens hem opnieuw aanzienlijk meer tijd gevergd dan verwacht. Daartoe wijst de onderzoeker, naast de redenen genoemd in zijn brief aan de Ondernemingskamer van 22 mei 2017, op de onderbrekingen van het onderzoek onder meer wegens het uitblijven van betaling van een voorschot, de moeite die het heeft gekost om contact op te nemen met en informatie te verkrijgen van [B] en de heer [C] en de omstandigheid dat de onderzoeker nauwelijks medewerking heeft verkregen van Clifden c.s. De onderzoeker heeft zijn uurtarief verlaagd van € 295 exclusief btw naar € 250 exclusief btw en zal de totale kosten beperken tot het thans door hem verzochte budget.

2.2

Buiten [A] , die zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer, heeft geen van partijen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid zich over de verhoging uit te laten.

2.3

De Ondernemingskamer overweegt dat de onderzoeker, tegen de achtergrond van het vorenoverwogene, de reden voor verhoging van het onderzoeksbudget voldoende heeft toegelicht. Het verzoek komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal dit verzoek dan ook toewijzen.

2.4

De Ondernemingskamer zal daarbij bepalen, net als in haar beschikkingen van 16 juni 2015 en 13 juni 2017, dat de kosten van het onderzoek hoofdelijk ten laste komen van Clifden c.s. Voor toewijzing van de overige verzoeken van [A] vermeld in 1.6 onder ii en iii ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 16 juni 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Clifden B.V., Rand Holding B.V. en Dr. Van Son’s Tuindorp Apotheek B.V. ten hoogste mag kosten tot € 47.500, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek hoofdelijk ten laste komen van Clifden B.V., Rand Holding B.V. en Dr. Van Son’s Tuindorp Apotheek B.V. en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dienen te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en mr. drs. B.M. Prins en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar op 27 november 2018.