Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:437

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-02-2018
Datum publicatie
09-02-2018
Zaaknummer
200.209.247/01 NOT
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:TNORAMS:2017:8
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klagers verwijten de notaris het volgende.

i. Onjuiste voorlichting en advisering bij de totstandkoming van het testament van moeder.

ii. Onjuiste voorlichting en advisering bij het onvoorwaardelijk aanvaarden van de nalatenschap van moeder.

iii. Onjuiste voorlichting en advisering met betrekking tot de rol van de notaris inzake de afwikkeling van de nalatenschap van moeder.

De kamer heeft klachtonderdeel ii. gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd. De andere klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard.

Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2018-0021
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.209.147/01 NOT

nummer eerste aanleg : 612622/ NT RK 16/47

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 6 februari 2018

inzake

[naam] ,

notaris te [plaats] ,

appellante,

gemachtigde: mr. R.J.B. Baarspul, advocaat te Amsterdam,

tegen

1. [naam] ,

wonend te Mexico,

2. de gezamenlijke erven van [naam] ,

bij leven wonend te [plaats] ,

geïntimeerden,

gemachtigde: mr. C.C.J. Aarts, advocaat te Schijndel.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellante (hierna: de notaris) heeft op 10 februari 2017 een beroepschrift met een bijlage bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 12 januari 2017 (ECLI:NL:TNORAMS:2017:8). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van geïntimeerden (hierna afzonderlijk te noemen: [klager] en [klaagster] en gezamenlijk te noemen: klagers) op twee onderdelen (i. en iii.) ongegrond en op een onderdeel (ii.) gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd.

1.2.

De notaris heeft 14 juli 2017 een aanvullend beroepschrift met bijlagen ingediend.

1.3.

Klagers hebben op 11 augustus 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend.

1.4.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 23 november 2017. De notaris, vergezeld van haar gemachtigde, en de gemachtigde van klagers zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van de notaris aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

Samengevat weergegeven gaat het in deze zaak om het volgende.

3.2.1.

Uit het huwelijk van de ouders van klagers, [naam] (verder: vader) en [naam] (verder: moeder) zijn vier kinderen geboren: [klager] , [klaagster] , [A] en [B] (verder tezamen te noemen: de kinderen).

3.2.2.

Vader is op 3 december 1998 overleden. Bij testament had vader beschikt over zijn nalatenschap, inhoudende een ouderlijke boedelverdeling. In 2000 is voor mr. [naam] , notaris te [naam] , een akte van boedelbekrachtiging verleden, waarbij moeder en de kinderen zijn overgegaan tot verdeling van de nalatenschap van vader, tot bekrachtiging van de ouderlijke boedelverdeling en tot vaststelling van hetgeen de deelgenoten ieder toekomt. Uit deze akte blijkt dat ieder kind met betrekking tot de nalatenschap van vader een op moeder (tot haar dood niet-opeisbare) rentedragende vordering heeft verkregen van fl. 53.559,11 (€ 24.304,05).

3.2.3.

Op 22 juli 2015 is voor een waarnemer van de notaris het testament van moeder verleden. Hierin zijn [klager] en [klaagster] , ieder voor de onverdeelde helft, tot enig erfgenamen benoemd. Aan [A] en [B] is ieder een bedrag in contanten ter grootte van één/achtste gedeelte van het saldo van de nalatenschap gelegateerd. Verder zijn [klager] en [klaagster] ieder tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder benoemd.

3.2.4.

Moeder is op 31 juli 2015 overleden.

3.2.5.

In het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van moeder hebben klagers de notaris benaderd. Op 4 augustus 2015 heeft tussen klagers en de notaris een bespreking plaatsgevonden.

3.2.6.

Een brief van 4 augustus 2015 van de notaris, per e-mail aan klagers gezonden, luidt - voor zover van belang - als volgt: “De grootte van de erfdelen moet worden bepaald door het saldo van de nalatenschap vast te stellen (bezittingen minus schulden). Van u heb ik begrepen dat er geen grote schulden zijn. De nalatenschap lijkt dus een positief saldo te hebben (dit is door mij niet gecontroleerd).”

Als bijlagen zijn een verklaring van zuivere aanvaarding en volledige boedelvolmacht, een voorlichtingsblad over executele, een voorlichtingsblad over al dan niet aanvaarden van de erfenis en het testament van moeder meegezonden.

3.2.7.

Vervolgens hebben klagers door ondertekening van de toegezonden verklaring van zuivere aanvaarding en volledige boedelvolmacht de nalatenschap van moeder zuiver aanvaard.

3.2.8.

Op 14 augustus 2015 heeft de notaris een verklaring van erfrecht gepasseerd.

3.2.9.

Bij brief van 22 december 2015 heeft de notaris een door haar opgestelde aangifte erfbelasting, tevens boedelbeschrijving, aan klagers toegestuurd. Hierin staat dat het zuiver saldo van de nalatenschap van moeder € 47.076,99 negatief bedraagt. De vorderingen van de kinderen op moeder met betrekking tot de nalatenschap van vader waren in 2015 aangegroeid tot ongeveer € 44.000,00 per kind.

3.2.10.

Bij brief van 24 december 2015 heeft de notaris de kinderen geïnformeerd over de afwikkeling van de nalatenschap van moeder door middel van een beschrijving van de nalatenschap. Hierin is het saldo van de nalatenschap van moeder, zonder rekening te houden met de erfdelen uit de nalatenschap van vader, gesteld op € 132.299,25 en het te verdelen bedrag op (afgerond) € 109.770,00 onder toevoeging van het volgende: “Dit bedrag kan tussen de vier kinderen worden verdeeld, zonder dat hierover erfbelasting betaald hoeft te worden. De vorderingen van de vier kinderen als erfdeel uit de nalatenschap van de heer [naam] , overleden 3 december 1998 (vader) bedraagt € 24.304,05 per kind, terwijl hierover ook nog onbelast rente vergoed mag worden. Alle kinderen krijgen in dat geval de volledige erfenis van vader uitbetaald.”

3.2.11.

Bij, per e-mail gezonden, brief van 7 januari 2016 heeft de notaris namens [A] en [B] hun vorderingen met betrekking tot de nalatenschap van vader ingediend bij klagers, waarbij klagers erop werden gewezen dat zij als erfgenamen aansprakelijk waren voor deze schulden ook indien die schulden niet uit de nalatenschap van moeder zouden kunnen worden voldaan.

3.2.12.

Vervolgens heeft de gemachtigde van klagers de notaris aansprakelijk gesteld voor de wijze waarop zij de afwikkeling van de nalatenschap van moeder had uitgevoerd. Hierover is door partijen gecorrespondeerd.

3.2.13.

[klaagster] is op 10 april 2017 overleden. Haar erfgenamen hebben in haar plaats de tuchtprocedure voortgezet.

4 Standpunt van klagers

Klagers verwijten de notaris het volgende.

i. Onjuiste voorlichting en advisering bij de totstandkoming van het testament van moeder.

ii. Onjuiste voorlichting en advisering bij het onvoorwaardelijk aanvaarden van de nalatenschap van moeder.

iii. Onjuiste voorlichting en advisering met betrekking tot de rol van de notaris inzake de afwikkeling van de nalatenschap van moeder.

5 Standpunt van de notaris

De notaris heeft verweer gevoerd. Het standpunt van de notaris wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.

6 Beoordeling

Klachtonderdelen i. en iii.

6.1.

Wat deze klachtonderdelen betreft, verenigt het hof zich met hetgeen de kamer in haar beslissing heeft geoordeeld en de gronden waarop dat oordeel berust. In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die tot een ander oordeel leiden. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond.

Klachtonderdeel ii.

6.2.

Dit klachtonderdeel komt in de kern erop neer dat de notaris klagers expliciet erop had moeten wijzen dat de opeisbare vorderingen van de kinderen met betrekking tot de nalatenschap van vader als schuld van de nalatenschap van moeder hadden te gelden in plaats van klagers zonder enig voorbehoud te adviseren de nalatenschap van moeder zuiver te aanvaarden. De brief van 4 augustus 2015 is volgens klagers hiertoe onvoldoende geweest. Het betreft een standaardbrief en daarnaast is de materie, in het bijzonder aangaande de aansprakelijkheid in privé voor vorenbedoelde vorderingen, voor een leek op juridisch gebied moeilijk te begrijpen. Klagers hebben betwist dat deze kwestie in het gesprek van 4 augustus 2015 met de notaris aan de orde is gekomen. Klagers stellen zich op het standpunt dat door deze gang van zaken de laatste wil van moeder - haar bedoeling was klagers ten opzichte van [A] en [B] te bevoordelen - niet is uitgevoerd, want klagers zijn ongewenst in privé voor de schulden van de nalatenschap van moeder aansprakelijk geworden. Hiermee heeft de notaris volgens klagers onzorgvuldig gehandeld en niet aan de op haar rustende zorgplicht voldaan.

6.3.

De notaris heeft hier het volgende tegenovergesteld. Zij heeft klagers de verschillende mogelijkheden voorgehouden inzake het al dan niet (zuiver) aanvaarden van de nalatenschap van moeder alsook de consequenties daarvan. Dat blijkt uit haar brief van 4 augustus 2015 aan klagers en de meegezonden bijlagen. Klagers hebben ervoor getekend dat zij van deze brief en de bijlagen kennis hebben genomen. Een en ander is ook uitdrukkelijk in het gesprek van

4 augustus 2015 naar voren gekomen. Dat is een standaardprocedure binnen kantoor. Uit de toen door klagers gestelde vragen bleek dat zij de verschillen tussen de diverse mogelijkheden begrepen. Over de schuld uit de nalatenschap van vader is kort gesproken. Deze schuld was nog niet uitbetaald, maar zou volgens klagers geen groot bedrag betreffen. Er was een eigen woning met daarop een kleine hypotheek en er waren banksaldi. Over de waarde van een en ander is niet gesproken. Zij had geen kennis van de akte van boedelbekrachtiging. Daarnaast was het aan klagers als executeurs om te bepalen of de nalatenschap van moeder al dan niet positief was. Verder is van belang dat vlak voor het overlijden van moeder forse bedragen van haar bankrekening naar klagers zijn overgemaakt. Deze overboekingen alsook een banksaldo hebben klagers in eerste instantie niet aan de notaris opgegeven. Uiteindelijk was de nalatenschap van moeder niet ontoereikend, zodat klagers geen schade hebben geleden. Aldus nog steeds de notaris.

6.4.

Het hof overweegt als volgt. Vast staat dat de notaris ervan op de hoogte was dat de erfdelen van de kinderen uit de nalatenschap van vader als schulden deel uitmaakten van de nalatenschap van moeder. De notaris wist niet wat de hoogte van vorenbedoelde schulden was maar wel dat vader reeds in 1998 was overleden en dat de vorderingen van de kinderen rentedragend waren. Daarnaast hadden de zussen van klagers als legatarissen elk recht op een bedrag in contanten ter grootte van de legitieme portie. Onder deze omstandigheden, in het bijzonder de grote mate van onzekerheid of het saldo van de nalatenschap van moeder toereikend was, is het hof van oordeel dat het in dit geval beter was geweest als de notaris klagers in de brief van 4 augustus 2015 uitdrukkelijk op het bestaan van de schuld voortkomend uit de nalatenschap van vader en de precieze gevolgen daarvan voor het berekenen van het saldo van de nalatenschap van moeder had gewezen, zodat klagers beter geïnformeerd waren bij hun afweging om de nalatenschap van moeder al dan niet te aanvaarden. In dit geval volstond de standaardbrief met bijlagen niet. De notaris heeft klagers onvoldoende voorgelicht. Ook als ervan wordt uitgegaan dat klagers aan de notaris kenbaar hebben gemaakt dat de schuld uit de nalatenschap van vader niet veel zou zijn, doet dit aan de eigen verantwoordelijkheid van de notaris om cliënten zorgvuldig voor te lichten niet af. Dit betekent dat klachtonderdeel ii. gegrond is.

6.5.

Het hof is van oordeel dat de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap van moeder onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld en acht daarom de maatregel van waarschuwing passend.

6.6.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.7.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 Beslissing

Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, J.W.M. Tromp en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2018 door de rolraadsheer.