Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4306

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-11-2018
Datum publicatie
27-11-2018
Zaaknummer
23-000574-18
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vrijspraak overtreden gebiedsverbod

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000574-18

datum uitspraak: 21 november 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van

de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer

13-126286-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum] 1989,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 november 2018.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 9 juli 2017 te 02:05 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 3 Zuid-oost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 24 uur niet meer te bevinden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden

veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 150,00 subsidiair drie dagen hechtenis.

Vrijspraak

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij het gebiedsverbod niet opzettelijk heeft overtreden. Hij is aangehouden in de Amsterdam Arena en naar een andere locatie overgebracht alwaar hij voor het overtreden van de Opiumwet een geldboete heeft gekregen die hij heeft betaald en waarna hij mocht gaan. Hij wist niet dat hij na zijn heenzending niet in genoemd overlastgebied mocht komen en heeft geen kaartje met de grenzen van het overlastgebied ontvangen. Ook zijn vriendin die gelijktijdig met hem is aangehouden voor het overtreden van de Opiumwet heeft geen gebiedsverbod gekregen, aldus de verdachte.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De verdachte is op 9 juli 2017 tijdens het feest Sensation White in de Amsterdam Arena aangehouden

in verband met overtreding van de Opiumwet waarvoor de verdachte een geldboete heeft betaald.

Het dossier bevat een proces-verbaal tot verwijdering (dossierpagina 8) inhoudende dat aan de verdachte mondeling is medegedeeld dat hij zich voor de duur van 24 uren diende te verwijderen uit het overlastgebied 3 Zuid-Oost waarbij aan de verdachte een kaart is uitgereikt met de grenzen van het overlastgebied. De Amsterdam Arena is in dat gebied gelegen. Later op de avond is de verdachte opnieuw in de Amsterdam Arena aangehouden.

Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte, zoals hem is ten laste gelegd, opzettelijk niet heeft voldaan aan het gebiedsverbod.

Dat de verdachte de inhoud van het mondeling gegeven bevel heeft gehoord en begrepen volgt niet zonder meer uit het dossier. De verdachte bestrijdt dat en volgens hem is het kaartje met de gebiedsgrenzen niet uitgereikt. Dat laatste kan niet zonder meer voor onwaar worden gehouden, omdat uit het dossier blijkt dat de verdachte kennelijk niet voor ontvangst van het kaartje heeft hoeven tekenen. Gelet op hetgeen de verdachte verder naar voren heeft gebracht over de hectiek van die avond, alsmede het feit dat zijn vriendin – die gelijktijdig met de verdachte is aangehouden – (ook) geen gebiedsverbod heeft gekregen en aangezien in het dossier andere aanknopingspunten ontbreken op grond waarvan verdachtes wetenschap van het gebiedsverbod, en dus zijn opzet op de overtreding daarvan, zou kunnen worden vastgesteld, zal het hof de verdachte vrijspreken van het hem ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. S. Clement en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 november 2018.

mr. A.E. Kleene-Krom is buiten staat dit arrest te ondertekenen

[…]