Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4226

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-11-2018
Datum publicatie
26-11-2018
Zaaknummer
23-000230-18
Formele relaties
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2020:777
Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:1957
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal dmv braak. Diefstal in vereniging dmv valse sleutels.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-000230-18

Datum uitspraak: 2 november 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-871780-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 oktober 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 21 maart 2017 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de 's [adres 2] , aldaar heeft weggenomen een computer (merk Apple, type Imac [met lader en/of toetsenbord]) en/of een Ipad (merk Apple [met lader]) en/of een (laptop)rugzak (merk Eastpack) en/of een kluis met inhoud (waaronder een kentekenbewijs en/of een [zilveren] rammelaar en/of een hoeveelheid geld en/of een of meerdere bankpasje[s] op naam van [slachtoffer] met bijbehorende pincode[s] en/of administratieve bescheiden), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of diens mededader(s), waarbij verdachte en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen voornoemde goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2:
hij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 21 maart 2017 te Amsterdam, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (vanaf een of meerdere bankrekening(en) op naam van aangever [slachtoffer] ) heeft weggenomen (telkens) een of meerdere geldbedrag(en)(te weten een- of tweemaal een bedrag van 500 euro en/of een bedrag van 1080 euro), in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door (telkens) (bij een pinautomaat van de ABN-Amrobank, gevestigd aan het Belgiëplein, aldaar en/of een pinautomaat van de Rabobank, gevestigd aan het Osdorpplein, aldaar) onder gebruikmaking van (een) wederrechtelijk weggenomen bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) van voornoemde bankrekening(en) voornoemd(e) geldbedrag(en) op te nemen, tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet bevoegd was/waren.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep algehele vrijspraak bepleit.

Zij heeft daartoe met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat er geen link of spoor is waaruit betrokkenheid van de verdachte bij de woninginbraak blijkt.
Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde heeft zij aangevoerd dat de eerste pintransactie één uur en acht minuten later plaatsvond dan de inbraak. Als gekeken wordt naar de afstand tussen de woning waar de inbraak plaatsvond en de plaats waar de eerste pintransactie plaatsvond, dan blijkt dat die afstand, uitgaande van vervoer met een auto, slechts acht minuten rijden bedraagt. Het voorgaande betekent dat er nog een heel uur vrij is, dat niet ingevuld is en waarbinnen van alles gebeurd kan zijn. Daarbij komt dat de woning van de verdachte staat tussen de woning waar de woninginbraak plaatsvond en de plaats waar de pinautomaten staan. De verdachte woont in die buurt en is daar vaker gezien. Dat hij rond het tijdstip van de inbraak en het pinnen in die buurt is of kan zijn geweest, hoeft dus op geen enkele manier te betekenen dat de verdachte betrokken was bij de inbraak en/of de pintransacties.

De herkenning van de verdachte door de verbalisant wordt betwist, nu het gezicht van de verdachte slechts op één foto gedeeltelijk te zien is en de jas die bij de verdachte thuis is aangetroffen en waarvan de persoon op de foto een soortgelijke draagt van een merk is dat door jongeren veel gedragen wordt.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de bewijsmiddelen, zoals die later bij het uitwerken van het arrest zullen worden opgenomen, volgt dat op 21 maart 2017 tussen 04.00 uur en 04.15 uur in de woning aan de ’s [adres 2] te Badhoevedorp is ingebroken. Hierbij is onder meer een kluis weggenomen met meerdere bankpasjes en bijbehorende pincodes.

Voorts is kort na deze inbraak, te weten tussen 05.23 uur en 05.36 uur, met twee weggenomen passen van aangever gepind bij zowel de ABN-Amrobank, gevestigd aan het Belgiëplein te Amsterdam als de Rabobank, gevestigd aan het Osdorpplein te Amsterdam.

Op de camerabeelden van de hiervoor beschreven pinhandelingen zijn volgens de politie dezelfde twee mannen te zien. De verdachte is door een politiemedewerker herkend als de pinnende persoon bij de Rabobank. Op de foto’s is voorts te zien dat de jas van de pinnende persoon bij de Rabobank en de ABN-Amrobank soortgelijk is. De medeverdachte [medeverdachte] is door andere collega’s bij de politie herkend als de andere persoon. Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte is in zijn slaapkamer een soortgelijke jas als de jas van de pinnende persoon bij de Rabobank en de ABN-Amrobank op de camerabeelden aangetroffen.

Het hof stelt vast dat gelet op het tijdstip waarop de woninginbraak plaatsvond en de tijdstippen waarop werd gepind, alsmede gelet op de afstand daartussen, de woninginbraak en de pintransacties door dezelfde dader(s) kan/kunnen zijn gepleegd en dat dit gelet op het korte tijdsbestek ook voor de hand ligt.
De stelling van de raadsvrouw dat de afstand tussen de woning en de pinautomaten met een auto binnen acht minuten kan worden overbrugd en dat daardoor een uur overblijft, doet aan bovenstaande niet af. Daarbij komt dat de stelling dat de verdachte met een auto reed slechts een aanname is die, doordat de verdachte zich op zijn zwijgrecht beroept, niet door de verdachte of anderszins wordt ondersteund.

Daarnaast stelt het hof vast dat de verdachte en zijn medeverdachte kort na de inbraak een deel van de buit in hun bezit hadden, nu zij kort na de inbraak met de gestolen pinpassen hebben gepind en dat zowel de woninginbraak als de pintransacties in de nachtelijke uren plaatsvonden.

Dat de verdachte in de omgeving woont van de woning waar de inbraak plaatsvond en waar de pinautomaten staan, is zonder nadere uitleg van de verdachte wat hij in de nachtelijke uren deed op geen enkele manier ontlastend.

Gelet op bovenstaande en nu een politiemedewerker de verdachte op de foto als één van de twee daders van de pintransactie bij de Rabobank herkent, de beide daders bij de verschillende pintransacties dezelfde zijn, [medeverdachte] als de andere dader wordt herkend, bij de doorzoeking van de woning van de verdachte een jas wordt aangetroffen van het merk Canadian Goose, soortgelijk aan de jas die de verdachte bij de pintransactie bij de Rabobank droeg is het hof onder deze omstandigheden van oordeel dat de verdachte en [medeverdachte] niet alleen samen hebben gepind met de gestolen passen, maar dat, gelet op het korte tijdsbestek en de nachtelijke uren, het niet anders kan zijn dan dat zij de ten laste gelegde inbraak ook samen hebben gepleegd.

Het hof betrekt bij het oordeel dat sprake is van dusdanige omstandigheden dat van de verdachte een ontzenuwende verklaring mag worden verlangd. De verdachte heeft evenwel geen nadere uitleg willen geven.

Het hof is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de woninginbraak heeft gepleegd en dat hij vervolgens samen met de medeverdachte met de gestolen pinpassen met bijbehorende pincodes meerdere geldbedragen heeft gepind bij de pinautomaten van de ABN-Amrobank en de Rabobank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op 21 maart 2017 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de 's [adres 2] , heeft weggenomen een computer (merk Apple, type Imac met lader), een Ipad (merk Apple met lader), een laptoprugzak (merk Eastpack) en een kluis met inhoud, waaronder een kentekenbewijs en een zilveren rammelaar en een hoeveelheid geld en een of meerdere bankpasjes op naam van [slachtoffer] met bijbehorende pincodes en administratieve bescheiden, toebehorende aan [slachtoffer] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

2:
hij op meerdere tijdstippen op 21 maart 2017 te Amsterdam, telkens tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, vanaf bankrekeningen op naam van aangever [slachtoffer] heeft weggenomen geldbedragen, te weten tweemaal een bedrag van 500 euro en een bedrag van 1080 euro, toebehorende aan [slachtoffer] , waarbij verdachte en zijn mededader zich telkens die weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, doorbij een pinautomaat van de ABN-Amrobank, gevestigd aan het Belgiëplein, aldaar en een pinautomaat van de Rabobank, gevestigd aan het Osdorpplein, aldaar onder gebruikmaking van wederrechtelijk weggenomen bankpassen en bijbehorende pincodes van voornoemde bankrekeningen voornoemde geldbedragen op te nemen, tot welk gebruik hij, verdachte en zijn mededader niet bevoegd waren.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen waarvan 42 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, en een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarden - kort gezegd - een meldplicht, een behandelverplichting (ambulante behandeling) en een locatiegebod met een elektronisch controlemiddel, alles onder toezicht van de Reclassering Nederland. Daarnaast is hem een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis opgelegd.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als hem in eerste aanleg zijn opgelegd.

De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte enkel een voorwaardelijke straf op te leggen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak in de nachtelijke uren waarbij hij waardevolle goederen, waaronder een computer, een Ipad en bankpassen met bijbehorende pincodes, heeft weggenomen. Vervolgens hebben de verdachte en zijn mededader met deze buitgemaakte pinpassen door middel van drie pintransacties geldbedragen van de bankrekeningen van de aangever weggenomen. Woninginbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat iemand in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 oktober 2018 is hij eerder ter zake van diefstal onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Het hof heeft gelet op de straffen die aan recidiverende woninginbrekers plegen te worden opgelegd. Deze straf heeft zijn weerslag gevonden in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden genoemd.

Het hof zal daartoe niet overgaan, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen, maar acht het slechts opleggen van een andere dan een vrijheidsbenemende straf niet passend.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf en een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. De taakstraf is hoger dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is geëist gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en de ernst van de feiten.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 300,00 bestaande uit immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd tot het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De raadsvrouw heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vordering.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof is van oordeel dat de vordering tot immateriële schade onvoldoende is onderbouwd, nu geen nadere bescheiden zijn overgelegd waar die immateriële schade uit zou bestaan. De behandeling van de vordering levert aldus een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 (zestig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 42 (tweeënveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich zal melden bij Reclassering Nederland, gevestigd aan de [adres 3] ;

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal blijven melden bij Reclassering Nederland zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- dat de veroordeelde, indien de reclassering dit geïndiceerd acht, zich laat behandelen bij De Waag of een soortgelijke instelling;

- dat de veroordeelde op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig zal zijn op het verblijfadres, te weten [adres 4] . De precieze tijdstippen worden vooraf vastgesteld door de reclassering, in overleg met veroordeelde en afhankelijk van de dagbesteding. Het locatiegebod wordt gecontroleerd met een elektronisch controlemiddel. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.H.C. van Ginhoven, mr. M. Iedema en mr. M.B. de Wit, in tegenwoordigheid van S. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 november 2018.

Mr. M.B. de Wit is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[…]