Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4200

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-10-2018
Datum publicatie
21-11-2018
Zaaknummer
23-003898-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Binnen Nederlands grondgebied brengen van orchideeën. Ontslag van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003898-15

datum uitspraak: 16 oktober 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 96-028829-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1953,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van 31 maart 2017 en 16 oktober 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Procesverloop in hoger beroep

Bij tussenarrest van 14 april 2017 heeft het hof het ter terechtzitting van 31 maart 2017 gesloten onderzoek heropend, teneinde schriftelijk deskundigenadvies in te doen winnen over de Oncidium Goldiana. Door tussenkomst van de raadsheer-commissaris strafzaken is een rapport van 22 november 2017 ontvangen van dr. [naam], NFI-deskundige niet-humane biologische sporen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 3 februari 2014 te Schiphol (in de gemeente Haarlemmermeer) op de luchthaven Schiphol, al dan niet opzettelijk, drie, althans één of meer, (levende) orchideeën, Latijnse benaming Orchidaceae spp., familie Orchidaceae, althans één of meer planten en/of producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse of beschermde uitheemse plantensoort aangewezen door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij als bedoeld in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (en genoemd in Bijlage B van de Basisverordening EG nr.338/97), binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring komt en overigens om redenen van doelmatigheid.

Verweer en bewijsoverweging

De verdachte heeft erkend dat hij drie orchideeën heeft ingevoerd van de soort Oncidium Goldiana. Hij heeft echter aangevoerd dat hij niet schuldig is aan het ten laste gelegde feit, omdat de orchidee Oncidium Goldiana geen beschermde plant betreft in de zin van de Flora- en faunawet, zoals deze gold ten tijde van het tenlastegelegde feit.

Naar het oordeel van het hof is, mede op grond van het voormelde rapport van de deskundige dr. [naam], vastgesteld dat de Oncidium Goldiana behoort tot de familie Orchidaceae. Met uitzondering van enkele soorten die op een andere bijlage staan, staat deze gehele familie orchideeën vermeld als ‘Orchidaceae spp’ op bijlage B van de Basisverordening EG nr. 338/97. Nu de door de verdachte binnen het grondgebied van Nederland gebrachte orchideeën van de soort Oncidium Goldiana behoren tot deze familie, komt het hof tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 3 februari 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk, drie levende orchideeën, Latijnse benaming Orchidaceae spp., familie Orchidaceae, behorende tot een beschermde uitheemse plantensoort aangewezen door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij als bedoeld in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (en genoemd in Bijlage B van de Basisverordening EG nr.338/97), binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

De Flora- en faunawet beoogt bepaalde uitheemse plantensoorten te beschermen, waaronder de planten behorende tot de familie Orchidaceae. Artikel 9 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten bepaalde ten tijde van het bewezen verklaarde feit dat het verbod van artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet niet geldt ten aanzien van planten, behorende tot een beschermde uitheemse plantensoort, voor zover de houder kan aantonen dat de planten zijn gekweekt.

Ingevolge het voormelde tussenarrest is aan de deskundige dr. I Kuiper de vraag gesteld of de Oncidium Goldiana een hybride is die niet in de vrije natuur een onderscheidbare, stabiele populatie vormt. In het hierboven vermelde rapport heeft de deskundige daarop, voor zover hier van belang, het navolgende geantwoord:

De Oncidium goldiana is een kruising (hybride) tussen Oncidium sphacelatum en Oncidium flexuosum. Er wordt geen onderscheidbare hypridepopulatie in de vrije natuur gevormd omdat deze soorten verschillende leefgebieden hebben. Oncidium sphacelatum komt uit Midden-Amerika (o.a. Mexico) en Oncidium flexuosum komt uit Zuid-Amerika (o.a. Brazilië).

Hieruit volgt dat de Oncidium Goldiana uitsluitend als gekweekte orchidee voorkomt, zodat dit ook moet gelden voor onderhavige orchideeën.

Daarmee levert het bewezen verklaarde geen strafbaar feit op en moet de verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 20 maart 2014 onder CJIB nummer [nummer].

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. P.C. Römer en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van

mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 oktober 2018.

Mrs. Römer en Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.