Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4054

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
20-11-2018
Zaaknummer
23-003656-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak belediging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003656-17

Datum uitspraak: 14 augustus 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2017 in de strafzaak onder parketnummer

13-174967-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op 6 september 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ambtenaar,

[verbalisant] (handhaver Veiligheidsteam Openbaar Vervoer), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door zijn, verdachtes, middelvinger naar voornoemde [verbalisant] op te steken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in Noord-Holland te Amsterdam, overlastgebied centrum 1. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het ten laste gelegde kan worden bewezen aan de hand van het proces-verbaal van aanhouding en de verklaring van de verdachte dat hij op de plaats van het delict is geweest.

Vrijspraak

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat sprake is van onvoldoende bewijs. Het enige bewijsmiddel in het dossier is het proces-verbaal van aanhouding en de verdachte ontkent stellig. De verdachte heeft zijn middelvinger niet opgestoken, maar een ‘wegwerp’-gebaar gemaakt met zijn hand. Dit gebaar had niet de intentie en kan als zodanig ook niet als beledigend worden opgevat.

Met de raadsman is het hof van oordeel dat niet overtuigend kan worden bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. In het proces-verbaal van aanhouding, opgemaakt door verbalisant [verbalisant], staat vermeld dat hij heeft gezien dat de verdachte zijn middelvinger naar hem had opgestoken. De verdachte heeft na zijn aanhouding tegenover de politie verklaard dat hij zijn hand had opgestoken en uit het verhoor blijkt dat de verdachte zijn vijf vingers daarbij zou hebben gespreid, waardoor ook de middelvinger een opwaartse beweging maakte tegelijk met de andere vingers.

Het proces-verbaal van aanhouding is hier het enige mogelijke bewijsmiddel. De verdachte heeft van aanvang af al direct het ten laste gelegde gemotiveerd ontkend. Daarbij komt dat de opsporingsambtenaar die het belastende proces-verbaal heeft opgemaakt degene is tegen wie het strafbare feit zou zijn gepleegd. Van de andere aanwezige verbalisanten is behalve de vermelding dat ze aanwezig zijn geen verklaring inzake dit incident opgenomen. Ook overigens biedt het dossier geen relevante steun aan hetgeen in het proces-verbaal is opgenomen.

Mede gelet op de gemotiveerde ontkenning van de verdachte is het hof onvoldoende ervan overtuigd dat in de onderhavige zaak het vertrouwen in de betrouwbaarheid van het proces-verbaal ten volle gerechtvaardigd is. Het hof kan aldus niet op deugdelijke wijze tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde misdrijf komen en zal de verdachte derhalve integraal vrijspreken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. J.D.L. Nuis en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 augustus 2018.

De jongste raadsheer en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.