Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4046

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-09-2018
Datum publicatie
28-11-2018
Zaaknummer
23-003710-16
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Integrale vrijspraak van de verdachte, omdat als voldoende vaststaand kan worden aangenomen dat sprake is van een persoonsverwisseling. De door de getuigen ter terechtzitting gedane herkenningen moeten derhalve op een vergissing berusten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003710-16

datum uitspraak: 17 september 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 september 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-134390-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum] 1992,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 februari 2018 en 17 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 27 juni 2016 te Almere en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk slaande bewegingen gemaakt naar die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik ga je klappen geven. Ik ga je pakken." en/of "Ik maak je dood en je gaat klappen krijgen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2:
hij op of omstreeks 27 juni 2016 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,76 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 0,27 gram en/of ongeveer 1,26 gram en/of ongeveer 10 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (XTC), zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken, omdat hij niet de persoon is die op 27 juni 2016 is aangehouden nadat deze zich schuldig had gemaakt aan de in de tenlastelegging bedoelde feiten. De raadsman heeft zich daarbij aangesloten, omdat volgens hem sprake is van een persoonsverwisseling.

Het hof overweegt als volgt.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 19 februari 2018 heeft de verdachte gesteld dat hij niet degene is die op 27 juni 2016 is aangehouden (nadat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan de in de tenlastelegging genoemde feiten), hoewel de getuigen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] op die terechtzitting hebben verklaard hem te herkennen als degene door wie zij waren bedreigd op 27 juni 2016 en politieambtenaar [politieambtenaar] op die terechtzitting heeft verklaard hem te herkennen als degene die hij op 28 juni 2016 als verdachte had gehoord.

Na de terechtzitting van 19 februari 2018 is door voornoemde [politieambtenaar], in opdracht van het hof, nader onderzoek verricht naar de identiteit van de op 27 juni 2016 aangehouden persoon die hij op 28 juni 2016 als verdachte had gehoord. Blijkens de brief van de advocaat-generaal van 8 juni 2018, met bijlagen, is [politieambtenaar] – na vergelijking van de paspoortfoto’s van de verdachte en [naam] met de op 28 juni 2016 gemaakte foto van de op 27 juni 2016 aangehouden verdachte – tot de conclusie gekomen dat de verdachte niet de op 27 juni 2016 aangehouden persoon is die hij op 28 juni 2016 had verhoord.

Uit de stukken die zijn gevoegd bij de brief van de advocaat-generaal blijkt voorts dat de handtekening die de aangehouden persoon heeft gezet onder het proces-verbaal van zijn verhoor zeer sterke gelijkenis vertoont met de handtekening van [naam] en weinig gelijkenis vertoont met de handtekening van de verdachte. De foto van de aangehouden persoon vertoont ook gelijkenis met de paspoortfoto van [naam].

Bij deze stand van zaken is het hof van oordeel dat als voldoende vaststaand kan worden aangenomen dat sprake is van een persoonsverwisseling, zodat de verdachte niet de persoon is die zich op 27 juni 2016 aan het tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt en hij moet worden vrijgesproken. Zonder de oprechtheid van de getuigen op enigerlei wijze in twijfel te trekken, is het hof van oordeel dat hun ter terechtzitting gedane herkenningen op een vergissing moeten berusten.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 275 aan immateriële schade. De benadeelde partij is bij het vonnis waarvan beroep in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 250 aan immateriële schade. De benadeelde partij is bij het vonnis waarvan beroep in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 september 2018.

De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.