Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:4001

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-10-2018
Datum publicatie
19-11-2018
Zaaknummer
23-002553-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bedreiging politieagent

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002553-17

datum uitspraak: 25 oktober 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 juli 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13‑094989-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 oktober 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 mei 2017 te Amsterdam [verbalisant 1] (hoofdagent van politie Eenheid Amsterdam) en/of [verbalisant 2] (politie ambtenaar van politie Eenheid Amsterdam) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

- voornoemde [verbalisant 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Als je me nog een keer aanraakt dan geef ik jou kankerklappen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 26 mei 2017 te Amsterdam [verbalisant 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk [verbalisant 1] dreigend de woorden toegevoegd: “Als je me nog een keer aanraakt dan geef ik jou kankerklappen”.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaren en oplegging van bijzondere voorwaarden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde feit zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week, met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf van vijftien uren, subsidiair zeven dagen hechtenis.

De verdediging heeft bepleit dat het hof de verdachte schuldig verklaart zonder oplegging van straf, subsidiair tot een geldboete of meer subsidiair tot een taakstraf veroordeelt. Gevangenisstraf is niet wenselijk, omdat daarmee het schuldsaneringskrediet wordt doorkruist, aldus de raadsman.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft een ambtenaar met zware mishandeling bedreigd. Dit is een ernstig feit en veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving in het algemeen en bij het slachtoffer in het bijzonder.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 september 2018 is hij eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld.

Gezien de zorgelijke financiële omstandigheden van de verdachte komt een geldboete niet in aanmerking, hoewel de verdediging daarvoor pleit. Op grond van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn omvangrijke justitiële documentatie, en de ernst van dit feit, is het hof van oordeel dat een taakstraf evenmin past als sanctie.

In beginsel acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan de door de politierechter opgelegde straf, passend. Het hof ziet echter, gelet op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en met het oog op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte waaraan de raadsman heeft gerefereerd, aanleiding deze straf geheel voorwaardelijk op te leggen.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 125,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Gelet op het bepaalde in artikel 6:106 BW is uit de onderbouwing onvoldoende gebleken dat de gestelde schade, te weten psychisch letsel, door het bewezen verklaarde handelen van de verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant 1]

Verklaart de benadeelde partij [verbalisant 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. A.M. Kengen en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van I.J.A. Barends, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 oktober 2018.

Mr. Kengen en mr. Den Otter zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[…]