Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3889

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-10-2018
Datum publicatie
30-10-2018
Zaaknummer
200.230.229/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek opheffing curatele afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2019/5164
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Zaaknummer: 200.230.229/01

Zaaknummer rechtbank: 6207341 EB VERZ 17-16231/ CB 133169

Beschikking van de meervoudige kamer van 23 oktober 2018 inzake

[betrokkene] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: [betrokkene] ,

advocaat: mr. C.M.E. Schreinemacher te Amsterdam.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

- [de moeder] (hierna: de moeder);

- [de vader] ;

- [A] ;

- [B] (zuster van [betrokkene] , hierna: [B] );

- [C] (zuster van [betrokkene] , hierna: [C] ).

Voorts is als informant opgeroepen:

[de curator] h.o.d.n. [X] Bewindvoering (hierna: de curator).

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 16 november 2017, hersteld bij herstelbeschikking van 23 november 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

[betrokkene] is op 15 december 2017 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 16 november 2017.

2.2.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

- een brief van de curator van 21 december 2017, ingekomen op 29 december 2017;

- een V-formulier van 8 januari 2018 van de zijde van [betrokkene] met bijlagen (stukken eerste aanleg), ingekomen op 10 januari 2018;

- stukken van de zijde van [betrokkene] (productie 5: een verslag van Cordaan), ingekomen op 12 januari 2018;

- een brief van de moeder van 13 februari 2018, ingekomen op 16 februari 2018.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft op 20 augustus 2018 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- [betrokkene] , bijgestaan door haar advocaat;

- [D] (persoonlijk begeleidster van [betrokkene] );

- de moeder;

- [B] ;

- [C] ;

- [E] (een vriendin van [betrokkene] );

- de curator;

- [F] (assistent van de curator).

3 De feiten

3.1.

[betrokkene] is geboren [in] 1997. Bij beschikking van de kantonrechter van 19 augustus 2015 is [betrokkene] (op verzoek van de moeder) onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis en is de moeder benoemd tot curator.

3.2.

[betrokkene] is moeder van [dochter] , geboren [in] 2016.

4 De omvang van het geschil

4.1.

Bij de bestreden beschikking is het verzoek van [betrokkene] tot opheffing van de curatele afgewezen. Daarnaast is de moeder ontslagen als curator over [betrokkene] en is [de curator] h.o.d.n. [X] Bewindvoering benoemd als curator.

4.2.

[betrokkene] verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking (het hof begrijpt), haar verzoek tot opheffing van de curatele toe te wijzen en een mentor te benoemen, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht.

5 De motivering van de beslissing

5.1.

Ingevolge artikel 1:378 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik, en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

De kantonrechter kan ingevolge artikel 1:389 lid 2 BW de curatele opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van de curatele niet zinvol is gebleken, zulks op verzoek van de curator of degene die gerechtigd is de curatele te verzoeken als bedoeld in artikel 1:379 BW, alsmede ambtshalve.

5.2.

[betrokkene] is van mening dat de kantonrechter ten onrechte haar verzoek tot opheffing van de curatele heeft afgewezen. [betrokkene] stelt dat zij zich (in 2015) vrijwillig onder curatele heeft laten stellen. Zij was toen nog erg jong en een onderbewindstelling (het hof begrijpt: onder curatelestelling) was nodig omdat zij begeleid ging wonen bij Cordaan. Haar moeder is destijds benoemd tot curator. [betrokkene] heeft moeite gehad met haar moeder als curator, omdat zij weinig informatie kreeg en er veel meningsverschillen waren. Inmiddels is haar moeder niet langer curator.

[betrokkene] ervaart de curatele thans als problematisch omdat zij niet aan haar geld kan komen. Zij heeft bijna niets op haar rekening en kan ook niet meer inloggen omdat haar rekeningen, behalve de leefgeldrekening, door de curator zijn geblokkeerd. [betrokkene] heeft kort in onzekerheid gezeten over haar financiën en zij is van mening dat dit niet zou zijn gebeurd als zij zelf over haar financiën had beschikt. Daarnaast heeft zij gehoord dat de huidige curator zaken zou doorvertellen aan haar moeder. Dit ondermijnt het vertrouwen van [betrokkene] in de curator. De curator is een bekende met wie [betrokkene] in het verleden conflicten heeft gehad.

[betrokkene] wil graag zelf haar financiën beheren en meer zelf in haar leven bepalen. [betrokkene] benadrukt dat zij de afgelopen twee jaar geen schulden heeft gemaakt en dat zij goed kon omgaan met het leefgeld. Ook Cordaan is volgens haar van mening dat zij wel in staat is, eventueel met externe hulp, haar financiën zelf te beheren. Daarnaast wenst [betrokkene] dat de curatele wordt opgeheven omdat zij dan het gezag over haar dochtertje kan uitoefenen. [betrokkene] woont sinds korte tijd zelfstandig en haar begeleiders zien dat zij in staat is haar kind op te voeden. [betrokkene] erkent dat zij een aanzienlijk lager IQ dan gemiddeld heeft. Dit staat naar haar mening echter niet in de weg aan een opheffing van de curatele. [betrokkene] wenst dat ter bescherming van haar belangen een mentor wordt benoemd, maar niet de huidige curator.

Ter zitting in hoger beroep heeft [betrokkene] verklaard dat zij graag met behulp van een budgetcoach zelf haar financiën zou willen beheren. Zij heeft voorts desgevraagd verklaard dat zij een onderbewindstelling ook een te verstrekkende maatregel vindt, omdat zij dan nog steeds te zeer beperkt zou worden op financieel vlak.

5.3.

De curator stelt zich in de onder 2.2. genoemde brief op het standpunt dat de ondercuratelestelling nog steeds nodig is vanwege de beperkte verstandelijke vermogens van [betrokkene] . De curator geeft in de brief aan dat zij veel tegenwerking ondervindt van [betrokkene] en tegenstrijdige signalen van haar krijgt. De curator is in 2013-2014 betrokken geweest als gezinsbegeleider bij het gezin van [betrokkene] , maar zij betwist dat zij in het verleden problemen heeft gehad met [betrokkene] .

De curator heeft haar standpunt ter zitting in hoger beroep nader toegelicht. De curator is van mening dat [betrokkene] met voldoende ondersteuning een goede moeder is voor haar dochtertje, maar de curator heeft nog steeds grote zorgen over het gedrag van [betrokkene] , met name op financieel gebied. [betrokkene] heeft onvoldoende overzicht en het lukt haar niet om met het leefgeld rond te komen. Zij doet regelmatig verzoeken om extra geld, soms meerdere verzoeken in één week, bijvoorbeeld voor vakantie en een verjaardagsfeestje voor haar dochter, maar die financiële ruimte is er niet. Voorts is [betrokkene] heel wisselend in haar gedrag, zij zoekt vaak conflicten op, zowel bij Cordaan als met de curator. Anderzijds zijn er ook momenten dat zij de curator bedankt voor haar steun. Zij belt en appt de curator dagelijks. Dit gedrag past volgens de curator bij haar beperking. De curator is van mening dat een onderbewindstelling onvoldoende bescherming zou bieden, omdat [betrokkene] dan bijvoorbeeld wel abonnementen zou kunnen afsluiten.

5.4.

De moeder van [betrokkene] is kort gezegd van mening dat de onder curatelestelling van [betrokkene] noodzakelijk is. Volgens de moeder is [betrokkene] niet in staat zelfstandig haar financiën te beheren en evenmin om zelfstandig en zonder begeleiding haar dochter op te voeden. De moeder heeft hier ter zitting in hoger beroep nog aan toegevoegd dat [betrokkene] schuldenvrij is als gevolg van de curatele.

5.5.

Ter beoordeling van het hof ligt voor of de ondercuratelestelling van [betrokkene] dient te worden opgeheven dan wel dient te worden omgezet in een minder verstrekkende voorziening. Het hof overweegt hiertoe als volgt.

[betrokkene] is bij beschikking van de kantonrechter van 19 augustus 2015 (op verzoek van haar moeder) onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis. De kantonrechter heeft in die beschikking overwogen dat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting het verzoek op de gestelde en juist gebleken grond dient te worden ingewilligd. Blijkens de bestreden beschikking zijn bij de instelling van de curatele verklaringen overgelegd van de GGZ-psycholoog en het Leger des Heils.

[betrokkene] stelt zich thans op het standpunt dat de gronden voor de curatele niet (langer) aanwezig zijn. Zij heeft deze stelling zowel in eerste aanleg als in hoger beroep nauwelijks (met stukken) onderbouwd. Zij heeft geen stukken overgelegd met betrekking tot haar huidige geestelijke toestand, zoals bijvoorbeeld een recente medische verklaring. Zij heeft ter onderbouwing van haar verzoek een verslag van een multi disciplinair overleg van Cordaan van 28 juli 2016 overgelegd, waarin op pagina 3 staat: “Ook de manager is van mening dat de curatorschap misschien niet de beste regeling is voor [betrokkene] , maar dat mentorschap al voldoende zou zijn.” Naar het oordeel van het hof kan uit dit verslag, dat al twee jaar oud is, geen conclusie worden getrokken met betrekking tot (het ontbreken van) de noodzaak van de ondercuratelestelling. Uit het voortgangsverslag van 5 mei 2017 van Cordaan kan evenmin worden afgeleid dat de noodzaak voor de ondercuratelestelling niet langer zou bestaan. Recente informatie van Cordaan of andere betrokken hulpverlening is niet overgelegd.

Ter zitting in hoger beroep is voorts gebleken dat [betrokkene] nog steeds intensieve begeleiding nodig heeft en dat er nog veel zorgen zijn. Deze zorgen zijn gelegen in het gebrek aan inzicht van [betrokkene] in haar financiële situatie, haar impulsiviteit en haar (wisselvallige) gedrag als gevolg van haar verstandelijke beperking. [betrokkene] verzoekt de curator regelmatig om extra bedragen in verband met uitgaven waarvoor geen ruimte is. Dat [betrokkene] op dit moment geen schulden heeft kan naar het oordeel van het hof dan ook niet als argument gelden voor opheffing van de curatele, nu uit het voorgaande blijkt dat het als gevolg van de ondercuratelestelling voor [betrokkene] niet mogelijk is (de door haar gewenste) uitgaven te doen die haar budget overstijgen.

Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de curatele niet langer noodzakelijk is of dat voortzetting van de curatele niet zinvol is gebleken, danwel dat op dit moment met een minder verstrekkende maatregel kan worden volstaan. De wens van [betrokkene] om (financieel) op eigen benen te staan en het gezag over haar dochter uit te oefenen, hoe begrijpelijk deze wens ook is, kan niet tot een ander oordeel leiden. Dit betekent dat het hof de verzoeken van [betrokkene] in hoger beroep zal afwijzen en de bestreden beschikking zal bekrachtigen.

5.6.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Hoogland, mr. M.J. Leijdekker en mr. M. Perfors, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Kraan als griffier en is op 23 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.