Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3805

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-10-2018
Datum publicatie
19-12-2018
Zaaknummer
200.229.574/02 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; beschikking van de raadsheer-commissaris; afwijzing van het verzoek een aanwijzing te geven

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2019/17
RO 2019/9
JONDR 2019/46
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.229.574/02

beschikking van de raadsheer-commissaris van 16 oktober 2018

inzake

DE CENTRALE CLIENTENRAAD VAN DESEIZOENEN B.V.,

gevestigd te Oploo,

VERZOEKER,

advocaten: mr. H.W.L. de Beaufort, mr. H.A. de Savornin Lohman en mr. A.H. Arntz, allen kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DESEIZOENEN B.V.,

gevestigd te Oploo,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. B. Kemp, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WW ZORG GROEP B.V.,

gevestigd te Bussum,

2. [A],

wonende te [....] ,

3. [B],

wonende te [....] ,

4. [C],

wonende te [....] ,

5. [D],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mr. W.K. Bischot en mr. N.M. Suurmond, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

6 DE LEDEN VAN DE RAAD VAN COMMISSARISSEN VAN DESEIZOENEN B.V.,

a. a) [E],

b) [F],

c) [G],

d) [H],

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mr. P.D. Olden en mr. F.H. Oosterloo, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoeker als de CCr;

  • -

    verweerster als DeSeizoenen;

  • -

    belanghebbende onder 1 als WW Zorg Groep en belanghebbenden onder 1 tot en met 5 gezamenlijk als WW Zorg Groep c.s.;

  • -

    belanghebbenden onder 6 a) tot en met d) gezamenlijk als de raad van commissarissen.

1.2

Voor het verloop van het geding wordt verwezen naar de beschikkingen van de Ondernemingskamer van 30 april 2018, 2 mei 2018 en 27 juni 2018, alle onder zaaknummer 200.229.574/01 OK.

1.3

Bij de beschikking van 30 april 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van DeSeizoenen over de periode vanaf 10 januari 2012 tot 15 maart 2016, een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en mr. M.M.M. Tillema benoemd tot raadsheer-commissaris zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW. Bij de beschikking van 2 mei 2018 heeft de Ondernemingskamer mr. J.M. Blanco Fernández (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker.

1.4

De CCr heeft, bij in een brief van 12 september 2018 van mr. H A. de Savornin Lohman vervat verzoek, de raadsheer-commissaris verzocht een aanwijzing te geven die ertoe leidt dat DeSeizoenen kopieën van een viertal documenten die verband houden met de in de beschikking van 30 april 2018 nader omschreven vastgoedtransactie verschaft aan de CCr, dan wel dat de onderzoeker kopieën van de documenten – nadat hij deze bij DeSeizoenen heeft opgevraagd en van haar heeft ontvangen – aan de CCr ter beschikking stelt.

1.5

De raadsheer-commissaris heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Daarop zijn de volgende reacties ontvangen:

  • -

    brief van 25 september 2018 van mr. Olden voormeld namens de raad van commissarissen;

  • -

    brief van 26 september 2018 van mrs. Berendsen en Kemp voormeld namens DeSeizoenen;

  • -

    brief van 26 september 2018 van mr. Suurmond voormeld namens WW Zorg Groep c.s.;

  • -

    brief van 27 september 2018 van de onderzoeker.

Mr. De Savornin Lohman heeft bij e-mailbericht van 27 september 2018 gereageerd op de brief van mrs. Berendsen en Kemp, waarop laatstgenoemden hebben gereageerd bij e-mailbericht van 28 september 2018.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De CCr heeft ter toelichting op zijn verzoek – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht. Het verzoek ziet op, en is beperkt tot, de ‘key documents’ die ten grondslag liggen aan de in 1.4 genoemde vastgoedtransactie die centraal staat in deze procedure. De documenten betreffen rechtshandelingen waarbij DeSeizoenen direct dan wel indirect als partij is betrokken, of het betreft documenten die daarmee nauw zijn verbonden. DeSeizoenen houdt deze documenten welbewust achter, terwijl de bevolen enquête juist erop is gericht openheid van zaken te verschaffen. Als de CCr over de documenten beschikt, zal hij beter in staat zijn aan het onderzoek een bijdrage te leveren ter zake van bepaalde aspecten van de vastgoedtransactie. Daar komt bij dat het delen van de documenten een ‘level playing field’ tussen de partijen in deze procedure zal creëren. Bovendien maakt het beginsel van hoor en wederhoor het noodzakelijk dat de CCr tijdens het onderzoek over de documenten beschikt.

2.2

De raad van commissarissen heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de raadsheer-commissaris.

2.3

DeSeizoenen heeft verzocht het verzoek van de CCr af te wijzen. DeSeizoenen is geen partij bij de in een van de documenten geregelde overeenkomst en is ten aanzien van de in twee andere documenten vastgelegde rechtshandelingen geheimhouding overeengekomen. De documenten zien niet op de taakuitoefening van de CCr en DeSeizoenen is niet verplicht deze aan de CCr te verschaffen. Wel heeft DeSeizoenen de CCr uitgebreid van informatie hierover voorzien en heeft zij aangeboden specifieke vragen van de CCr te beantwoorden. Het is aan de onderzoeker om te bepalen welke stukken hij voor zijn onderzoek nodig heeft en er rust op hem geen verplichting om afschriften van alle ontvangen informatie/documenten aan alle partijen te verstrekken. DeSeizoenen ziet niet in waarom het al dan niet verstrekken van de opgevraagde informatie aan de CCr van belang is voor de goede gang van zaken van het onderzoek.

2.4

WW Zorg Groep c.s. hebben te kennen gegeven het standpunt van DeSeizoenen te onderschrijven.

2.5

De onderzoeker beschouwt het verzoek van de CCr – voor zover dit zich tegen hem richt – als prematuur. Van de opgevraagde maar nog niet ontvangen documenten kan hij de relevantie voor het onderzoek nog onvoldoende beoordelen, dus ook niet in hoeverre het belang van het onderzoek vergt dat de CCr daarvan kennis neemt. Of een partij een legitiem belang heeft bij een verzoek als het onderhavige, zal de onderzoeker beter kunnen beoordelen op het moment dat hij het (concept)verslag opstelt. Uitgangspunt is dat de onderzoeker bij het uitvoeren van het onderzoek een ruime discretionaire bevoegdheid toekomt en dat hij het onderzoek naar eigen inzicht inricht, waarbij goede redenen kunnen bestaan om de door een partij ter beschikking gestelde informatie in beginsel niet met andere partijen te delen. Voor de onderzoeker weegt de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen hem en partijen – die door hem aan alle partijen is toegezegd – zwaarder dan het vooralsnog onvoldoende concrete belang van de CCr bij inzage in de bedoelde documenten.

2.6

De raadsheer-commissaris overweegt als volgt.

2.7

Ingevolge het bepaalde in artikel 2:350 lid 4 BW, kan de raadsheer-commissaris aanwijzingen geven over de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd, indien de goede gang van zaken van het onderzoek dit vereist. Deze bevoegdheid ziet op de uitvoering van het onderzoek door de onderzoeker. Daarmee laat zich niet verenigen dat de raadsheer-commissaris een partij de aanwijzing geeft bepaalde stukken aan een andere partij te verschaffen.

2.8

Voor zover het verzoek ertoe strekt dat de raadsheer-commissaris de onderzoeker een aanwijzing geeft de CCr de in het verzoek bedoelde documenten te verschaffen, geldt het volgende. Uitgangspunt is dat de onderzoeker – met inachtneming van de norm dat voor zijn handelen steeds bepalend is hetgeen in de gegeven omstandigheden van een bekwaam en redelijk handelend onderzoeker mag worden verwacht – vrij is in de uitvoering van de hem opgedragen taken en dat hij het onderzoek naar eigen inzicht inricht (zie ook punten 3.1 en 3.2 van de Aandachtspunten, aanbevelingen en suggesties voor onderzoekers in enquêteprocedures). Daarbij geldt dat van de onderzoeker mag worden verwacht dat hij bij het uitvoeren van het onderzoek het beginsel van hoor en wederhoor als leidraad aanhoudt (zie punt 3.5 van de hierboven bedoelde Aandachtspunten), maar hem wordt ook ten aanzien van de wijze waarop en de mate waarin hij toepassing geeft aan het beginsel van hoor en wederhoor een ruime mate van vrijheid gelaten. Een en ander noopt de raadsheer-commissaris tot terughoudendheid bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige.

2.9

De onderzoeker zal, zoals hij ook aanvoert, in vertrouwelijkheid eerst de relevantie van de opgevraagde en aangeleverde informatie moeten kunnen beoordelen. Waar de onderzoeker die relevantie vaststelt en op de desbetreffende informatie mede zijn bevindingen baseert, zal hiervan blijken uit het (concept)onderzoeksverslag. Voor het geven van een aanwijzing die ertoe strekt dat de onderzoeker voorafgaand aan het uitbrengen van een (concept)onderzoeksverslag bepaalde documenten aan de verzoeker dient te verstrekken, zal in het algemeen geen plaats zijn. De stellingen van de CCr leiden niet tot het oordeel dat het belang van het onderzoek in het onderhavige geval een dergelijke aanwijzing vergt.

3 De beslissing

De raadsheer-commissaris:

wijst het verzoek van de Centrale Cliëntenraad van DeSeizoenen B.V. af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, raadsheer-commissaris, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, op 16 oktober 2018.