Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3676

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-10-2018
Datum publicatie
20-11-2018
Zaaknummer
13/654141-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Inhoudsindicatie

recidivegevaar bij ontbreken gegevens reguliere inkomstenbron.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/654141-18

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan,

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 24 september 2018, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van

25 september 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman, mr. G.N. Weski.

Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust. Met betrekking tot de ernstige bezwaren neemt het hof de daartoe door de rechtbank gegeven motivering over.

Gelet op de hoeveelheid aangetroffen verdovende middelen, de geldbedragen en de kennelijke betrokkenheid hierbij van meerdere personen, onder wie de verdachte, is er aanleiding voor de verdenking dat de verdachte een rol heeft gespeeld bij de professionele en grootschalige handel in drugs. In een dergelijk geval, en bij het ontbreken van gegevens over een boven iedere verdenking verheven reguliere inkomstenbron van de verdachte, is de vrees gerechtvaardigd dat de verdachte bij vrijlating opnieuw zich daarmee bezig zal houden en aldus een gevaar vormt voor de gezondheid of veiligheid van personen. De recidivegrond wordt daarom gehandhaafd

Met betrekking tot de onderzoeksgrond overweegt het hof dat deze gehandhaafd blijft, nu de advocaat-generaal aannemelijk heeft gemaakt dat nog onderzoekshandelingen worden verricht waarvoor continuering van de voorlopige hechtenis is vereist.

13 654141-18

Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij zijn invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot zijn gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van zijn vrijheidsbeneming. De verdachte wordt verdacht van een feit dat lijkt gepleegd te zijn in georganiseerd verband. Het onderzoek daarnaar is nog gaande. Gelet op de ernst van het feit acht het hof het van belang dat dit onderzoek ongestoord plaats kan vinden.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 10 oktober 2018 in raadkamer van dit hof door

mr. M. Iedema, voorzitter,

mrs. J.L. Bruinsma en H.F. van Kregten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 10 oktober 2018,

de advocaat-generaal