Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3657

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-09-2018
Datum publicatie
02-01-2019
Zaaknummer
200.241.104/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK wijst enquêteverzoek af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2018/192
JONDR 2018/1253
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.241.104/01

beschikking van de Ondernemingskamer van 13 september 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. R.I. Loosen, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GOOSE CRAFT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaten: mrs. E.E.U. Vroom en S. van Zwam, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HADICO B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[D] ,

beide gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mrs. E.E.U. Vroom en S. van Zwam, kantoorhoudende te Amsterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1 Partijen worden hierna aangeduid als [A] , Goose Craft, Hadico en [D] .

1.2 [A] heeft bij op 19 juni 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Goose Craft over de periode vanaf 1 januari 2012;

2. bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:

a. Hadico te schorsen als bestuurder en een derde te benoemen als zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd tijdelijk bestuurder, althans een tijdelijk bestuurder te benoemen met doorslaggevende stem zonder wiens tussenkomst Goose Craft niet vertegenwoordigd kan worden;

b. de door Hadico in Goose Craft gehouden aandelen over te dragen ten titel van beheer aan een beheerder, althans het stemrecht op die aandelen te schorsen;

c. Hadico te verbieden enig aandeelhoudersbesluit te nemen of als bestuurder van Goose Craft uitvoering te geven aan enig besluit dat verwatering van het belang van [A] in Goose Craft tot gevolg heeft en zodanig besluit te schorsen indien het is genomen;

d. althans zodanige voorziening te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht;

met veroordeling van Goose Craft in de kosten van het geding, te vermeerderen met nakosten.

1.3 Goose Craft, Hadico en [D] hebben bij op 5 juli 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht het verzoek af te wijzen en [A] te veroordelen in de kosten van het geding.

1.4 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 17 juli 2018. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en wat [A] betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Ter zitting heeft [A] haar verzoek tot het treffen van de hierboven in 1.2 sub b en c genoemde onmiddellijke voorzieningen ingetrokken, in reactie op de mededeling van de advocaat van Goose Craft en belanghebbenden dat de eerder voorgenomen emissie van de baan is. Ter zitting heeft Goose Craft haar verweer vermeerderd met een verzoek om op de voet van artikel 2:350 lid 2 BW vast te stellen dat [A] haar verzoek niet op redelijke gronden heeft gedaan.

2 De feiten

2.1

Goose Craft is op 6 november 2007 opgericht door Hadico. [A] is sinds 2008 aandeelhouder en [D] sinds 2012. Hadico houdt thans 54% van de aandelen in Goose Craft, [A] 36% en [D] 10%. Hadico is enig bestuurder van Goose Craft.

2.2

[B] (hierna: [B] ) is enig aandeelhouder en enig bestuurder van [A] . [C] (hierna: [C] ) is enig aandeelhouder en enig bestuurder van Hadico. [E] (hierna: [E] ) is enig aandeelhouder en enig bestuurder van [D] .

2.3

Goose Craft verkoopt leren jassen en schoenen onder de merknaam Goosecraft, onder meer via twee eigen winkels en online. [C] richt zich hoofdzakelijk op de inkoop en productie (in Azië). [B] richt zich hoofdzakelijk op de verkoop en collectie-ontwikkeling.

2.4

[A] en Hadico zijn ook betrokken bij een aantal andere vennootschappen:

Smashbox B.V. een vennootschap gericht op distributie van verschillende modemerken; de aandelen in Smashbox worden gehouden door Hadico (45%), [A] (45%) en [F] (10%);

Smashbox Retail B.V. een vennootschap die een winkel exploiteert; de aandelen in Smashbox Retail worden gehouden door Hadico (50%) en [A] (50%);

Netraco Garments B.V. een groothandel in kleding; de aandelen in Netraco Garments worden gehouden door Hadico (70%) en (indirect) door [G] (30%). Hadico is enig bestuurder van Netraco Garments;

Ibana B.V. en Netraco B.V. vennootschappen die ook actief zijn in de mode-industrie; Hadico en (indirect) [G] zijn van beide vennootschappen aandeelhouder en bestuurder;

Krakatau B.V. een vennootschap die zich richt op de verkoop van een specifiek type jassen en waarvan Hadico en een derde de aandeelhouders en bestuurders zijn.

2.5

Met het oog op de verhuizing van Goose Craft en de in 2.4 genoemde vennootschappen naar een nieuwbouw bedrijfsruimte aan de Rigakade in Amsterdam zijn tussen de projectontwikkelaar Imagewharf B.V. (hierna: Imagewharf) enerzijds en Goose Craft en Netraco Garments anderzijds op 26 januari 2017 twee afzonderlijke ontwikkelingsovereenkomsten gesloten. Goose Craft heeft de derde verdieping van het pand aan de Rigakade gehuurd en Netraco Garments de vierde verdieping. De beide overeenkomsten bevatten een beding inhoudende dat 50% van de door de ontwikkelaar te realiseren winst op het door Goose Craft respectievelijk Netraco Garments gehuurde gedeelte van het pand zal toekomen aan Goose Craft respectievelijk Netraco Garments. De ontwikkelingsovereenkomst tussen Imagewharf en Netraco Garments houdt daarnaast in dat indien Netraco huurders aanbrengt voor de begane grond, eerste en/of tweede verdieping van het pand, Netraco Garments recht heeft op 35% van de winst gerelateerd aan de desbetreffende verdiepingen en dat Netraco Garments in alle andere gevallen recht heeft op 25% van de winst gerelateerd aan de eerste en tweede verdieping. De huurovereenkomst tussen Imagewharf en Goose Craft met betrekking tot de derde verdieping van het pand aan de Rigakade houdt onder meer in dat Imagewharf aan Goose Craft een inrichtingsbijdrage van € 133 ex btw per vierkante meter zal betalen, uiterlijk zes maanden voor de huuringangsdatum.

2.6

Bij e-mail van 20 oktober 2017 heeft [H] , controller in dienst van Netraco Garments (verder: [H] ), aan [B] , [E] en [C] een maandrapportage over september 2017 toegezonden en aangekondigd dat vanaf januari 2018 de maandelijkse rapportages worden uitgebreid met meer vergelijkende cijfers en KPI’s. Vanaf 2018 zijn aan [B] , [E] en [C] wekelijks rapportages gezonden met betrekking tot de omzet, voorraadpositie, crediteurenpositie en debiteurenpositie van Goose Craft.

2.7

Bij e-mail van 7 december 2017 heeft [H] aan [B] , [E] en [C] een berekening van het liquiditeitstekort van Goose Craft (en Smashbox) gezonden. Het overzicht geeft blijk van een liquiditeitstekort van Goose Craft in december 2017 en januari 2018 van € 439.903. De e-mail houdt onder meer in dat het van belang is na te gaan hoe oudere voorraden op korte termijn te gelde kunnen worden gemaakt.

2.8

In december 2017 heeft Goose Craft (tezamen met Smashbox) de derde verdieping van het pand aan de Rigakade in gebruik genomen en Netraco Garments (tezamen met Ibana en Kakatau) de vierde verdieping.

2.9

Tijdens een gesprek tussen partijen op 20 maart 2018 heeft Hadico haar aandelen in Goose Craft aangeboden aan [A] en [D] voor € 1, onder voorwaarde dat de vorderingen in rekening-courant van Hadico (€ 200.000) en van Netraco Garments (€ 184.000) volledig worden afgelost op datum van aandelenoverdracht. [B] heeft bij e-mail van 22 maart 2018 positief op dit voorstel gereageerd en verzocht om nadere (financiële) gegevens. Op 23 maart 2018 heeft Hadico haar voorstel telefonisch ingetrokken.

2.10

Op 16 april 2018 heeft [C] aan [B] en [E] gemeld dat Goose Craft haar schuld in rekening-courant aan Hadico en Netraco Garments (van in totaal € 384.000) heeft afgelost en dat [E] en [C] “zullen zorgen voor financieringstekort van [Goose Craft]”.

2.11

Bij brief van 20 april 2018 heeft de advocaat van [A] aan Hadico vragen gesteld over de financiële situatie van Goose Craft. [A] verzoekt in de brief voorts om de aflossing van de schuld in rekening-courant aan Hadico en Netraco Garments ongedaan te maken en om toezending van een aantal documenten.

2.12

In reactie op de brief van 20 april 2018 heeft Goose Craft zich bij brief van haar advocaat van 4 mei 2018 onder meer op het standpunt gesteld dat [B] als feitelijk bestuurder van Goose Craft op de hoogte is van de operationele en financiële gang van zaken binnen de onderneming en dat [B] als aandeelhouder al sinds jaar en dag maandelijkse financiële rapportages ontvangt. De brief houdt voorts in dat seizoensgebonden liquiditeitsproblemen zich al jaren voordoen en dat daarin telkens wordt voorzien door leningen van de aandeelhouders, in het bijzonder van Hadico en [D] . De brief bevat voorts een toelichting op de kosten van Goose Craft en de financiële aspecten van de verhuizing naar de Rigakade. Goose Craft heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat er geen grond is om de aflossing van de rekening-courant vorderingen van Hadico en Netraco Garments ongedaan te maken. Met betrekking tot de opgevraagde informatie heeft Goose Craft aangevoerd dat [B] daarover voor een deel al beschikt en voor het overige heeft Goose Craft de gevraagde informatie verstrekt, althans heeft zij zich bereid verklaard die te verstrekken. Tenslotte wordt in de brief aangedrongen op overleg tussen [C] , [E] en [B] over een ontvlechting door overname door Hadico van de door [A] gehouden aandelen.

2.13

Eveneens op 4 mei 2018 heeft [H] aan [B] , [C] en [E] een liquiditeitsprognose 2018 toegezonden waaruit blijkt dat Goose Craft in juli 2018 een liquiditeitstekort heeft van ruim € 1.000.000.

2.14

Na de hierboven genoemde brief van de advocaat van Goose Craft van 4 mei 2018, is tussen de advocaten van partijen nader gecorrespondeerd. Mr. Vroom heeft zich namens Goose Craft op 8 mei 2018 op het standpunt gesteld dat indien [A] niet bereid is bij te dragen aan de financiering van de onderneming, zij zal moeten verwateren. Bij e-mail van 15 mei 2018 heeft mr. Loosen nadere vragen gesteld over de uitvoering van de ontwikkelingsovereenkomst tussen Imagewharf en Goose Craft van 26 januari 2017. Die vragen heeft de advocaat van Goose Craft beantwoord bij brief van 23 mei 2018.

2.15

Bij brief van hun advocaat van 8 juni 2018 hebben Hadico en [D] de door hen gehouden aandelen in Goose Craft en heeft Hadico de door haar gehouden aandelen in Smashbox en Smashbox Retail aan [A] aangeboden voor een koopsom van in totaal € 541.677. In een bij deze brief gevoegd memo van DVC International van 5 juni 2018 wordt aan deze aandelen een “indicatieve waarde” per 1 mei 2018 toegekend van € 853.503. Hadico heeft zich in de brief ook bereid verklaard de door [A] gehouden aandelen in Goose Craft over te nemen op basis van dezelfde voorwaarden. Tussen partijen is nadien geen overeenstemming bereikt over een ontvlechting in de vorm van een aandelenoverdracht.

2.16

Op 26 juni 2018 heeft ABN AMRO het aan Goose Craft verstrekte krediet in rekening-courant verhoogd van € 1,7 miljoen tot € 2,4 miljoen (vooralsnog) tot 25 juli 2018.

3 De gronden van de beslissing

3.1

[A] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Goose Craft en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Ter toelichting heeft [A] – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht:

  1. Hadico heeft in maart 2018 haar aandelen in Goose Craft aangeboden voor € 1, maar heeft dat aanbod vervolgens ingetrokken en nadien, in april, de schulden in rekening-courant van Goose Craft aan Hadico en Netraco Garments afgelost. In mei 2018 heeft Hadico vervolgens aangedrongen op het verstrekken van financiering mede door [A] , onder dreiging van verwatering indien zij daartoe niet bereid is.

  2. Goose Craft voert geen behoorlijk beleid om de structurele liquiditeitstekorten op te vangen en daarop te anticiperen. Er zijn veel onduidelijkheden in de rekening-courantverhouding tussen Goose Craft en Netraco Garments. Kennelijk stelt Goose Craft liquide middelen ter beschikking aan Netraco Garments en kampt zij vervolgens zelf met liquiditeitstekorten. Er bestaan geen schriftelijke afspraken over de door Netraco Garments aan Goose Craft in rekening te brengen bedragen. Hadico heeft een tegenstrijdig belang bij de financiële verhoudingen tussen Goose Craft en Netraco Garments.

  3. De aan Goose Craft toekomende winstdeling (overeengekomen in de ontwikkelingsovereenkomst) en inrichtingsbijdrage (overeengekomen in de huurovereenkomst) is ten onrechte niet aan haar maar aan Netraco Garments uitbetaald en daarover door [A] gestelde vragen zijn niet toereikend beantwoord door Goose Craft.

  4. Er wordt geen structureel bedrijfseconomisch beleid gevoerd gericht op verbetering van de winstgevendheid. Er zijn geen businessplannen of andere visies van het bestuur. De verkoopresultaten zijn goed, maar onduidelijk is welk beleid gevoerd wordt met betrekking tot de (inkoop)kosten.

  5. Hadico is zowel bestuurder van Goose Craft als van Netraco Garments, terwijl Goose Craft en Netraco Garments tegenstrijdige belangen hebben in het bijzonder met betrekking tot onderlinge doorbelasting van kosten, de verstrekte financieringen over en weer in rekening-courant en het pand aan de Rigakade. Hadico handelt in strijd met artikel 2:239 BW door niettemin over deze zaken te besluiten.

  6. Er worden geen aandeelhoudersvergaderingen gehouden en geen jaarrekeningen vastgesteld. De informatievoorziening aan [A] als aandeelhouder is gebrekkig en bestuursbesluiten worden niet vastgelegd.

  7. Het op 4 mei 2018 geprognosticeerde liquiditeitstekort van Goose Craft in juli 2018 van ruim € 1.000.000 is veel hoger dan het op 20 maart 2018 geprognosticeerde tekort van € 305.000, zonder dat daarvoor een redelijke verklaring bestaat. Ook de wijze waarop de door [A] op 20 april 2018 gestelde vragen zijn beantwoord geeft blijk van een tekortschietende informatievoorziening.

  8. Kennelijk worden aan de bank andere cijfers getoond dan de werkelijke cijfers. De boekwaarde van de (verouderde) voorraad van Goose Craft wordt kunstmatig hoog gehouden. [C] duldt geen tegenspraak en hanteert een dominante en autoritaire bestuursstijl. Het wantrouwen over en weer en de verstoorde onderlinge verstandhouding heeft nadelige invloed op Goose Craft.

[A] acht de verzochte onmiddellijke voorzieningen vereist om te waarborgen dat de status-quo binnen Goose Craft wordt gehandhaafd, een goede governance wordt hersteld en een faillissement van Goose Craft wordt voorkomen.

3.2

Goose Craft en belanghebbenden hebben gemotiveerd verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal dit verweer hierna betrekken bij de beoordeling van het verzoek van [A] .

3.3

De Ondernemingskamer oordeelt als volgt.

Aanbieding van aandelen, aflossing van rekening-courant en dreigende verwatering van [A]

3.4

Met betrekking tot de in 3.1 sub a genoemde gronden van het verzoek, geldt dat de omstandigheid dat Hadico haar aanbod tot verkoop van haar aandelen tegen een prijs van € 1 heeft ingetrokken (voordat dit aanbod was aanvaard), geen reden is voor twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken. De aflossing van de schulden in rekening-courant van Goose Craft aan Hadico en Netraco Garments is evenmin een gegronde reden; niet in geschil is dat die schulden opeisbaar waren en dat Hadico en Netraco Garments niet verplicht waren de financiering in de vorm van ongedekte kredieten in rekening-courant voort te zetten. Uit door Goose Craft, Hadico en [D] overgelegde stukken blijkt dat in het verleden door aandeelhouders verstrekte financiering in rekening-courant ter overbrugging van liquiditeitstekorten steeds op korte termijn door Goose Craft zijn teruggestort.

3.5

Tegen deze achtergrond geeft het ook geen blijk van een onjuiste gang van zaken dat Hadico in mei 2018 heeft aangedrongen op financiering van Goose Craft door middel van een uitgifte van aandelen, hetgeen tot gevolg zou hebben dat het belang van [A] verwatert indien zij aan de emissie niet, of niet naar rato van haar belang, zou deelnemen. Zoals is vermeld in het verweerschrift en door de advocaat van Goose Craft, Hadico en [D] is bevestigd ter zitting, is een emissie niet meer aan de orde omdat Hadico en [D] niet meer bereid zijn aandelen te nemen in Goose Craft zolang ook [A] aandeelhouder is (zie ook 1.4).

Liquiditeitstekorten

3.6

De periodieke liquiditeitstekorten van Goose Craft, die [A] aan zijn in 3.1 sub b weergegeven grondslag aan de orde heeft gesteld, doen zich al een aantal jaren voor. Uit het door Goose Craft overgelegde overzicht van stortingen door aandeelhouders in de periode 2011 tot en met 2017 (waarvan de juistheid niet is bestreden), blijkt dat de aandeelhouders (vanaf 2016 ook [A] en [D] ) in rekening- courant leningen hebben verstrekt aan Goose Craft ter overbrugging van de seizoensgebonden liquiditeitstekorten in de maanden juni tot en met augustus en december tot en met februari. Uit het overzicht blijkt voorts dat de financiering door Hadico omvangrijker is dan correspondeert met haar relatieve belang in Goose Craft en de financiering door [A] geringer is dan correspondeert met haar belang. In het midden kan blijven of – zoals Goose Craft, Hadico en [D] hebben gesteld en [A] heeft betwist – tussen de aandeelhouders was afgesproken dat de aandeelhouders naar rato van hun belang de benodigde financiering zouden verstrekken. Naast deze (periodieke) financiering door de aandeelhouders, heeft Goose Craft een bancair krediet aangetrokken, welk krediet in de loop der jaren is verhoogd, in 2017 tot € 1,7 miljoen en in 2018 (vooralsnog tijdelijk) tot € 2,4 miljoen (zie 2.16).

3.7

Het standpunt van [A] dat niet verklaarbaar is waarom het op 4 mei 2018 geprognosticeerde liquiditeitstekort veel hoger is dan het op 20 maart 2018 geprognosticeerde tekort (zie 3.1 sub g), is door Goose Craft, Hadico en [D] weersproken. Zij hebben er op gewezen dat het verschil verklaard wordt door de aflossing van de rekening-courant met Netraco Garments en Hadico en doordat vanaf 24 april 2018 de bank betalingen aan leveranciers uit hoofde van documentair krediet direct – en niet pas na 60 dagen zoals voorheen – ten laste brengt van de kredietruimte. Bij e-mail van 24 april 2018 heeft [H] dit laatste aan [B] , [C] en [E] gemeld.

3.8

Als oorzaken voor het periodieke liquiditeitstekort hebben Goose Craft, Hadico en [D] onder meer gewezen op de omvang van de niet verkochte (en inmiddels gedateerde) voorraad, het feit dat de verkoop lager is dan gebudgetteerd en dat aanzienlijke kosten zijn besteed aan internationale expansie zonder dat dit (vooralsnog) relevante stijging van de omzet heeft opgeleverd. Met betrekking tot voorraad blijkt uit door Goose Craft overgelegde stukken dat vanaf 2014 de voorraad door Goose Craft als te hoog werd beschouwd, dat het tot de taken van [B] behoorde om de voorraad af te bouwen (zie ook 2.6) en dat de voorraad per 31 mei 2018 een omvang had van 37.681 stuks. Uit de door Goose Craft overgelegde cijfers blijkt dat de verkoop in Nederland gedurende de laatste anderhalf jaar substantieel achterblijft bij de (oorspronkelijk) gebudgetteerde verkoop, hetgeen bijdraagt aan de groei van de voorraad en aan liquiditeitstekorten. Uit de cijfers blijkt voorts dat de verkoop in België, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten achterblijven bij de (oorspronkelijke) verwachtingen.

3.9

[A] heeft bestreden dat de door Goose Craft, Hadico en [D] genoemde redenen de liquiditeitsproblemen kunnen verklaren, maar dat betoog kan niet leiden tot de slotsom dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen, omdat [A] , ondanks dat zij volledig is geïnformeerd over de operationele en financiële gang van zaken, heeft nagelaten concreet aan te wijzen in welk opzicht het operationele of financiële beleid van Goose Craft tekortschiet. De enkele stelling dat, gezien de omzet van Goose Craft, de liquiditeitstekorten slechts verklaard kunnen worden doordat er “dingen niet in de haak zijn” in rekening-courantverhouding met Netraco Garments en aan de inkoopzijde van de onderneming, biedt onvoldoende houvast voor de vaststelling van gegronde reden om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen.

De rekening-courant tussen Goose Craft en Netraco Garments

3.10

Het is juist dat de rekening-courant tussen Goose Craft en Netraco Garments intensief wordt gebruikt. Niet gebleken is dat daarbij in strijd met het belang van Goose Craft is gehandeld. Tussen 30 september 2010 en 14 april 2018 was het gemiddelde saldo een schuld van Goose Craft aan Netraco Garments, zodat niet gezegd kan worden dat Goose Craft is gebruikt ter financiering van de activiteiten van Netraco Garments.

3.11

Ter zitting heeft [A] een aantal vragen opgeworpen met betrekking tot de rekening-courantverhouding tussen Goose Craft en Netraco Garments. Omdat [A] deze vragen niet eerder heeft gesteld, terwijl zij eerder wel beschikte over de desbetreffende gegevens en Goose Craft heeft aangedrongen op een bespreking over bij [A] eventueel nog levende vragen en onduidelijkheden, kunnen de ter zitting opgeworpen vragen geen grond zijn voor toewijzing van het verzoek.

Rigakade 20 te Amsterdam

3.12

Anders dan [A] kennelijk meent, kan niet worden aangenomen dat de aan Goose Craft toekomende bedragen uit hoofde van de ontwikkelingsovereenkomst en de huurovereenkomst niet aan Goose Craft ten goede zijn gekomen. De door Goose Craft, Hadico en [D] aangevoerde gegevens houden in dat Imagewharf uit hoofde van de ontwikkelingsovereenkomst en de huurovereenkomst (zie 2.5) aan Goose Craft een bedrag verschuldigd was van € 398.611, te verminderen met € 288.635 aan inrichtingswerkzaamheden uitgevoerd in opdracht van Goose Craft. Het per saldo aan Goose Craft toekomende bedrag van € 109.976 is aan Netraco Garments uitbetaald en is op 31 december 2017 in rekening-courant geboekt tussen Goose Craft en Netraco Garments (als gevolg waarvan de schuld van Goose Craft aan Netraco Garments met dit bedrag verminderde tot ruim € 254.000 per 31 december 2017).

3.13

Goose Craft, Hadico en [D] hebben voorts toegelicht dat zowel de bate van € 398.611 als de verbouwingskosten van € 288.635 gedurende 10 jaar (de looptijd van de huurovereenkomst) in maandelijks gelijke bedragen worden verwerkt in het resultaat van Goose Craft.

3.14

[A] heeft de juistheid van een en ander niet toereikend bestreden; de stelling dat “niet kan worden uitgesloten” dat verbouwingskosten voor de vierde verdieping ten onrechte ten laste van Goose Craft zijn gebracht, acht de Ondernemingskamer te vaag. De beschreven gang van zaken geeft geen blijk van onjuist beleid of een onjuiste gang van zaken. Dat laatste geldt ook voor de informatievoorziening op dit punt omdat Goose Craft hierover reeds informatie heeft verstrekt in de correspondentie tussen partijen in mei 2018, in het bijzonder bij brief van 23 mei 2018 (zie 2.14) en niet is gebleken dat Goose Craft toen niet bereid was om eventueel resterende onduidelijkheden op dit punt nader toe te lichten.

Bedrijfseconomisch beleid

3.15

De nettowinst van Goose Craft over 2015 bedroeg € 180.825, over 2016 € 239.278 en over 2017 naar verwachting € 98.012. De omzet van Goose Craft over 2015 beliep ruim € 6,5 miljoen en over 2016 ruim € 5,9 miljoen. De enkele omstandigheid dat de winst in verhouding tot de omzet gering is en dat zich periodiek liquiditeitstekorten voordoen, is op zichzelf geen reden om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen.

3.16

In aanmerking genomen dat [A] – zoals hieronder nader aan de orde komt – beschikt of kan beschikken over alle operationele en financiële informatie met betrekking tot de onderneming, had het op haar weg gelegen om aan de hand van die gegevens concreet toe te lichten op welke onderdelen het bedrijfseconomisch beleid van Goose Craft zozeer tekortschiet dat een enquête gelast dient te worden. [A] heeft dat onvoldoende gedaan. Haar bewering dat winst zou zijn afgeroomd of dat ten onrechte kosten ten laste van Goose Craft zijn gebracht, heeft zij niet geconcretiseerd. Vragen die bij [A] zijn gerezen naar aanleiding van de aan haar verstrekte informatie, heeft zij niet (steeds) voorafgaand aan de indiening van haar verzoekschrift aan Goose Craft voorgelegd en zij heeft evenmin gebruik gemaakt van het aanbod van Hadico om vragen en onduidelijkheden in een bespreking op te helderen. De desbetreffende verwijten van [A] – “gegoochel met cijfers” – zijn aldus te speculatief.

Tegenstrijdig belang

3.17

Tussen Goose Craft en Netraco Garments bestaat een zekere verwevenheid omdat Goose Craft gebruik maakt van een aantal faciliteiten van Netraco Garments, waaronder het ERP systeem en personeel. Dat geldt ook voor Smashbox en Smashbox Retail, met dien verstande dat de verrekeningen tussen Netraco Garments en laatst genoemde vennootschappen verlopen via de rekening-courant tussen Netraco Garments en Goose Craft. [A] heeft volledig inzicht in het verloop van deze rekening-courantverhoudingen.

3.18

De enkele omstandigheid dat het aandelenbelang van Hadico in Netraco Garments groter is dan haar belang in Goose Craft – en Hadico om die reden belang heeft bij de doorbelasting van kosten door Netraco Garments aan Goose Craft – is op zichzelf geen reden om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen. Indien [A] meent dat aan Goose Craft ten onrechte kosten in rekening worden gebracht, ligt het op haar weg om aan Hadico als bestuurder van Goose Craft nadere opheldering te vragen over de specifieke rekening-courantposten die zij in twijfel trekt. Nu [A] dat heeft nagelaten en ook in haar processtukken niet heeft geconcretiseerd ten aanzien van welke posten sprake zou zijn van onjuistheden, kunnen haar verwijten met betrekking tot de doorbelasting van kosten niet leiden tot toewijzing van het enquêteverzoek.

Informatieverschaffing, niet bijeenroepen van algemene vergaderingen

3.19

De Ondernemingskamer ziet in de informatieverschaffing aan [A] (zie 3.1 sub f) geen reden om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen. Tussen partijen is in geschil of [A] al dan niet kan worden aangemerkt als feitelijk bestuurder van Goose Craft. Niet in geschil is dat hij binnen Goose Craft een leidinggevende positie bekleedt. Daarnaast blijkt uit de stukken dat de financiële en operationele gang van zaken van de onderneming frequent (wekelijks) wordt besproken tussen [C] , [B] en [E] en dat het besprokene in compacte verslagen of besluitenlijsten wordt vastgelegd. De controller ( [H] ) heeft in 2017 en 2018 de maandelijkse en later wekelijkse financiële rapportages gelijktijdig toegezonden aan [C] , [B] en [E] . [B] had volledig toegang tot financiële administratie van de onderneming en uit de stukken blijkt niet dat aan [B] in deze vergaderingen informatie is geweigerd. Wel blijkt daaruit dat [C] herhaaldelijk aandacht heeft gevraagd van [B] voor de cijfers van Goose Craft.

3.20

Nadat [A] bij brief van 20 april 2018 (zie 2.11) bezwaren had kenbaar gemaakt, heeft Goose Craft de vragen beantwoord, nadere informatie verstrekt en aangeboden resterende onduidelijkheden in de bespreking toe te lichten. Op dit laatste is [A] niet ingegaan.

3.21

Uit de stukken volgt dat een intensieve en tamelijk informele samenwerking bestond tussen [C] , [B] en [E] , gericht op het besturen van de onderneming van Goose Craft, waarbij tussen partijen een zekere taakverdeling bestond. [C] richt zich (tezamen met [E] ) op de inkoop bij leveranciers in Azië en [B] richt zich op de collectie-ontwikkeling, verkoop en voorraadbeheer. De omstandigheid dat, toen de verstandhouding tussen partijen nog goed was, niet tevens (formele) aandeelhoudersvergaderingen werden belegd, is daarom – en gelet op de beperkte omvang van de onderneming – geen grond voor het gelasten van onderzoek. [B] was voor het verkrijgen van informatie over de gang van zaken ook niet afhankelijk van de vergadering van aandeelhouders. Niet gebleken is dat hem ooit enige informatie is geweigerd en evenmin dat er besluiten zijn genomen waarover hij als aandeelhouder ten onrechte niet heeft kunnen meebeslissen. [B] heeft ook niet aangedrongen op het beleggen van (formele) aandeelhoudersvergaderingen. Dat jaarrekeningen niet formeel in een algemene vergadering zijn vastgesteld levert onder genoemde omstandigheden geen grond op voor het gelasten van een enquête.

3.22

De juistheid van de stelling van [A] dat Goose Craft aan de bank andere cijfers heeft getoond dan de werkelijke cijfers (3.1 sub h), is niet gebleken. De waardering van de voorraad is in overleg tussen [B] , [C] en [E] vastgesteld en die waardering is verwerkt in de aan de bank gepresenteerde cijfers.

Verstoorde verhoudingen

3.23

Niet in geschil is – en ter zitting is gebleken – dat de verstandhouding tussen [B] en [C] slecht is en dat dit de samenwerking tussen hen bemoeilijkt. Dit is op zichzelf geen gegronde reden om aan een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen. Het leidt bovendien niet tot een patstelling in het bestuur of de aandeelhoudersvergadering van Goose Craft.

Verzoek niet op redelijke gronden gedaan?

3.24

De Ondernemingskamer ziet geen grond voor het oordeel dat het enquêteverzoek van [A] niet op redelijke gronden is gedaan. Gelet op de financiële situatie waarin Goose Craft zich bevindt, is het begrijpelijk dat [A] vragen heeft over het beleid en de gang van zaken. In die hierboven weergegeven overwegingen ligt niet besloten dat het enquêteverzoek niet op redelijke gronden is gedaan.

Conclusie

3.25

De slotsom is dat niet gebleken is van gegronde redenen om aan een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen. De Ondernemingskamer zal het verzoek van Goose Craft daarom afwijzen en haar veroordelen in de kosten van het geding aan de zijde van Goose Craft, Hadico en [D] .

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst het enquêteverzoek van [A] af;

veroordeelt [A] in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van Goose Craft B.V., Hadico B.V. en [D] gezamenlijk begroot op € 3.948.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. H.J. Vetter, raadsheren, en mr. drs. B.M. Prins en mr. D.E.M. Aleman MBA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 13 september 2018.