Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3572

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-09-2018
Datum publicatie
19-11-2018
Zaaknummer
23-001739-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding art. 5 WVW. Verdachte mag de opgelegde geldboete in drie termijnen voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001739-18

datum uitspraak: 27 september 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-006387-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum 1] 1984,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 september 2018.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij:

op of omstreeks 9 november 2015 te Amsterdam op de weg, de Burgemeester Rendorpstraat, toen aldaar zijn motorrijtuig (personenauto) heeft geparkeerd op een parkeerstrook en/of zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig, onachtzaam en/of roekeloos, zonder dat hij, verdachte, over zijn linker schouder heeft gekeken en/of zonder of in onvoldoende mate in de binnen en/of linker buitenspiegel van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) te kijken en/of te blijven kijken, het linker voorportier van dat motorrijtuig (personenauto) heeft geopend, op het moment dat een fietsster zich dicht links naast, danwel dicht links achter voormeld motorrijtuig (personenauto) bevond, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

op 9 november 2015 te Amsterdam op de weg, de Burgemeester Rendorpstraat, toen aldaar zijn motorrijtuig (personenauto) heeft geparkeerd op een parkeerstrook en aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig zonder dat hij, verdachte, over zijn linker schouder heeft gekeken en zonder of in onvoldoende mate in de binnen en linker buitenspiegel van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) te kijken en te blijven kijken, het linker voorportier van dat motorrijtuig (personenauto) heeft geopend, op het moment dat een fietsster zich dicht links naast, danwel dicht links achter voormeld motorrijtuig (personenauto) bevond, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 450,00 subsidiair 9 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsvrouw heeft verzocht een lagere boete op te leggen dan de kantonrechter heeft gedaan omdat de verdachte financiële problemen heeft en bezig is om hulpverlening te krijgen in verband met zijn schulden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft, als bestuurder van een personenauto, gevaar veroorzaakt in het verkeer door het linker voorportier van zijn stilstaande auto te openen zonder over zijn linkerschouder te kijken. Dit heeft geresulteerd in een botsing van een fietsster, te weten [slachtoffer], tegen dat portier. [slachtoffer] is als gevolg van deze botsing hard op straat terechtgekomen en heeft pijn en letsel bekomen.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 450,00 (vierhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 3 (drie) termijnen van 3 maanden, elke termijn groot € 150,00 (honderdvijftig euro).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. R.D. van Heffen en mr. A.P.M. van Rijn, in tegenwoordigheid van

mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

27 september 2018.

[…]