Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3548

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-09-2018
Datum publicatie
06-11-2018
Zaaknummer
23-000342-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging vonnis met nadere overweging ten aanzien van het bewijs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000342-17

datum uitspraak: 28 september 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 26 januari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-230280-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

18 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het aan hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:

- artikel 63 Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wettelijke voorschriften zal toevoegen;

- de in het vonnis onder 3.2 opgenomen motivering van de bewezenverklaring aanvult met een nadere overweging;

- de in het vonnis onder 6 opgenomen motivering van de straf aanvult met een nadere overweging;

- een extra bewijsmiddel zal opnemen, te weten:

Een proces-verbaal van aanhouding door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 9

november 2016 (dossierpagina’s 70-71), inhoudende:

Op dinsdag 8 november 2016 omstreeks 22:55 uur, hielden wij op de locatie Newtonstraat,

Heerhugowaard, als verdachte aan:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedag] 1994

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Nadere overweging ten aanzien van het bewijs

Voor zover de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep nader heeft verklaard over het scenario dat hij de ijzerwaren niet heeft gestolen maar heeft gekocht - met name ten aanzien van de volgens de verdachte gebruikelijke gang van zaken bij de aan- en verkoop van oud ijzer - heeft dat het hof niet gebracht tot een ander oordeel dan de politierechter over de geloofwaardigheid van dat scenario, terwijl ook het hof geen aanleiding ziet te twijfelen aan de verklaringen en de waarnemingen van getuige Pruiksma.

Nadere overweging ten aanzien van de straf

Ter terechtzitting in hoger beroep hebben de verdachte en zijn raadsman ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte het volgende naar voren gebracht. De verdachte is bezig met het aflossen van zijn schulden en probeert aan het werk te gaan als vrachtwagenchauffeur. Nu hij voor dit beroep een Verklaring Omtrent Gedrag nodig heeft, is namens hem subsidiair verzocht een geheel voorwaardelijke geldboete op te leggen in plaats van een taakstraf.

Het hof overweegt het volgende.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 september 2018 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld, maar niet voor een soortgelijk delict. Het hof houdt echter in strafverzwarende zin rekening met de omstandigheid dat de verdachte het feit in vereniging met anderen heeft gepleegd en hierin het initiatief lijkt te hebben genomen.

In hetgeen namens de verdachte over zijn persoonlijke omstandigheden naar voren is gebracht ziet het hof geen aanleiding om een lagere straf op te leggen dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal in hoger beroep is gevorderd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. M.M. van der Nat en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool en D. de Jong, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 september 2018.

Mr. M.M. van der Nat en D. de Jong zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]