Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3489

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-09-2018
Datum publicatie
28-06-2019
Zaaknummer
200.149.943/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 27 maart 2018. Bevel deskundigenonderzoek en benoeming deskundige.

Zie ECLI:NL:GHAMS:2015:2849, ECLI:NL:GHAMS:2018:1014, ECLI:NL:GHAMS:2020:569, ECLI:NL:GHAMS:2021:329.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.149.943/01

zaak/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/524140/HA ZA 12-1022

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 25 september 2018

inzake

TMF AIRMARINE B.V.,

gevestigd te Rijnwoude,

appellante in principaal appel,

verweerster in voorwaardelijk incidenteel appel,

advocaat: mr. H.M. Punt te Amsterdam,

tegen:

HELLMANN WORLDWIDE LOGISTICS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerde in principaal appel,

appellante in voorwaardelijk incidenteel appel,

advocaat: mr. A. Knigge te Amsterdam.

1 Het verdere procesverloop

Partijen worden hierna wederom TMF en Hellmann genoemd.

Op 27 maart 2018 heeft het hof wederom een tussenarrest gewezen, waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld gelijktijdig een akte te nemen.

Hierna hebben TMF en Hellmann elk een akte genomen.

Vervolgens heeft Hellmann een antwoordakte genomen.

Ten slotte is opnieuw arrest gevraagd.

2 De verdere beoordeling

2.1

In het tussenarrest van 27 maart 2018 heeft het hof partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de hoogte van het voorschot van de te benoemen deskundige, dat door het hof vooralsnog op € 18.150,= (inclusief btw) is begroot. Van het tussenarrest is cassatieberoep opengesteld.

2.2

TMF heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt het hof te verzoeken terug te komen van de in rov. 2.5.3 van het tussenarrest van 27 maart 2018 gehanteerde tijdshorizon van 15 jaar, namelijk door geen tijdshorizon te hanteren, althans door aan te sluiten bij de operationele status van de F-15. Zij heeft in dat verband allereerst aangevoerd dat die tijdshorizon feitelijk onjuist is, omdat het vliegtuigtype F-15 nog steeds operationeel is, en dat, zolang dat het geval is, reële vraag bestaat naar onderdelen voor dat type. Daarnaast acht zij de tijdshorizon ook juridisch onjuist, omdat het in strijd is met de herstelfunctie van het schadevergoedingsrecht dat verkopen ná 15 jaar buiten de schadeberekening worden gehouden. Hellmann heeft op haar beurt verzocht het verzoek van TMF af te wijzen.

2.3

Het hof roept in herinnering dat het niet kan terugkomen van een eenmaal gegeven bindend eindoordeel, tenzij die beslissing berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. Geen van beide is hier het geval omdat, zoals Hellmann terecht heeft opgemerkt, de waarde wordt gemeten op het tijdstip waarop de schade (in dit geval: het verlies) optrad, zijnde 25 juli 2003, waarbij in het hanteren van een tijdshorizon de goede en kwade kansen om de onderdelen nadien te verkopen op een (naar ’s hofs oordeel) redelijke wijze zijn verdisconteerd. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

2.4

TMF refereert zich aan het oordeel van het hof over het voorschot van de deskundige. Ook Hellmann kan zich daarin vinden. Het voorschot zal daarom worden vastgesteld zoals begroot.

2.5

Geen van beide partijen heeft tussentijds cassatieberoep ingesteld. Het hof zal daarom thans overgaan tot benoeming van de deskundige als in het dictum te vermelden, opdat hij tot beantwoording van de aldaar vermelde vragen kan overgaan, en zal iedere verdere beslissing aanhouden.

3 Beslissing

Het hof:

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Wat was op 25 juli 2003 de waarde in het economisch verkeer van de partij vliegtuigonderdelen die zich bevond in het douane-entrepot van Hellmann?

a. De waarde in het economisch verkeer dient u te bepalen op de wijze zoals in rov. 2.5 tot en met 2.5.3 van het tussenarrest van 27 maart 2018 is beschreven.

b. U wordt verzocht daarbij uit te gaan van de onderdelen vermeld op het overzicht dat als productie 6 bij appeldagvaarding tevens houdende memorie van grieven door TMF in het geding is gebracht.

c. Voorts wordt u verzocht daarbij ervan uit te gaan dat de onderdelen zich vóór vernietiging in goede staat bevonden.

d. Verder dient u daarbij de navolgende aspecten mee te wegen:

i) het moet gaan om onderdelen met een identiek part-nummer, of op zijn minst om onderdelen met exact dezelfde toepassings-mogelijkheden;

ii) de ouderdom van de onderdelen (ofwel de tijd verstreken sinds de productie ervan);

iii) de aanwezigheid van de voor gebruik van de onderdelen verplichte luchtwaardigheidscertificaten en de ouderdom daarvan (ofwel de tijd verstreken sinds de afgifte daarvan);

iv) de staat van de onderdelen, in de zin van gebruikt of ongebruikt;

v) de juiste kwalificatie van de staat van de vernietigde onderdelen (factory new, new, new surplus, overhauled, repaired, etc.)

2. Heeft u verder nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn?

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

A.J.A. Appeldoorn

BAP Aviation Services B.V.

Industrieweg 8D-4

5066 XJ Moergestel

telefoon: [x]

mobiel: [x]

fax: [x]

email: [x]

bepaalt dat de griffier een afschrift van dit tussenarrest aan de deskundige zal toezenden;

bepaalt dat TMF vóór 16 oktober 2018 kopieën van de volgende overige gedingstukken aan de deskundige zal doen toekomen:

- de door het hof in deze zaak gewezen tussenarresten van 7 juli 2015, 23 februari 2016 en 27 juli 2018;

- het overzicht van de vernietigde onderdelen (productie 6 van TMF bij appeldagvaarding tevens houdende memorie van grieven);

- de daarbij behorende documentatie, waaronder de JAA Form One documenten en inkoopfacturen (productie 16 inleidende dagvaarding, attachment 3 bij productie 1 bij conclusie van antwoord van Hellmann);

- de overhaul documentatie en facturen van Hot Section Technologies Inc. en Wall Colmonoy Corporation (productie 9 van TMF bij appeldagvaarding tevens houdende memorie van grieven),

alsmede, na een verzoek daartoe van de deskundige, de andere door deze noodzakelijk geachte stukken, voor zover mogelijk;

wijst de deskundige op het bepaalde in artikel 198 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met name op de verplichting om bij het onderzoek partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en om in het schriftelijk bericht te doen blijken dat aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de inhoud van de opmerkingen en/of verzoeken;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek overigens zelfstandig – in de zin van artikel 198 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat wil zeggen niet onder leiding van het hof – zal verrichten;

bepaalt dat de deskundige een voorschot toekomt van € 18.150,= (inclusief btw);

bepaalt dat TMF als voorschot op de kosten van de deskundige voornoemd bedrag dient te voldoen; TMF zal daarvoor van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak een nota ontvangen met betaalinstructies; het bedrag moet worden voldaan binnen twee weken na ontvangst van die nota;

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van het desbetreffende voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen;

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk, ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van het hof vóór 29 januari 2019;

bepaalt dat de deskundige tegelijk met dit bericht zijn declaratie ter griffie zal indienen onder vermelding van zaaknummer 200.149.943/01;

verwijst de zaak naar de rol van 29 januari 2019 voor deskundigenbericht;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.C. Meijer, J.C.W. Rang en D.J. van der Kwaak en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 25 september 2018.