Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3432

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
01-10-2018
Zaaknummer
200.218.183/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot registratie van domeinnamen. Opzegging. Uitleg. De opzeggingsbrief moet zo worden uitgelegd dat de registraties dienden voort te duren tot het einde van de registratieperiodes van tien jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.218.183/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/604380 / HA ZA 16-288

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 september 2018

inzake

HOSTWAY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. K. Roderburg te Amsterdam,

tegen

STICHTING JUSTITIO ZUID,

gevestigd te Maastricht,

geïntimeerde,

tevens incidenteel appellante,

advocaat: mr. I.P. Rietveld te Arnhem.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Hostway en Justitio Zuid genoemd.

Hostway is bij dagvaarding van 3 mei 2017 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2017, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Justitio Zuid als eiseres en Hostway als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;

- memorie van antwoord in incidenteel appel.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Hostway heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vorderingen van Justitio Zuid zal afwijzen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Justitio Zuid tot terugbetaling van al hetgeen Hostway heeft betaald ingevolge het bestreden vonnis en veroordeling van Justitio Zuid in de kosten van het geding in beide instanties.

Justitio Zuid heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke vernietiging van het bestreden vonnis, veroordeling van Hostway – uitvoerbaar bij voorraad – tot betaling van een door het hof te begroten bedrag aan schadevergoeding en veroordeling van Hostway in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten en rente.

Hostway heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.

2 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1-2.8 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Voor zover deze feiten in hoger beroep niet in geschil zijn, dienen zij ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.

2.1

In 2007 heeft [A] (hierna: [A] ) domeinnamen laten registreren door de Belgische vennootschap Hostway BVBA als hosting provider. De activiteiten en domeinregistraties van [A] zijn overgegaan op de Belgische vennootschap People Business BVBA (hierna: People Business). Hostway is rechtsopvolger onder algemene titel van Hostway BVBA.

2.2

In een fax en een brief van [A] , gericht aan Hostway, gedateerd 28 november 2010, (hierna: de opzeggingsbrief) staat:

"Met deze fax bevestig ik dat ik alle onderstaande domeinnamen wens op te zeggen op het einde van de registratieperiode. Ik wens dus ALLE domeinnamen in mijn account niet te verlengen via Hostway bv op de vervaldatum. Gelieve goede ontvangst van dit schrijven te bevestigen via email."

De opzeggingsbrief vervolgt met een lijst van 217 domeinnamen. Bij iedere domeinnaam staat onder het kopje "vervaldatum" een datum, lopend van 14 februari 2011 tot 2 januari 2018.

2.3

Hostway heeft vóór het einde van de registratieperiodes domeinnamen vrijgegeven die op naam van [A] stonden geregistreerd. [A] heeft bericht dat dit niet de bedoeling was. Hostway heeft vervolgens de meeste domeinnamen weer op naam van [A] geregistreerd. Vijftien domeinnamen heeft zij niet meer op naam van [A] kunnen registreren.

2.4

In een brief van 19 juni 2014, geschreven namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Comparitio B.V., gevestigd te Rotterdam, (hierna: Comparitio) aan Hostway, staat dat [A] een vordering tot schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming op Hostway heeft. In deze brief is aan Hostway medegedeeld dat [A] deze vordering heeft verpand aan Comparitio.

2.10

Bij brief van 31 augustus 2015 (hierna: de toestemmingsbrief) is namens Comparitio bericht dat Comparitio in haar hoedanigheid van pandhoudster van de vordering op Hostway toestemming aan [A] , People Business en Justitio Zuid verleent om de in art. 3:246 lid 4 BW bedoelde bevoegdheden uit te oefenen met het oog op procederen tegen en incasseren bij Hostway.

2.11

In een akte van cessie van 17 september 2015 staat dat [A] en People Business een vordering hebben overgedragen aan Justitio Zuid. Deze vordering is als volgt omschreven:

"een vordering op het voormalige Hostway BVBA (...), alsmede op Hostway B.V., (...) en hun rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel, alsmede op iedere relevante derde, zoals Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (...) en Domain Name System Belgium vzw (...), hierna genoemd: Hostway c.s., verband houdend met (het aan partijen bekende feitencomplex rond) toerekenbare tekortkoming in de nakoming van overeenkomsten tot registratie van domeinnamen en/of onrechtmatige daad door Hostway c.s., waardoor de Overdrager vermogensschade heeft geleden, hierna genoemd: de Vordering. De vordering omvat naast de in artikel 6:142 lid 1 Burgerlijk Wetboek bedoelde nevenrechten en in afwijking van artikel 6:142 lid 2 Burgerlijk Wetboek tevens de opeisbare renten en boeten en verbeurde dwangsommen, alsmede wettelijk verschuldigde (omzet)belasting(en)."

3 Beoordeling

3.1

In dit geding heeft Justitio Zuid, verkort weergegeven, gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat Hostway aansprakelijk is wegens toerekenbare tekortkoming, althans onrechtmatige daad, en dat Hostway wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, primair te begroten in deze hoofdzaak, subsidiair op te maken bij staat, met rente en kosten.

De rechtbank heeft voor recht verklaard dat Hostway aansprakelijk is wegens toerekenbare tekortkoming en Hostway veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, op te maken bij staat. Het principaal appel is gericht tegen de toewijzingen. Het incidenteel appel is gericht tegen de beslissing van de rechtbank om de schade niet in de hoofdzaak te begroten en tegen de beslissing over de proceskosten.

3.2

De grieven I tot en met IV van Hostway stellen de inningsbevoegdheid van Justitio Zuid, de rechtsgeldigheid van de cessie en het belang van Justitio Zuid bij haar vordering aan de orde.

3.3

Grief I is gericht tegen de vaststelling van de rechtbank dat [A] zijn gepretendeerde vordering heeft verpand. Voor zover de grief beoogt te betogen dat de verpanding niet geldig is, is onvoldoende kenbaar tot uitdrukking gebracht waarom dat zo zou zijn. Het hof gaat daarom ervan uit dat de verpanding geldig is.

3.4

Hostway heeft aangevoerd dat niet duidelijk is of de toestemmingsbrief is ondertekend door iemand die bevoegd was Comparitio te vertegenwoordigen. Indien die brief niet bevoegdelijk is ondertekend, heeft Justitio Zuid niet de bevoegdheid verkregen om in rechte nakoming van de verpande vordering te eisen en deze te innen.

Comparitio heeft bij memorie van antwoord gesteld dat de brief is ondertekend door [B] , dat zij daartoe gemachtigd was door [C] en dat deze als enig bestuurder bevoegd is Comparitio te vertegenwoordigen. Ter onderbouwing van deze stellingen heeft Comparitio productie 3F met bijlagen in het geding gebracht. Voordat het hof hierover oordeelt, zal Hostway in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over deze stellingen en over deze productie met bijlagen (zie hierna onder rov. 3.18).

3.5

Hostway heeft betoogd dat de akte van cessie in zo algemene bewoordingen is opgesteld dat niet duidelijk is of de vordering zoals die uit de dagvaarding blijkt, is gecedeerd. Justitio Zuid en Hostway zijn ook betrokken bij een andere procedure, namelijk een procedure tussen Hostway en [D] (hierna: [D] ). Justitio Zuid heeft beslag gelegd onder [D] . Verder heeft Justitio Zuid een afdruk van een e-mailbericht van [D] in dit geding gebracht, aldus Hostway.

3.6

Dit betoog faalt. De akte van cessie kan redelijkerwijs niet anders begrepen worden dan dat het daarin omschreven (gepretendeerde) recht ("een vordering op (...) Hostway c.s., verband houdend met (het aan partijen bekende feitencomplex rond) toerekenbare tekortkoming in de nakoming van overeenkomsten tot registratie van domeinnamen en/of onrechtmatige daad door Hostway c.s.") ziet op de vordering die verband houdt met het hiervoor in rov. 2.1 tot en met 2.3 omschreven feitencomplex, waarop ook de dagvaarding ziet. De bemoeienissen van Justitio Zuid met het geschil tussen Hostway en [D] maken dat niet anders, reeds niet omdat Hostway niet heeft gesteld dat dat geschil betrekking heeft op een vordering van [A] of People Business op "Hostway c.s.". Ook voor het overige is onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat de akte redelijkerwijs anders begrepen kan worden. Het overgedragen recht is dus met voldoende bepaaldheid omschreven in de akte van cessie.

3.7

Hostway heeft betoogd dat Justitio Zuid geen belang bij de vordering heeft, omdat zij geen schade heeft geleden door de aan Hostway verweten gedragingen. De rechtbank heeft de vordering van Justitio Zuid echter zo opgevat dat zij niet vergoeding vordert van de schade die Justitio Zuid heeft geleden, maar van de schade die [A] en/of People Business hebben geleden (zie rov. 3.1 van het bestreden vonnis). Hiertegen is geen grief gericht. Ook het hof vat de vordering zo op. Het betoog slaagt dus niet.

3.8

Voor het overige houdt het hof ieder oordeel over de grieven I tot en met IV van Hostway aan.

3.9

De grieven V tot en met IX hebben betrekking op het oordeel van de rechtbank dat er sprake is van wanprestatie en op de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen.

3.10

De rechtbank is ervan uitgegaan dat de opzeggingsbrief in ontvangst is genomen bij de centrale balie van het verzamelpand waarin Hostway gevestigd was. Hostway heeft dit in hoger beroep niet betwist. Dit betekent dat de brief is verzonden naar een adres waarvan [A] redelijkerwijs mocht aannemen dat Hostway daar kon worden bereikt, en dat de brief daar is aangekomen. Daarom geldt de brief als ontvangen en heeft zij werking jegens Hostway. De omstandigheden dat in de brief om een ontvangstbevestiging per e-mail wordt gevraagd en dat [A] geen ontvangstbevestiging heeft gekregen, doen er niet aan af dat [A] redelijkerwijs mocht verwachten dat Hostway de brief had ontvangen en dat de brief ook als ontvangen geldt. Ten overvloede wijst het hof op een als productie 2AG overgelegde afdruk van een e-mailbericht van 15 juni 2011. Daarin deelt het billing team van Hostway mee dat de brief die [A] in november 2010 heeft verstuurd, is aangetroffen in het archief van Hostway. Hierop hebben partijen echter geen beroep gedaan.

3.11

De bewoordingen in de brief dat de registraties worden opgezegd "op het einde van de registratieperiode" zijn, in samenhang met het kopje "vervaldatum" en de daaronder genoemde data, zo duidelijk dat zij redelijkerwijs niet anders kunnen worden uitgelegd dan dat [A] de overeenkomsten tot registratie in die zin opzegde dat de registraties dienden voort te duren tot aan de data die onder dat kopje worden genoemd. Niet is betwist dat dit contractueel ook mogelijk was. Een opzegging tegen die data past ook goed bij de inrichting van de overeenkomsten, aangezien tussen partijen vast staat dat [A] slechts eenmaal vooraf een bedrag behoefde te betalen voor de registratie van een domeinnaam gedurende tien jaar. [A] kon de registraties dus tot aan het einde van de periodes van tien jaar laten voortduren zonder daarvoor nog te hoeven betalen. Hostway moest de brief ook daarom redelijkerwijs begrijpen als een opzegging tegen het einde van de registratieperiodes.

3.12

Hostway heeft betoogd dat het mogelijk is een domeinnaam te "verhuizen", in die zin dat de klant de domeinnaam behoudt, maar onderbrengt bij een andere host. Als professioneel handelaar in domeinnamen is [A] met die mogelijkheid bekend. Als [A] de domeinnamen nog niet wilde prijsgeven, was een verzoek om verhuizing het aangewezen verzoek geweest. Verder is [A] ermee bekend dat de duur van de diensten van Hostway, waaronder de registratie van domeinnamen, jaarlijks automatisch wordt verlengd voor een periode van één jaar, en dat de data waarop dat gebeurt, vervaldata worden genoemd. Mogelijke verwarring over de strekking van zijn opzegging bij Hostway had [A] daarom kunnen voorzien. Die dient voor zijn rekening te komen, aldus Hostway.

3.13

Dit betoog faalt. Het kan er niet toe leiden dat Hostway de opzeggingsbrief anders mocht begrijpen dat hiervoor in rov. 3.11 is omschreven, gelet op de duidelijke bewoordingen van de brief, in samenhang met de daarin genoemde data. Hostway diende uit die brief te begrijpen dat [A] de domeinnamen in ieder geval niet vóór het einde van de registratieperiodes van tien jaar wilde prijsgeven. Voor dat einde was er voor [A] geen enkele noodzaak om, indien hij de domeinnamen wilde behouden, een verzoek tot verhuizing in te dienen, ongeacht het antwoord op de vraag of hij als professioneel handelaar in domeinnamen moet worden aangemerkt.

3.14

Hostway heeft een beroep gedaan op e-mailberichten van 14 december 2010, 14 juni 2011, 20 juli 2011 en 2 augustus 2011. Deze e-mailberichten hebben geen invloed op de betekenis die Hostway redelijkerwijs aan de opzeggingsbrief moest toekennen ten tijde van de ontvangst daarvan, reeds niet omdat die e-mailberichten van latere datum zijn. Zij wijzen er ook bij lezing achteraf niet of nauwelijks op dat [A] de opzeggingsbrief anders kan hebben bedoeld dan hiervoor in rov. 3.11 is omschreven. Zo noemen zij geen datum waartegen er volgens [A] is opgezegd en heeft Hostway niet gesteld waarom de omstandigheid dat in het e-mailbericht van 14 december 2010 wordt geklaagd over het in rekening brengen van "recurring kosten", een aanwijzing zou zijn dat de opzeggingsbrief anders zou kunnen worden uitgelegd. Dat [A] in laatstbedoeld bericht schrijft dat hij alle pakketten en alle opdrachten bij Hostway heeft geannuleerd, kan niet tot een ander oordeel leiden, reeds niet omdat hij dit schrijft in het kader van zijn protest tegen het opnieuw in rekening brengen van kosten door Hostway. Uit het e-mailbericht van Hostway van 20 juli 2011, waarin staat dat alle domeinnamen "gesloten" zijn en niet meer "verlengd" worden, behoefde [A] redelijkerwijs ook niet te begrijpen dat Hostway zijn opzegging anders had begrepen dan als een opzegging tegen het einde van de registratieperiodes van tien jaar.

Indien Hostway ook vóór 28 november 2010 (in de periode februari-augustus 2010) opzeggingen van [A] per e-mail heeft ontvangen die redelijkerwijs bij Hostway aanleiding konden geven tot twijfel over de vraag of de opzeggingsbrief inderdaad bedoeld was overeenkomstig de duidelijke bewoordingen ervan, dan lag het op de weg van Hostway om navraag te doen bij [A] .

3.15

Op grond van het voorgaande verenigt het hof zich met het oordeel van de rechtbank dat Hostway toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van de met [A] gesloten overeenkomsten door de registraties eerder te beëindigen dan zij mocht doen als gevolg van de opzeggingen in de opzeggingsbrief. De grieven V tot en met IX van Hostway falen dus.

3.16

De grieven X tot en met XIII van Hostway zien op het oordeel van de rechtbank dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is en op de veroordeling van Hostway tot betaling van schadevergoeding. Het incidenteel appel van Justitio Zuid is gericht tegen de beslissing van de rechtbank om de schade niet in de hoofdzaak te begroten.

Gelet op de onderlinge samenhang zal het hof deze grieven van Hostway en het incidenteel appel gezamenlijk behandelen.

3.17

Zoals hiervoor in rov. 3.7 is overwogen, ziet de vordering op schade van [A] en People Business. Justitio Zuid heeft voldoende gesteld om schadebegroting in deze hoofdprocedure mogelijk te maken. Verwijzing naar de schadestaatprocedure is dus niet nodig. De omstandigheid dat in eerste aanleg de schade niet is begroot, zodat de schade niet in twee instanties zal worden begroot, indien het hof de zaak niet naar de schadestaatprocedure verwijst, is geen reden om daar anders over te oordelen. Het hof zal Hostway in de gelegenheid stellen om zich (nader) uit te laten over de stellingen van Justitio Zuid over het bestaan en de hoogte van de schade.

3.18

Het hof zal Hostway in de gelegenheid stellen een nadere memorie te nemen om zich uit te laten over de onderwerpen als hiervoor omschreven in rov. 3.4 en 3.17. Justitio Zuid zal daarop bij antwoordmemorie mogen reageren. Het hof houdt ieder verder oordeel aan.

4 Beslissing

Het hof,

rechtdoende in principaal en incidenteel appel:

verwijst de zaak naar de rol van 30 oktober 2018 voor nadere memorie aan de zijde van Hostway;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, A.P. Schoonbrood-Wessels en L.W. Louwerse en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 september 2018.