Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3362

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-09-2018
Datum publicatie
16-05-2019
Zaaknummer
23-001799-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van munitie met bijpassende munitie en een jammer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001799-17

datum uitspraak: 20 september 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-730002-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

6 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 14 januari 2017 te Amsterdam en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een Glock, model 26 en/of een Zastava M83/91, en/of munitie van categorie III, te weten 10 patronen (9 mm) en/of 12 patronen (kaliber .38), voorhanden heeft gehad.

2:
hij op of omstreeks 15 januari 2017 te Utrecht, in elk geval in Nederland, opzettelijk een radiozendapparaat, te weten: een draagbare jammer, een radiozendapparaat dat is gebouwd en ontworpen om GSM-, DCS- en UMTS verkeer te storen of onmogelijk te maken door het uitzenden van breedbandige radiosignalen in daarvoor gebruikte frequentiebanden heeft aangelegd en/of geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend;

en/of hij

op of omstreeks 15 januari 2017 te Utrecht, in elk geval in Nederland, een draagbare jammer, een radiozendapparaat dat is gebouwd en ontworpen om GSM- DCS en UMT verkeer te storen of onmogelijk te maken door het uitzenden van breedbandige radiosignalen in daarvoor gebruikte frequentiebanden, althans een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt en/of ontworpen tot het plegen van het misdrijf genoemd in 161 sexies lid 1 Wetboek van Strafrecht, het opzettelijk enig geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken en/of een stoornis veroorzaken van de werking van zodanig werk, tengevolge waarvan de wederrechtelijke verhindering en/of bemoeilijking van de opslag en/of verwerking van gegevens ten algemene nutte en/of stoornis in een openbaar telecommunicatienetwerk en/of in de uitvoering van een openbare telecommunicatiedienst is ontstaan (sub a) en/of terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of voor de verlening van diensten te duchten is (sub b); heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Het hof is – met de advocaat-generaal en de verdediging – van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 2 alternatief/cumulatief tenlastegelegde overtreding van de Telecommunicatiewet.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op of omstreeks 14 januari 2017 in Nederland wapens van categorie III, te weten een Glock, model 26 en een Zastava M83/91, en munitie van categorie III, te weten 10 patronen (9 mm) en 12 patronen (kaliber .38) voorhanden heeft gehad.

2:
hij op 15 januari 2017 te Utrecht een jammer, een radiozendapparaat dat is gebouwd en ontworpen om GSM-, DCS- en UMT-verkeer te storen door het uitzenden van breedbandige radiosignalen in daarvoor gebruikte frequentiebanden en ontworpen tot het plegen van het misdrijf genoemd in artikel 350c Wetboek van Strafrecht, met dat oogmerk voorhanden heeft gehad.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

het met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg ten laste gelegde bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor feit 1 en feit 2 (voor wat betreft het misdrijf van artikel 350d Wetboek van Strafrecht) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte is aangehouden op de openbare weg in Amsterdam terwijl hij een vuurwapen en bijpassende munitie bij zich droeg. De volgende dag is in de woning waar de verdachte verbleef nog een vuurwapen met munitie aangetroffen, alsook een jammer. Het voorhanden hebben van vuurwapens met munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het voorhanden hebben van een jammer is laakbaar omdat deze gebruikt kan worden voor het verstoren van onder andere elektronische communicatie en de opslag van gegevens.

Het hof acht, alles afwegende en rekening houdend met hetgeen tijdens het verhandelde ter terechtzitting is gebleken, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden, nu met een andere strafmodaliteit niet kan worden volstaan.

Inbeslaggenomen voorwerpen

De inbeslaggenomen wapens, munitie en jammer, met betrekking tot welke voorwerpen de onderscheiden feiten zijn begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36c, 57 en 350d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

pistool (5321174)

munitie (5321176)

revolver (5321383)

munitie (5321384)

jammer (5321556)

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. G. Oldekamp en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van

mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

20 september 2018.

Mr. Van Woensel is buiten staat dit arrest te ondertekenen.