Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3327

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-09-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
200.214.255/01 KG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Stichting Kankantrie verzet zich tegen het op de markt brengen van een vernieuwde versie van het “Groot Surinaams Kookboek” door de voormalig distributeur van dit kookboek. Zij vordert op haar beurt schadevergoeding omdat de Stichting het boek in strijd met de exclusieve distributieovereenkomst zelf op de markt heeft gebracht. Zij stelt bovendien zelf auteursrecht¬hebbende te zijn.

Anders dan de voorzieningenrechter in eerste aanleg, oordeelt het hof dat niet aannemelijk is geworden dat de Stichting het auteursrecht heeft verkregen op het kookboek. De Stichting stelt dat haar dit bij akte is overgedragen door de makers, maar zij is niet bereid geweest die akte in het geding te brengen, ondanks het feit dat die akte zich naar haar eigen zeggen in haar dossier bevond. Haar vorderingen worden daarom afgewezen.

De status van de tussen partijen gesloten distributieovereenkomst is onduidelijk. Ook volgens de voormalig distributeur valt niet uit te sluiten dat aan geen van partijen het auteursrecht toekomt. Of de Stichting onder die omstandigheden jegens de voormalig distributeur gehouden was zich te onthouden van het op de markt brengen van het boek, kan in het kader van dit kort geding niet worden vastgesteld.

De vorderingen worden over en weer afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.214.522/01 KG

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/621909/KG ZA 17-32

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 september 2018

inzake

[A] ,

wonend te [....] ,

appellante,

advocaat: mr. E. Doornbos te Badhoevedorp,

tegen

STICHTING KANKANTRIE,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M. Weij te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [A] en Kankantrie genoemd.

[A] is bij dagvaarding van 25 april 2017 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 13 maart 2017, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen Kankantrie als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en [A] als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie. De appeldagvaarding bevat de grieven.

Partijen hebben daarna nog de volgende stukken ingediend:

- conclusie van eis in hoger beroep (overeenkomstig de appeldagvaarding), met producties;

- memorie van antwoord, met producties.

Partijen hebben hun zaak ter zitting van het hof van 12 april 2018 doen bepleiten, [A] door mr. Doornbos voornoemd en Kankantrie door mr. Weij voornoemd, mr. Doornbos aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. Van de zijde van [A] zijn bij die gelegenheid nadere producties in het geding gebracht.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[A] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vorderingen van Kankantrie zal afwijzen en de vorderingen van [A] zal toewijzen, met veroordeling van Kankantrie in de kosten ven beide instanties.

Kankantrie heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling van [A] in de volledige proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv van, naar het hof begrijpt, het geding in hoger beroep.

2 Feiten

De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.7 de feiten opgesomd die zij bij de beoordeling van de onderhavige zaak tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Zij worden in rechtsoverweging 3.1 weergegeven.

3 Beoordeling

3.1. (

i) [A] houdt zich bezig met de distributie en het uitgeven van boeken. Op 11 maart 2009 heeft zij een distributieovereenkomst gesloten met Kankantrie. In deze overeenkomst is onder meer opgenomen dat Kankantrie zich toelegt op de productie en verkoop van het Groot Surinaams Kookboek (door Kankantrie in de dagvaarding ook “Oorspronkelijke versie” genoemd) en dat zij [A] wenst aan te wijzen als exclusieve distributeur/wederverkoper van dit kookboek.

(ii) De recepten in het kookboek zijn opgesteld door A.A. Starke en M. Samsin-Hewitt, respectievelijk voormalig directrice en lerares van de Eerste Surinaamse Huidhoud- en Industrieschool. Hun namen staan op de omslag van het kookboek vermeld. In het kookboek is op pagina 4 opgenomen:
Copyright © 1976; Stichting Kankantrie, Rotterdam; Onderwijspers (OTO), Utrecht, Holland.
Op pagina 3 is opgenomen:
Stichting Kankantrie te Rotterdam/Paramaribo
Stichting Eerste Surinaamse Huishoud- en Industrieschool te Paramaribo
in samenwerking met Onderwijspers (OTO) te Utrecht.

(iii) Bij brief van 27 juni 2015 heeft [A] , onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 7 van de distributieovereenkomst - waarin Kankantrie zich verbindt om niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van [A] de verkoop van het kookboek aan derden over te dragen - Kankantrie gesommeerd de verkoop van het kookboek via andere verkoopkanalen te staken.

(iv) Bij brief van 21 juli 2015 heeft Kankantrie [A] in gebreke gesteld omdat zij haar inspanningsverplichting van artikel 1 van de distributieovereenkomst zou hebben verzaakt. Om die reden was incidentele verkoop van het kookboek via andere verkoopkanalen uit nood geboren, aldus Kankantrie. Ook heeft [A] volgens de brief van 21 juli 2015 een betalingsachterstand laten ontstaan.

(v) Bij brief van 6 juni 2016 heeft Kankantrie de onder 2.1 genoemde overeenkomst ontbonden.

(vi) In 2016 heeft [A] onder de naam Uitgeverij [A] - Rotterdam de “Geheel herziene editie met 150 nieuwe recepten” van het Groot Surinaams Kookboek uitgebracht. Op de omslag van het boek is de naam Diana [A] vermeld. Op pagina 3 van het boek is opgenomen:
Volledig herzien en rijkelijk aangevuld door [A]
In het voorwoord, geschreven door [A] , is onder meer het volgende opgenomen:
Het Groot Surinaams Kookboek staat nu al bijna 40 jaar terecht bekend als het enige, echte (leer)boek van de Surinaamse keuken. Deze nieuwe druk is de volledig herziene versie hiervan, aangepast aan de moderne tijd en aangevuld met 150 recepten. Hierbij hebben wij de vertrouwde opmaak en stijl zoveel mogelijk gehandhaafd.
(…)
Op de pagina’s 6 tot en met 8 is een ‘Ten geleide’ opgenomen. Hierin is opgenomen dat de Nederlandse uitgever (bedoeld is OTO) aan Uitgeverij [A] toestemming heeft verleend voor de herziene uitgave.
(vii) Op 30 december 2016 heeft [A] Kankantrie een factuur gestuurd waarin zij over de jaren 2009-2015 aanspraak maakt op betaling van € 57.919,81 zijnde de “verkoopcommissie” op basis van artikel 7 van de distributieovereenkomst.

3.2.

Het geschil van partijen zoals in hoger beroep aan de orde spitst zich toe op de vraag of Kankantrie dan wel [A] of anderen als auteursrechthebbende(n) op Het Groot Surinaams Kookboek (hierna: het kookboek) heeft/hebben te gelden en of de voorzieningenrechter terecht Kankantrie als zodanig heeft aangemerkt onder toewijzing van (een groot deel van) de door deze jegens [A] ingestelde vorderingen. Tegen dit oordeel keert [A] zich in haar grieven 1 en 2.

Daarnaast stelt [A] door middel van haar grieven 3 en 4 aan de orde of de tussen partijen gesloten distributieovereenkomst als ontbonden moet worden beschouwd en of de voorzieningenrechter zich terecht onbevoegd heeft geacht om van de (reconventionele) vordering strekkende tot schadevergoeding wegens schending van de krachtens die overeenkomst geldende exclusiviteit kennis te nemen.

3.3.

[A] heeft ter weerlegging van het standpunt van Kankantrie dat deze laatste als auteursrechthebbende op het kookboek moet worden aangemerkt aangevoerd dat het boek - een verzameling van Surinaamse culinaire recepten - is ontstaan op initiatief van de Stichting Eerste Surinaamse Huishoud- en Industrieschool (hierna ook: de School) en door medewerkers van deze school is samengesteld. Volgens [A] wordt het boek sinds 1976 door Kankantrie in Nederland uitgebracht doch zonder dat de makers van het boek daartoe destijds toestemming hebben verleend. Kankantrie zou in het kader van een met de School getroffen regeling toestemming hebben gekregen om een reeds gedrukte oplage verder op de Nederlandse markt ter verkoop aan te bieden maar zou onrechtmatig handelen door nadien met het uitbrengen van (nieuwe drukken van) het boek voort te gaan. Volgens [A] heeft de School in de jaren zeventig van de vorige eeuw het auteursrecht op het boek aan haar vader, een in Suriname gevestigde uitgever die het boek in opdracht van de School zowel in Suriname als in Nederland uitbracht, overgedragen en heeft deze vervolgens, nadat [A] in Nederland een uitgeverij was begonnen, het auteursrecht aan haar overgedragen. Dat zij niettemin in maart 2009 ter zake van het op de markt brengen van het boek in Nederland met Kankantrie een distributieovereenkomst heeft gesloten wijdt zij aan bij haar opgetreden geheugenverlies als gevolg van ernstige gezondheidsklachten (waaronder een hersenbloeding) in 2006.

3.4.1.

Door Kankantrie wordt niet, althans niet voldoende gemotiveerd, betwist dat het kookboek destijds is samengesteld op initiatief van de School en dat deze althans de betrokken (op de kaft van het boek vermelde) medewerkers van de School als maker(s) van het kookboek in auteursrechtelijke zin hebben te gelden. Gelet hierop is - anders dan Kankantrie verdedigt – onvoldoende aannemelijk dat zich een situatie voordoet die tot het aannemen van een rechtsvermoeden in de zin van artikel 8 Auteurswet noopt.

De vraag die in het kader van de tegen het in conventie gewezen vonnis gerichte grieven (grieven 1 en 2) moet worden beantwoord is derhalve of Kankantrie voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij, zoals zij stelt, in de tweede helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw voor wat betreft de exploitatie in Nederland het auteursrecht op het kookboek heeft verworven.

3.4.2.

Anders dan de voorzieningenrechter is het hof van oordeel dat dit niet het geval is.

In het licht van de uitvoerig gemotiveerde en (in hoger beroep nader) met producties en schriftelijke verklaringen gestaafde betwisting door [A] van de door haar gepretendeerde rechten kon Kankantrie niet volstaan met een beroep op het feit dat het kookboek sinds 1976 met vermelding van een zogenaamde copyright notice in Nederland is uitgebracht, te minder nu deze vermelding naast die van de makers niet kwalificeert als openbaarmaking in de zin van artikel 8 Auteurswet. Het had daarom op haar weg gelegen haar standpunt omtrent de (wijze van) verkrijging van het auteursrecht te concretiseren en (zo mogelijk) met producties te staven. Kankantrie heeft in dit verband gesteld over een akte te beschikken door middel waarvan het auteursrecht destijds aan haar zou zijn overgedragen doch heeft noch bij memorie van antwoord noch bij pleidooi een afschrift daarvan in het geding gebracht en was, hoewel het desbetreffende stuk zich volgens haar ook in het ter gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep meegebrachte dossier bevond, desgevraagd niet bereid om dit stuk ter zitting te tonen of de inhoud daarvan aan het hof mede te delen. Aan deze opstelling van Kankantrie valt moeilijk een andere gevolgtrekking te verbinden dan dat, voor zover al sprake is van een akte, deze niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en wettigt in ieder geval de conclusie dat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat het auteursrecht op het kookboek destijds op rechtsgeldige wijze aan Kankantrie is overgedragen.

3.4.3.

Dit brengt mee dat er in dit (kort) geding vanuit moet worden gegaan dat Kankantrie het auteursrecht op het kookboek niet heeft verworven. Haar op die grondslag gebaseerde vordering is derhalve niet toewijsbaar en dient alsnog te worden afgewezen. De grieven 1 en 2 slagen derhalve in zoverre en behoeven voor het overige geen bespreking.

3.5.

Kankantrie heeft aan haar vordering subsidiair slaafse nabootsing ten grondslag gelegd.

Gelet op het geschil tussen partijen omtrent het (naar tussen partijen in confesso is nog steeds bestaande) auteursrecht op het kookboek en onduidelijkheid omtrent de uitoefening van daaruit voortvloeiende rechten is de door Kankantrie verlangde voorziening op deze grondslag evenmin toewijsbaar.

3.6.

Met betrekking tot de overige twee grieven, die de door [A] in reconventie ingestelde schadevordering wegens schending van de distributieovereenkomst betreffen, overweegt het hof als volgt. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat onduidelijkheid bestaat omtrent de status van de tussen partijen gesloten distributieovereenkomst, te meer nu [A] zich op het standpunt stelt dat het auteursrecht op het kookboek (mogelijk) noch aan Kankantrie noch aan haar toekomt doch bij de oorspronkelijke makers daarvan is blijven rusten. In hoeverre Kankantrie in de gegeven omstandigheden gehouden was op grond van de met [A] gesloten overeenkomst zich ervan te weerhouden het kookboek zelf op de markt te brengen en als gevolg van schending van die verplichting een recht van [A] op schadevergoeding is ontstaan behoeft ook in het licht hiervan nader feitelijk onderzoek, waartoe dit geding zich niet leent. Daar komt bij dat [A] niet heeft gesteld dat zij bij de toewijzing van haar schadevordering een spoedeisend belang heeft, laat staan dat zij die spoedeisendheid voldoende heeft toegelicht, zodat, ook los van de onduidelijkheid omtrent het bestaan en de omvang daarvan, haar vordering niet voldoet aan de voor toewijzing in kort geding te stellen eisen. De grieven treffen reeds om voornoemde redenen geen doel, behoudens dat het hof in het over een weer gestelde met betrekking tot de in de distributieovereenkomst voorziene arbitrale rechtsgang (partijen zijn het er over eens dat deze niet meer bestaat) aanleiding ziet om het vonnis in reconventie, waarbij de voorzieningenrechter zich onbevoegd heeft verklaard om van het geschil kennis te nemen, te vernietigen en in plaats daarvan de vordering van [A] af te wijzen.

3.7.

Het voorgaande brengt mee dat het vonnis zowel voor zover in conventie als in reconventie gewezen zal worden vernietigd en de over en weer ingestelde vorderingen zullen worden afgewezen.

Het hof ziet in de uitkomst van het hoger beroep aanleiding om de kosten van het geding in beide instanties te compenseren in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

4 Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep zowel voor zover in conventie als voor zover in reconventie gewezen;

wijst het over en weer gevorderde af;

compenseert de kosten van het geding in beide instanties in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.F. Aalders, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en G.J. Heevel en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 11 september 2018.