Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3307

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-04-2018
Datum publicatie
02-10-2018
Zaaknummer
23-000732-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak art. 10a van de Opiumwet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000732-17

datum uitspraak: 3 april 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-730019-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedatum] 1975,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 maart 2014 te Amsterdam en/of te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde lid en/of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne en/of MDMA, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, opzettelijk stoffen, te weten

- een of meerdere (grote) hoeveelhe(i)d(en) coffeïne en paracetamol en/of

- een of meerdere (grote) hoeveelhe(i)d(en) lidocaïne

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vrijspraak

Ten aanzien van het tenlastegelegde heeft de rechtbank overwogen dat de verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de inhoud van de tassen de illegale en criminele bestemming van het versnijden van harddrugs zouden hebben. De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op datzelfde standpunt gesteld. De verdediging heeft onder meer bestreden dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het voorhanden hebben van de uiteindelijk in de twee tassen aangetroffen stoffen coffeïne/paracetamol en lidocaïne dan wel dat hij wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de aangetroffen stoffen bestemd waren om als versnijdingsmiddel voor verdovende middelen te worden gebruikt.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de stukken in het dossier en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is naar voren gekomen dat de verdachte een zeer grote hoeveelheid stoffen voorhanden had, die als versnijdingsmiddelen bij de productie en verkoop van bij de Opiumwet verboden verdovende middelen als cocaïne en heroïne kunnen worden gebruikt.

De verdachte heeft – kort samengevat – verklaard dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de tassen aarde en/of mest bevatten. Het hof acht deze verklaring, gelet op de omstandigheden waaronder de verdachte in het bezit van de tassen is gekomen, ongeloofwaardig.

Het hof is desalniettemin van oordeel dat de verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, nu – ook al zou ervan uit worden gegaan dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van voormelde stoffen in de tassen – niet kan worden bewezen dat de verdachte ook wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die stoffen bestemd waren voor onder meer de productie van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I. Het enkele feit dat de overdracht van genoemde stoffen aan de verdachte op schimmige wijze is verlopen is daartoe onvoldoende.

Gezien het voorgaande is het hof – anders dan de rechtbank en het Openbaar Ministerie en met de verdediging – van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om een veroordeling van het tenlastegelegde te kunnen dragen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Beslag

Het hof gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  1. 14.00 STK Verpakkingsmateriaal, 4727676;

  2. 1.00 STK Tas Kl: groen, shoppertas met opdruk everest en dieren, 4727630;

  3. 1.00 STK Tas Kl: rood/wit, shoppertas, 4727644.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. STK Verpakkingsmateriaal, 4727676;

2. 1.00 STK Tas Kl: groen, shoppertas met opdruk everest en dieren, 4727630;

3. 1.00 STK Tas Kl: rood/wit, shoppertas, 4727644.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. G. Oldekamp en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid
van mr. F. van den Brink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 april 2018.

[…]