Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3268

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
25-09-2018
Zaaknummer
23-004050-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

mishandeling echtgenoot

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-004050-17

Datum uitspraak: 6 september 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 november 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-094234-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 mei 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn echtgenoot, [slachtoffer], heeft mishandeld door die [slachtoffer] een of meermalen in het gezicht en/of tegen het lichaam te slaan en/of te stompen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere strafoplegging komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 24 mei 2017 te Amsterdam, zijn echtgenote [slachtoffer], heeft mishandeld door die [slachtoffer] in het gezicht en tegen het lichaam te slaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.

De raadsman van de verdachte heeft het hof ter terechtzitting verzocht om een voorwaardelijke straf op te leggen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn echtgenote door haar in hun beider woning meermalen te slaan. De verdachte heeft hiermee de lichamelijke integriteit van zijn echtgenote op grove wijze aangetast. De verdachte heeft door zijn handelen niet alleen pijn, letsel en angst veroorzaakt, maar heeft ook het gevoel van veiligheid geschaad waarop zijn vrouw in haar eigen woning moet kunnen vertrouwen.

Gelet op de ernst van het feit en de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd is de straf die de politierechter heeft opgelegd niet ongebruikelijk en zonder meer gerechtvaardigd. Het hof ziet echter om de volgende redenen aanleiding om daarvan af te wijken.

Het hof constateert aan de hand van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 augustus 2018 dat de verdachte op 28 december 2017 ook is veroordeeld voor mishandelingen van zijn echtgenote, gepleegd op 27 en 28 juni 2017, tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 dagen en een voorwaardelijke taakstraf van 30 uren. Hiermee zal het hof in verlengde van het bepaalde van artikel 63 Sr in strafmatigende zin rekening houden. Verder kampte de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde met een alcoholprobleem. Aannemelijk is dat dit probleem mede heeft bijgedragen aan het ontstaan van agressiviteit richting zijn echtgenote. Blijkens een rapport van GGZ Inforsa van 6 oktober 2017 heeft de verdachte zich met ingang van 17 augustus 2017 voor zijn problematiek onder behandeling laten stellen van Jellinek Verslavingszorg. Uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep leidt het hof verder af dat de verdachte zijn alcoholgebruik inmiddels beter onder controle heeft en dat de relatie tussen hem en zijn echtgenote is verbeterd. Bovendien heeft hij na 28 juni 2017 geen strafbare feiten meer begaan die ter kennis van justitie zijn gekomen.

Op grond van het voorgaande is het hof is van oordeel dat een geheel voorwaardelijke straf, zoals door de raadsman verzocht en door de advocaat-generaal geëist, een passende en geboden reactie vormt op het bewezen feit.

Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63, 300 en 304 Sr.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. J.J.I. de Jong en mr. M.B. de Wit, in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 september 2018.

De griffier en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.