Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3265

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
25-09-2018
Zaaknummer
23-003853-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

belediging medewerker DWI

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003853-16

Datum uitspraak: 6 september 2018

TEGENSPRAAK (na aanhouding niet verschenen)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-177433-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 augustus 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk beledigend [slachtoffer] , in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Je bent zwart en je bent een aap" en/of "wat moet je nou zwarte aap", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere strafoplegging komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 29 augustus 2016 te Amsterdam, opzettelijk beledigend [slachtoffer] , in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Je bent zwart en je bent een aap".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat de verdachte niet de intentie heeft gehad de aangever [slachtoffer] te beledigen. De verdachte voelde zich door de aangever onbeschoft bejegend en in de Bosnische taal wordt het woord voor aap (“Majmun”) gebruikt voor een onbeschoft persoon. Verder heeft de verdachte niet bedoeld het woord ‘aap’ te gebruiken in samenhang met het woord ‘zwart’, aldus de raadsman.

Het hof overweegt het volgende.

Op basis van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat de verdachte de aangever, die blijkens zijn bij de aangifte afgelegde verklaring een donkere huidskleur heeft, tot drie maal toe de – letterlijke – woorden “Je bent zwart en je bent een aap” heeft toegevoegd en daarbij de nadruk op het woord ‘zwart’ legde. Het hof is van oordeel dat deze woorden op zichzelf beledigend zijn en dat de context waarin de uitlatingen zijn gedaan het beledigende karakter daarvan (bepaald) niet wegneemt. Het kan niet anders zijn dan dat de verdachte zich bewust is geweest van het beledigende karakter van de combinatie van de geuite woorden. De uitlatingen van de verdachte hadden dan ook onmiskenbaar de bedoeling de aangever te treffen in zijn eer en goede naam. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken waarvan 1 week

voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft, na een gesprek met een medewerker van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam met een voor de verdachte onbevredigende uitkomst, zijn zelfbeheersing verloren en zich vervolgens in krenkende en zeer discriminerende bewoordingen uitgelaten tegenover een beveiliger. De verdachte heeft daarmee de aangever in zijn persoonlijke eer en goede naam aangetast. Dit rekent het hof de verdachte sterk aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 augustus 2018 is hij tweemaal eerder onherroepelijk veroordeeld ter zake van belediging. Het hof acht het zorgelijk dat deze eerdere veroordelingen de verdachte er niet van hebben kunnen weerhouden zich opnieuw beledigend uit te laten. Gelet op de ernst van het feit en de recidive van de verdachte, zal het hof overgaan tot het opleggen van een taakstraf. Gezien de straffen die in soortgelijke gevallen aan recidivisten plegen te worden opgelegd, acht het hof oplegging van een (al dan niet voorwaardelijke) gevangenisstraf (nog) niet aan de orde.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf voor de duur van 30 uren passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 266 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.B. de Wit, in tegenwoordigheid van

mr. C. Schenker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 september 2018.

De griffier en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.