Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3225

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-09-2018
Datum publicatie
25-09-2018
Zaaknummer
23-004435-17
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal. GB € 300, subsidiair 6 dagen hechtenis. Uitwerking bewijsmiddelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004435-17

datum uitspraak: 4 september 2018

VERSTEK (niemand verschenen)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 december 2017 in de strafzaak onder parketnummer

13-170827-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

21 augustus 2018.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 1 september 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een broek, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan H&M, vestiging [adres 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 1 september 2017 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een broek, toebehorende aan H&M, vestiging [adres 2] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het hof acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de navolgende bewijsmiddelen zijn vervat.

1. Een aangifteformulier winkeldiefstal van 1 september 2017 betreffende de onderneming H&M, gevestigd [adres 2] te Amsterdam (doorgenummerde pagina’s 3-4) met bijlage.

Dit formulier houdt onder meer in, voor zover van belang en zakelijk weergeven, als verklaring van [naam 1], beveiligingsbeambte:

Op 01-09-2017 heeft 1e ondergetekende (het hof begrijpt: [naam 1]) gezien dat:

Hij zag dat deze persoon zonder het goed te hebben betaald de zaak verliet.

Nadat 1e ondergetekende deze persoon heeft aangesproken met bekendmaking van zijn functie: beveiliger

is deze aangehouden en overgebracht naar een onderzoeksruimte in dit pand door [naam 1] en [naam 3].

10. Deze persoon gaf op te zijn:

Naam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geb. dd/te: [geboortedatum]

Adres: [adres 1]

Woonplaats: [plaats]

Het goed van de genoemde onderneming is met toestemming teruggenomen.

Constatering in eigen bewoordingen.

Ik, [naam 1] , ben werkzaam bij de firma Hennes & Mauritz gelegen aan het [adres 2] te Amsterdam. Mijn functie binnen de hierboven genoemde onderneming is beveiliger. Ik ben gerechtigd aangifte te doen namens de benadeelde partij.

Op vrijdag 01-09-2017 zag ik dat de onder 10 genoemde persoon, hierna te noemen ‘de verdachte’, in de winkel rondliep. Ik zag dat de verdachte een zwarte broek van het rek afhaalde en vervolgens om haar heen bleef kijken. Hierna haalde de verdachte de broek van de hanger en vouwde deze op. Ik besloot haar hierna verder in de gaten te houden via ons camera systeem. De verdachte liep vervolgens naar een ander kledingrek met de broek in haar hand. Toen de verdachte van achter het kleding(het hof begrijpt: -rek) vandaan kwam, had zij de broek niet meer in haar handen. Ik vermoedde dat zij deze in de groene of zwart-witte tas heeft gestopt. Vervolgens begaf zij zich al snel richting uitgang zonder zich richting de kassa te begeven. Hierna ben ik naar beneden gegaan en heb ik in de winkel gekeken of ik de broek terug kon vinden. De broek was spoorloos. Hierna ben ik naar buiten gelopen en heb ik de verdachte net buiten de ingang aangesproken en mijn functie bekend gemaakt. Ik heb de verdachte gevraagd of ik in haar tassen mocht kijken. In de groene tas die zij bij zich had trof ik de zwarte broek van de H&M aan.

2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300-2017186494-5 van 1 september 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam 2] (doorgenummerde pagina’s 6-9).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 1 september 2017 tegenover de voornoemde verbalisant afgelegde verklaring van verdachte:

Ik ging naar de H&M. Ik zag een broek. Toch is deze broek in mijn tas gekomen. Toen was ik naar buiten gelopen. Na een poosje, niet gelijk, kwam de beveiliger van de H&M achter mij aan.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 300, subsidiair 6 dagen hechtenis met aftrek voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 300, subsidiair 6 dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal van een broek. Met haar handelwijze heeft de verdachte blijk gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van het gedupeerde winkelbedrijf. Dergelijke feiten veroorzaken bovendien schade en overlast voor winkelbedrijven.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 augustus 2018 is zij eerder onherroepelijk ter zake van winkeldiefstal veroordeeld. Dit weegt in het nadeel van de verdachte.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 2 september 2017 onder CJIB nummer [aanslagnummer] .

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M.M. van der Nat en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van

mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 september 2018.

mr. A.E. Kleene-Krom is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]