Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3203

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30-08-2018
Datum publicatie
21-09-2018
Zaaknummer
23-001361-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervoeren en aanwezig hebben van meer dan 28 kilo cocaine. Nadere bewijsmotivering vol opzet. Auto met geheim compartiment.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001361-18

datum uitspraak: 30 augustus 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-654141-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 juni 2017 tot en met 23 september 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen opzettelijk een hoeveelheid verdovende middelen, te weten: een hoeveelheid pakket(ten) (onder meer 28 pakketten en de pakketten die door de nog onbekende mannen van verdachte [verdachte] zijn mee- of weggenomen) van ongeveer 1 kilo bruto per pakket, met daarin cocaïne, zijnde cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, voornoemd op de bij de Opiumwet behorende lijst I binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland (al dan niet) als bedoeld in artikel 1 lid 4, 5 Opiumwet, heeft/hebben gebracht en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 23 september 2017 te Amsterdam opzettelijk een hoeveelheid verdovende middelen, te weten: een hoeveelheid pakketten (28 pakketten en de pakketten die door de nog onbekende mannen van verdachte Cara zijn meegenomen) met daarin cocaïne heeft vervoerd en aanwezig gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Nadere bewijsoverweging

Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat moet worden aangenomen dat de verdachte op de hoogte was van de inhoud van de koffer die hij vervoerde en dus “vol” opzet heeft gehad op het vervoeren en voorhanden hebben van cocaïne.

Het hof overweegt daartoe op grond van de inhoud van het dossier en verhandelde ter terechtzitting het volgende.

  • -

    De verdachte maakte gebruik van een Chrysler Gd Voyager met daarin een verborgen ruimte. Aan de onderzijde van de auto bevonden zich twee staaldraden die waren verbonden met een ontgrendel/vergrendel mechanisme dat was weggewerkt onder de bodemplaat. Door dit mechanisme te ontgrendelen kon een stalen klep worden geopend waardoor de verborgen ruimte zichtbaar was. Een dergelijke ruimte is geen voorziening die standaard in een voertuig aanwezig is of door een fabriek worden geleverd en dus achteraf ingebouwd op professionele wijze. De verdachte wist van deze ruimte blijkens zijn verklaring bij de rechtbank en was ook doende de koffer hierin te deponeren.

  • -

    De verdachte verklaarde ter terechtzitting bij de rechtbank dat hij deze auto, die op naam van zijn vrouw was gezet, in april of mei (het hof begrijpt: van 2017) had gekregen en daarvoor niets hoefde te betalen.

  • -

    De verdachte zou volgens zijn verklaring bij de rechtbank 2.000 euro krijgen voor de klus en gebruikte niet zijn eigen telefoon maar een telefoon die hij had gekregen. Deze telefoon was geëncrypteerd, hetgeen wijst op het geheime karakter van de communicatie.

  • -

    De verdachte had volgens zijn verklaring bij de rechtbank reeds eerder een pakket in de verborgen ruimte van de auto vervoerd en kreeg ook daarvoor 2.000 euro.

  • -

    De verdachte heeft bij de rechtbank verklaard dat het zijn verantwoording was om de koffer ergens heen te brengen en dat hij zijn leven riskeerde voor “dit soort dingen”. Zijn leven zou “twee keer zoveel in gevaar” zijn als het pakket verdwenen was.

Uit vorenstaande feiten en omstandigheden, bezien in samenhang met de overige te bezigen bewijsmiddelen leidt het hof af dat de verdachte wist dat hij cocaïne bij zich had en vervoerde.

Het tenlastegelegde wordt dan ook wettig en overtuigend bewezen geacht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

en

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 38 maanden, met aftrek van het voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren en voorhanden hebben van meer dan 28 kilo van een poeder bevattende cocaïne. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor de verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne en als afgeleide het gebruik ervan, betekenen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid, brengen onrust voor de samenleving met zich en kunnen, direct en indirect, leiden tot diverse vormen van criminaliteit. Het hof rekent het de verdachte aan, hieraan een bijdrage te hebben geleverd.

De aard en omvang van het feit rechtvaardigen de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur.

Bij het bepalen van de strafmaat wordt acht geslagen op de straf die in soortgelijke gevallen pleegt te worden opgelegd.

Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren passend en geboden.

In het voorgaande ligt besloten dat naar het oordeel van het hof de vordering van de advocaat-generaal onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit en voorts, dat om dezelfde reden niet kan worden volstaan met een lagere straf dan de hieronder bedoelde zoals, met een beroep op artikel 40a van de Regeling tijdelijk verlaten inrichting, bepleit door de raadsvrouw.

Verbeurdverklaring

De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten twee hengsels en een trolley

die aan de verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurdverklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van die voorwerpen het bewezen geachte is begaan.

Beslag

De anders dan hierboven bedoelde, onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven goederen, te weten een jas, een pakje sigaretten en papier, kunnen worden teruggegeven aan de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a en 55 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- hengsel tas (5456865)

- hengsel tas (5456866)

- trolley (5456879)

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- jas (5456893)

- pakje sigaretten (5456896)

- papier (5456900).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. A.M. van Woensel en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 augustus 2018.

Mrs. A.M. van Woensel en A.E. Kleene-Krom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.