Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3117

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-08-2018
Datum publicatie
09-04-2019
Zaaknummer
200.233.857/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appel van ECLI:NL:RBAMS:2017:8369. Incidentele vordering tot zekerheidstelling tegen in Zimbabwe gevestigde appellante Luxaflor. Onvoldoende gesteld door Luxaflor dat de uitzonderingen van art. 224 lid 2, onder c of d, Rv zich voordoen. Gelet op de moeilijkheden in het betaalverkeer met Zimbabwe mag de zekerheid worden gesteld door storting op de derdenrekening van de advocaat van Luxaflor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/260
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, Team I

zaaknummer : 200.233.857/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/592079 / HA ZA 15-730

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 augustus 2018

inzake

1 LUXAFLOR ROSES PFT LTD,

gevestigd te Zimbabwe,

2. AFRICAN FREIGHT SERVICES B.V.,

gevestigd te Warmenhuizen,

appellanten in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat: mr. M.G. Jansen te Haarlem,

tegen

ROSE CONNECT B.V.,

gevestigd te De Kwakel, gemeente Uithoorn,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. F. Diepraam te Haarlem.

Partijen worden hierna Luxaflor, AFS en Rose Connect genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

Luxaflor en AFS zijn bij dagvaarding van 12 februari 2018 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 november 2017, onder bovenstaand zaak-/rolnummer gewezen tussen Luxaflor en AFS als eiseressen in conventie en verweersters in reconventie en Rose Connect als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie, alsmede – voor zover nodig – van de beslissing houdende een aan hen gegeven bewijsopdracht als vastgelegd in het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 7 april 2016.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven tevens akte vermeerdering eis in hoger beroep;

- incidentele memorie tot stellen van zekerheid proceskosten ex artikel 224 Rv van Rose Connect;

- antwoordakte in het incident van Luxaflor en AFS.

Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.

Rose Connect heeft incidenteel gevorderd Luxaflor bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, te bevelen op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen vier weken na dit arrest zekerheid te stellen voor de proceskosten ten bedrage van € 16.879,-, althans voor een bedrag dat het hof juist acht, in de vorm van een op kosten van Luxaflor te stellen onherroepelijke afroepgarantie van een gerenommeerde Nederlandse bank op de gebruikelijke garantievoorwaarden, met veroordeling van Luxaflor in de proceskosten van het incident.

Bij memorie van antwoord in het incident hebben Luxaflor en AFS geconcludeerd dat het hof de incidentele vordering zal afwijzen, althans zal beslissen dat de zekerheid kan worden gesteld door middel van storting van een bedrag van € 4.235,-, althans een bedrag dat het hof juist acht, op de derdenrekening van Spectrum Advocaten, met veroordeling van Rose Connect in de kosten van de procedure in het incident.

2 Beoordeling

in het incident

2.1.

In het onderhavige incident tot zekerheidstelling heeft Rose Connect als eiseres in het incident aangevoerd dat Luxaflor gevestigd is in Zimbabwe, dat er geen verdrag is met Zimbabwe en dat zich evenmin een andere uitzondering voordoet als genoemd in artikel 224 lid 2 Rv. Om die reden heeft Rose Connect in het incident op de voet van artikel 224 lid 1 Rv gevorderd dat Luxaflor zekerheid zal stellen voor de proceskosten tot een bedrag van € 16.879,- althans een bedrag dat het hof juist acht.

2.2.

Luxaflor en AFS hebben verweer gevoerd op gronden waarop hierna, voor zover van belang, zal worden ingegaan.

2.3.

Op grond van artikel 224 lid 1 Rv dient degene die, zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland, bij een Nederlandse rechter een vordering instelt, op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan zij in die procedure veroordeeld zou kunnen worden, tenzij een van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen van toepassing is.

2.4.

Het hof stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat Luxaflor geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft, zodat zij in beginsel zekerheid dient te stellen. Vervolgens komt de vraag aan de orde of een van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen van toepassing is. Luxaflor doet daarbij met name een beroep op de uitzonderingen van artikel 224 lid 2 aanhef en onder c en d Rv. Luxaflor heeft allereerst als verweer aangevoerd dat aannemelijk is dat er voldoende verhaalsmogelijkheden in Nederland zijn, zodat het risico op een oninbare vordering klein is. Met dit betoog doet Luxaflor een beroep op de uitzondering onder c die inhoudt dat geen verplichting tot het stellen van zekerheid bestaat, indien redelijkerwijs aannemelijk is dat verhaal voor een veroordeling tot betaling van proceskosten in Nederland mogelijk zal zijn. Daarvoor geldt dat Luxaflor specifieke verhaalsinformatie zal dienen te verschaffen (vgl. Parl. Gesch. Herz. Rv, p. 394). Het hof acht het door Luxaflor daaromtrent gestelde onvoldoende. Dat door de gekozen bedrijfsvoering van Luxaflor veel handel in Nederland plaatsvindt, de debiteuren van Luxaflor zich in Nederland bevinden en al het betaalverkeer van Luxaflor via AFS in Nederland loopt, is onvoldoende specifiek om te kunnen concluderen dat redelijkerwijs aannemelijk is dat voldoende verhaalsmogelijkheden in Nederland op Luxaflor bestaan voor een veroordeling van deze in de proceskosten.

2.5.

Voorts heeft Luxaflor een beroep gedaan op de uitzonderingsgrond onder d, te weten dat geen verplichting tot het stellen van zekerheid bestaat indien daardoor voor degene van wie zekerheid wordt gevorderd de effectieve toegang tot de rechter zou worden belemmerd. Zij heeft echter geen omstandigheden gesteld, waaruit kan worden afgeleid dat voor haar de effectieve toegang tot de rechter zou worden belemmerd. Dat Luxaflor zich gedwongen voelt hoger beroep in te stellen, is daarvoor in elk geval onvoldoende. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan daarom niet worden aangenomen dat de uitzonderingsgrond onder d zich in dit geval voordoet.

2.6.

De vragen die partijen verder nog verdeeld houden, zijn hoe en tot welk bedrag de zekerheid gesteld moet worden.

2.7.

Rose Connect heeft het bedrag waarvoor zekerheid dient te worden gesteld, uitgaande van (volgens het liquidatietarief) zes punten, becijferd op € 16.879,-. Luxaflor en AFS hebben aangevoerd dat rekening gehouden moet worden met twee punten van het liquidatietarief en niet met zes, zoals Rose Connect heeft gedaan, omdat niet vaststaat dat een (contra)enquête zal plaatsvinden en een pleidooi. Het hof ziet, in aanmerking genomen dat het liquidatietarief (uitgaande van een belang van € 149.419,81) per punt € 3.161,- bedraagt, aanleiding de hoogte van de zekerheidsstelling vast te stellen op het door Rose Connect gevraagde bedrag van € 16.879,-. Het hof is daarbij uitgegaan van de door Rose Connect betaalde verschotten ter grootte van € 5.270,-, en van vier salarispunten voor proceshandelingen (één voor de incidentele conclusie, één voor een memorie van antwoord en twee voor een pleidooi) ad € 3.161,- per punt.

2.8.

Luxaflor en AFS hebben bezwaar gemaakt tegen het verzoek van Rose Connect om te bepalen dat de zekerheid gesteld wordt in de vorm van een bankgarantie, dit in verband met moeilijkheden in het betaalverkeer met Zimbabwe door hyperinflatie. Het hof ziet, mede gezien het gemotiveerde verweer van Luxaflor en AFS, aanleiding in dit geval te bepalen dat de zekerheid gesteld kan worden door storting van genoemd bedrag op de derdengeldrekening van de advocaat van Luxaflor op de wijze als hierna in het dictum bepaald.

2.9.

Een oordeel over de kosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.

in de hoofdzaak

2.10.

De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor memorie van antwoord aan de zijde van Rose Connect. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 Beslissing

Het hof:

in het incident:

beveelt dat Luxaflor ten genoegen van Rose Connect zekerheid stelt voor een bedrag van € 16.879,- ter zake van de proceskosten waarin Luxaflor in hoger beroep veroordeeld zou kunnen worden;

bepaalt dat Luxaflor voormelde zekerheid stelt door overmaking van voormeld bedrag op de derdengeldrekening van het kantoor van de advocaat van Luxaflor met [rekeningnummer] ( [BIC] ), waarbij eventuele kosten voor rekening komen voor Luxaflor;

bepaalt dat de zekerheid moet zijn gesteld binnen vier weken na de datum van deze uitspraak, derhalve uiterlijk op 25 september 2018, op straffe van niet-ontvankelijkheid van Luxaflor in de hoofdzaak;

houdt de beslissing over de proceskosten van dit incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 9 oktober 2018 voor memorie van antwoord aan de zijde van Rose Connect;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. van der Kwaak, J.C. Toorman en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2018.