Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3097

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-08-2018
Datum publicatie
31-08-2018
Zaaknummer
23-000813-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak belediging. De enkelvoudige fotoconfrontatie die enkele maanden na het feit heeft plaatsgevonden is onvoldoede om vast te stellen dat het de verdachte is geweest die aangeefsters heeft beledigd, nu verder steunbewijs ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000813-18

datum uitspraak: 13 augustus 2018

VERSTEK (niet-gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-027286-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 juni 2015 te Amsterdam opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in haar/hun tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door

- te spugen in het gezicht en/of kleding van [slachtoffer 1],

- te spugen in het gezicht van [slachtoffer 2],

en/of opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in haar/hun tegenwoordigheid, heeft beledigd, met de woorden: "Jullie zwartjes weer" en/of "Typisch zwarte mensen", in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 300,00 te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof staat vast dat op 19 juni 2015 een verkeersruzie heeft plaatsgevonden. Tijdens die verkeersruzie zijn de aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] beledigd en bespuugd. Naar het oordeel van het hof staat echter niet vast dat het de verdachte is geweest die dat heeft gedaan. De enkelvoudige fotoconfrontatie die een aantal maanden na het feit met aangeefster [slachtoffer 2] heeft plaatsgevonden en waarbij deze [slachtoffer 2] de verdachte op de foto heeft herkend als de man die haar heeft beledigd en bespuugd, is daarvoor onvoldoende en verder steunbewijs ontbreekt. Daarom staat voor het hof niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vast dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan hetgeen hem is ten laste gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag dat ‘redelijk lijkt’. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van €150 en is in hoger beroep opnieuw aan de orde

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 399,95 aan materiële schade en € 200,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 100,00 aan immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. M. Lolkema en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid van R.L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 augustus 2018.

mr. Lolkema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.