Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3060

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-08-2018
Datum publicatie
17-09-2018
Zaaknummer
23-000341-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeeld wegens verlaten plaats ongeval (aanrijding met reclameobject) tot een taakstraf voor de duur van 30 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000341-18

datum uitspraak: 23 augustus 2018

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 december 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-169689-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 1979,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

postadres volgens eigen opgave: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 augustus 2018.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Amsterdam op/aan de President Kennedylaan, althans de openbare weg, op of omstreeks 30 oktober 2016 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [bedrijf]) letsel en/of schade was toegebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Amsterdam op de President Kennedylaan, op 30 oktober 2016 de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist aan een ander, te weten [bedrijf], schade was toegebracht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.

De raadsman van de verdachte heeft op grond van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte verzocht de verdachte te veroordelen tot een geheel voorwaardelijke taakstraf of een geldboete van ten hoogste € 500,00 en de verdachte geen onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen op te leggen. Daaraan ten grondslag ligt de wens van de verdachte om weer als taxichauffeur te werken. Een onvoorwaardelijke veroordeling of een hogere geldboete en/of een onvoorwaardelijke rijontzegging in de onderhavige zaak kan in de weg staan aan het verkrijgen van een (nieuwe) chauffeurspas en aan afgifte van de benodigde Verklaring Omtrent Gedrag, aldus de raadsman.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft een aanrijding veroorzaakt door met de auto van zijn broer tegen een reclameobject te rijden. Bij deze aanrijding is aanzienlijke schade toegebracht aan het reclameobject. De verdachte heeft, terwijl hij dit wist, de plaats van het ongeval lopend verlaten zonder zijn identiteit kenbaar te maken. Door aldus te handelen heeft de verdachte zijn verantwoordelijkheid als degene die betrokken was bij het verkeersongeval ontlopen en voorts bemoeilijkt dat het betreffende bedrijf de veroorzaker aansprakelijk kon stellen voor de geleden schade.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 24 juli 2018 is hij niet eerder voor soortgelijke feiten strafrechtelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Gelet op de ernst van het feit kan niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke taakstraf. Hierin ligt besloten dat het hof noch in hetgeen door de raadsman ter terechtzitting naar voren is gebracht, noch overigens aanleiding ziet om te volstaan met een geldboete of een geheel of gedeeltelijke voorwaardelijke taakstraf. Dat dit mogelijk consequenties kan hebben voor het verkrijgen van een VOG maakt dit niet anders. Overigens ziet het hof, met de raadsman en de advocaat-generaal, geen aanleiding om de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van A.D. Renshof, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 augustus 2018.

mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest te ondertekenen.