Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:3020

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-08-2018
Datum publicatie
22-08-2018
Zaaknummer
23-003513-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Een 47 jarige man uit Hoofddorp wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden en een rijontzegging van vijf jaren wegens het veroorzaken van een dodelijk ongeval in 2015 in Aalsmeer. De rechtbank had een lagere gevangenisstraf opgelegd, namelijk 30 maanden.

De man reed als automobilist veel te hard over een smalle weg, terwijl hij onder invloed was van meer dan twee keer de toegestane hoeveelheid alcohol. Hem was bovendien bekend of had bekend moeten zijn dat op die weg ’s avonds laat fietsers reden. De man verloor de macht over het stuur en kwam in een slip terecht. Hierdoor reed hij op twee fietsers af, die hij ook aanreed. Een fietser overleed ter plekke en de andere fietser raakte zwaargewond. Het hof beoordeelt het gedrag van de man als zeer onvoorzichtig en onoplettend.

Anders dan de rechtbank vindt het hof niet dat sprake was van roekeloos rijgedrag; hiervan is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen sprake. Toch legt het hof een hogere gevangenisstraf op. Het hof laat hierdoor weten dat het zwaar tilt aan dergelijk asociaal verkeersgedrag waar anderen – waaronder ook de nabestaanden - het slachtoffer van worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003513-17

datum uitspraak: 22 augustus 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-669188-15 tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 juli 2018 en 8 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 13 september 2015 te Aalsmeer, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door

- terwijl het donker was en/of

- terwijl hij, verdachte, ter plaatse (zeer) bekend was en/of

- terwijl hij, verdachte, onder invloed van alcohol verkeerde (560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht) met een personenauto (met een snelheid die veel hoger was dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 km per uur) op die [slachtoffer 1] in te rijden;

1.
subsidiair:
hij op of omstreeks 13 september 2015 te Aalsmeer, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmee rijdende over de Oosteinderweg, zich zodanig, te weten roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, zijnde [slachtoffer 1] werd gedood, bestaande dat gedrag hieruit: verdachte heeft gereden over de Oosteinderweg, komende uit de richting van de Machineweg en gaande in de richting van de Burgemeester Colijnweg,

- terwijl het donker was en/of

- terwijl verdachte ter plaatse (zeer) bekend was en/of

- terwijl verdachte onder invloed van alcohol verkeerde,

verdachte is, gekomen ter hoogte van (ongeveer) perceel 111 naar links gaan uitwijken, in elk geval is verdachte niet (uiterst) rechts blijven rijden, terwijl verdachte reed met een snelheid die (veel) hoger was dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een snelheid die (veel) te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse, verdachte heeft vervolgens niet, althans niet tijdig en/of voldoende, afgeremd en/of is verdachte niet, althans niet tijdig en/of voldoende, uitgeweken voor de over de Oosteinderweg (aan de rechterzijde) rijdende fietser - die verdachte tegemoet reed - , zijnde voornoemde [slachtoffer 1] , verdachte is vervolgens (frontaal) tegen deze fietser aangereden en/of aangebotst waardoor voornoemde [slachtoffer 1] werd gedood, terwijl bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, het alcoholgehalte van zijn, verdachtes, adem 560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, in elk geval hoger dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, bleek te zijn;

2
primair:
hij op of omstreeks 13 september 2015 te Aalsmeer, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- terwijl het donker was en/of

- terwijl hij, verdachte, ter plaatse (zeer) bekend was en/of

- terwijl hij, verdachte, onder invloed van alcohol verkeerde (560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht) met een personenauto (met een snelheid die veel hoger was dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 km per uur) op die [slachtoffer 2] is ingereden;

2 subsidiair:
hij op of omstreeks 13 september 2015 te Aalsmeer, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmee rijdende over de Oosteinderweg, zich zodanig, te weten roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, zijnde [slachtoffer 2] , zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder andere) meerdere botbreuken en/of gescheurde lever en/of een gescheurde milt, in elk geval zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht, bestaande dat gedrag hieruit: verdachte heeft gereden over de Oosteinderweg, komende uit de richting van de Machineweg en gaande in de richting van de Burgemeester Colijnweg,

- terwijl het donker was en/of

- terwijl verdachte ter plaatse (zeer) bekend was en/of

- terwijl verdachte onder invloed van alcohol verkeerde, verdachte is, gekomen ter hoogte van (ongeveer) perceel 111 naar links gaan uitwijken, in elk geval is verdachte niet (uiterst) rechts blijven rijden, terwijl verdachte reed met een snelheid die (veel) hoger was dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een snelheid die (veel) te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse, verdachte heeft vervolgens niet, althans niet tijdig en/of voldoende, afgeremd en/of is verdachte niet, althans niet tijdig en/of voldoende, uitgeweken voor de over de Oosteinderweg (aan de rechterzijde) rijdende fietser - die verdachte tegemoet reed - , zijnde voornoemde [slachtoffer 2] , verdachte is vervolgens (frontaal) tegen deze fietser aangereden en/of aangebotst waardoor aan voornoemde [slachtoffer 2] vorenomschreven zwaar lichamelijk letsel, in elk geval zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht, terwijl bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, het alcoholgehalte van zijn, verdachtes, adem 560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, in elk geval hoger dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, bleek te zijn;


3:
hij op of omstreeks 13 september 2015 te Amsterdam als bestuurder van een personenauto voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, in elk geval hoger dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Vrijspraak primair ten laste gelegde

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof, evenals de rechtbank, van oordeel dat geen sprake is van doodslag en poging daartoe, omdat het opzet – ook in voorwaardelijke vorm – om de slachtoffers van het leven te beroven, ontbreekt. Daarom is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair en 2 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Mate van schuld

Standpunten van partijen en oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde overtredingen van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) heeft de rechtbank geoordeeld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan roekeloosheid. Het gedrag van de verdachte moet worden beoordeeld als buitengewoon onvoorzichtig gedrag waardoor een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, waarvan de verdachte zich bewust had moeten zijn, aldus de rechtbank.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat in het licht van de huidige jurisprudentie het bestanddeel roekeloosheid niet te bewijzen is.

De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het bestanddeel roekeloosheid.

Vaststelling van de feiten door het hof

De verdachte heeft op 13 september 2015, in de nacht van zaterdag op zondag, in het donker en onder invloed van alcohol, over een afstand van meer dan een kilometer, gereden over de Oosteinderweg in de richting van het centrum van Aalsmeer, met een snelheid die ver boven de ter plaatse toegestane snelheid van vijftig kilometer per uur lag. De Oosteinderweg is een smalle weg binnen de bebouwde kom van Aalsmeer, met een grijs gedeelte ter breedte van ongeveer een personenauto met aan weerskanten daarvan roodgekleurde fietsstroken. Indien twee tegemoetkomende auto’s elkaar willen passeren, dienen zij daarom ieder uit te wijken naar de fietsstrook aan hun eigen zijde van de weg. De verdachte woonde en werkte al jaren in (de omgeving van) Aalsmeer en was dus naar eigen zeggen goed bekend met de situatie ter plaatse. Bovendien wist hij dat die dag de jaarlijkse ‘Pramenrace’ had plaatsgevonden, met bijbehorend feest. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard te hebben geweten dat, zoals elk jaar, op het Praamplein in het centrum van Aalsmeer een feesttent staat en dat het feest meestal tussen 01.00 uur en 02.00 uur is afgelopen. Het hof hecht aan die verklaring meer geloof dan aan de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, dat hij niet wist dat er ’s avonds nog een feest was en dacht dat de feestweek ’s middags, na de Pramenrace, was afgelopen. In eerste aanleg was er immers nog minder tijd verstreken sedert de aan verdachte verweten gedragingen dan in hoger beroep en lagen de gebeurtenissen nog vers in het geheugen bij de verdachte. Daarnaast kon de verdachte in algemene zin verwachten dat in een nacht van zaterdag op zondag fietsers van uitgaansgelegenheden naar huis fietsen.

De verdachte had dan ook rekening moeten houden met het feit dat rond 02.30 uur feestgangers (al dan niet in beschonken toestand) vanuit het centrum van Aalsmeer naar huis fietsten, hem derhalve tegemoetkomend. Uit de camerabeelden van Hotel [hotel] en verklaringen van getuigen is gebleken dat de verdachte in ieder geval twee fietsers die hem tegemoetkwamen, is gepasseerd. Deze fietsers hebben verklaard dat de verdachte met een enorm hoge snelheid vlak langs hen is gereden en dat zij moesten uitwijken om niet te worden geraakt. De verdachte heeft verklaard zich geen tegemoetkomend verkeer te herinneren. Gebleken is dat de tegemoetkomende fietsers verlichting voerden. Dat geldt voor zowel de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], die de verdachte eerder is gepasseerd, als voor de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Vlak voor het ongeval zag de verdachte naar eigen zeggen plotseling een reflecterend fietswiel voor zich en heeft hij vervolgens een ruk aan het stuur gegeven.

Uit de verkeersongevalsanalyse van de politie en het deskundigenrapport van Meuwissen blijkt dat de verdachte de macht over het stuur is kwijtgeraakt en in een slip terecht is gekomen, waardoor hij nagenoeg dwars op de weghelft is geraakt waar de slachtoffers fietsten en vervolgens de slachtoffers op hun fietsen heeft aangereden met een snelheid van tachtig tot vijfentachtig kilometer per uur. Dit betekent dat de snelheid van de verdachte voordat hij de macht over het stuur verloor en in een slip raakte nog hoger moet hebben gelegen. Ongeveer drie kwartier na dit ongeval bleek bij een onderzoek dat zijn ademalcoholgehalte 560 microgram per liter uitgeademde lucht (hierna: μg/l) bedroeg, meer dan tweeënhalf keer de wettelijk toegestane hoeveelheid.

Oordeel van het hof ten aanzien van de mate van schuld

Artikel 175 WVW bepaalt de maximumstraf die staat op overtreding van artikel 6 WVW: drie jaren gevangenisstraf indien het ongeval de dood tot gevolg heeft en anderhalf jaar indien het ongeval (zwaar) lichamelijk letsel tot gevolg heeft. In het tweede lid van artikel 175 WVW is bepaald dat deze maximumstraffen worden verdubbeld indien de schuld bestaat in roekeloosheid. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat voornoemde maximumstraffen nog eens met de helft kunnen worden verhoogd als de verdachte – kort gezegd – onder invloed was, veel te hard heeft gereden, geen voorrang heeft verleend, gevaarlijk heeft ingehaald of aan het bumperkleven was.

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad valt af te leiden dat van “roekeloosheid” in de zin van de WVW slechts sprake is onder zeer bijzondere omstandigheden, zoals bij een achtervolging, een wedstrijdachtige situatie, of wanneer een bestuurder een andere auto tot stilstand brengt op de snelweg. Bij de bepaling van de mate van schuld van de verdachte weegt zwaar dat hij, over langere afstand, met veel te hoge snelheid heeft gereden en dat hij daarbij ernstig onder invloed van alcohol was. Die omstandigheden zijn echter op grond het derde lid van artikel 175 WVW al strafverhogend en maken op zichzelf niet dat sprake is van roekeloosheid.

De verdachte is zich daarnaast kennelijk totaal niet bewust geweest van de aanwezigheid van ander verkeer, waaronder fietsers. Dat is – in het licht van de jurisprudentie van de Hoge Raad – echter niet een dusdanig bijzondere omstandigheid dat maakt dat sprake is van roekeloosheid. Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof daarom van oordeel dat de schuld van de verdachte niet bestond in roekeloosheid.

Wel is het hof van oordeel dat met een auto in het donker met zeer hoge snelheid razen op een smalle weg, zonder zich bewust te zijn van ander verkeer, terwijl de verdachte wist, of in ieder geval had moeten weten, dat er (mogelijk beschonken) fietsers op de terugweg van een dorpsfeest hem tegemoet konden komen, moet worden beoordeeld als zeer onvoorzichtig en onoplettend gedrag. De verdachte heeft dan ook een zeer hoge mate van schuld aan het ongeval.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. subsidiair:
op 13 september 2015 te Aalsmeer, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmee rijdende over de Oosteinderweg, zich zodanig, te weten zeer onvoorzichtig en onoplettend, heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, zijnde [slachtoffer 1] werd gedood, bestaande dat gedrag hieruit:

verdachte heeft gereden over de Oosteinderweg, komende uit de richting van de Machineweg,

- terwijl het donker was en

- terwijl verdachte ter plaatse bekend was en

- terwijl verdachte onder invloed van alcohol verkeerde,

verdachte is, gekomen ter hoogte van ongeveer perceel 111, naar links gaan uitwijken, in elk geval is verdachte niet uiterst rechts blijven rijden, terwijl verdachte reed met een snelheid die veel hoger was dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur,

verdachte heeft vervolgens niet tijdig en voldoende afgeremd en is niet tijdig en voldoende uitgeweken voor de over de Oosteinderweg aan de rechterzijde rijdende fietser – die verdachte tegemoet reed – zijnde voornoemde [slachtoffer 1] ,

verdachte is vervolgens tegen deze fietser aangereden waardoor voornoemde [slachtoffer 1] werd gedood,

terwijl bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, het alcoholgehalte van zijn, verdachtes, adem 560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, bleek te zijn;

2 subsidiair:

op 13 september 2015 te Aalsmeer, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmee rijdende over de Oosteinderweg, zich zodanig, te weten zeer onvoorzichtig en onoplettend, heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, zijnde [slachtoffer 2] , zwaar lichamelijk letsel, te weten onder andere meerdere botbreuken en een gescheurde milt, werd toegebracht, bestaande dat gedrag hieruit:

verdachte heeft gereden over de Oosteinderweg, komende uit de richting van de Machineweg,

- terwijl het donker was en

- terwijl verdachte ter plaatse (zeer) bekend was en

- terwijl verdachte onder invloed van alcohol verkeerde,

verdachte is, gekomen ter hoogte van ongeveer perceel 111, naar links gaan uitwijken, in elk geval is verdachte niet (uiterst) rechts blijven rijden, terwijl verdachte reed met een snelheid die veel hoger was dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur,

verdachte heeft vervolgens niet tijdig en voldoende afgeremd en is niet tijdig en voldoende uitgeweken voor de over de Oosteinderweg (aan de rechterzijde) rijdende fietser – die verdachte tegemoet reed – zijnde voornoemde [slachtoffer 2] ,

verdachte is vervolgens tegen deze fietser aangereden waardoor aan voornoemde [slachtoffer 2] vorenomschreven zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht,

terwijl bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, het alcoholgehalte van zijn, verdachtes, adem 560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, bleek te zijn;

3:

hij op 13 september 2015 te Aalsmeer als bestuurder van een personenauto voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Hetgeen onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze zijn opgenomen in de bijlage bij dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 subsidiair en 3 bewezen verklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van deze wet,

en

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (560 microgram).

Het onder 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van deze wet,

en

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (560 microgram).

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

Oordeel van de rechtbank en standpunten van partijen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, met aftrek van het voorarrest, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van vijf jaar.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsman heeft bepleit dat aan de verdachte een gevangenisstraf van twee jaar en 233 dagen, waarvan twee jaar voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, een taakstraf van 240 uren en een rijontzegging wordt opgelegd. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat, indien het onderdeel ‘roekeloosheid’ niet bewezen wordt verklaard, gesproken moet worden van een ander soort verwijt. De verdachte is niet onverschillig ten aanzien van het feit: hij kampt met sterke schuldgevoelens. De verdachte is door een diep dal gegaan, door onder meer het verlies van zijn bedrijf, huis en huwelijk en ernstige schuldenproblematiek, met als dieptepunt het ongeluk. De verdachte probeert zijn leven weer op te pakken. Een gevangenisstraf zou ernstige gevolgen hebben voor het herstelde contact met zijn kinderen, voor zijn huisvesting en zijn psychische problematiek. In soortgelijke zaken zijn eerder door het hof een gevangenisstraf van 10 maanden, voorwaardelijke gevangenisstraffen en/of taakstraffen opgelegd, aldus de raadsman.

Oordeel van het hof

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte is in de nacht van 12 september op 13 september 2015 tweemaal gaan rijden in zijn auto terwijl hij wist dat hij te veel alcohol had gedronken. De verdachte heeft immers verklaard dat hij weet dat twee glazen de maximaal toegestane hoeveelheid is waarmee nog een auto bestuurd mag worden en dat hij de bewuste avond eerst thuis drie glazen wijn had gedronken om daarna naar een club te rijden. In de club heeft hij, naar eigen zeggen, nog vier glazen wijn gedronken, om vervolgens terug naar huis te rijden. De verdachte heeft op de terugweg veel te hard gereden. Hij heeft daarbij twee fietsers, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , aangereden. [slachtoffer 1] , die toen 23 jaar oud was, is daarbij om het leven gekomen. [slachtoffer 2] , die toen achttien jaar oud was, moest ernstig gewond met de ambulance naar het ziekenhuis worden gebracht. Zij liep bij het ongeluk een klaplong, een gescheurde milt en vele botbreuken aan onder meer haar schouderblad, dijbeen, bekken en voet op.

De ouders van [slachtoffer 1] , zijn broer en zus en [slachtoffer 2] moeten verder leven in de wetenschap dat [slachtoffer 1] nooit meer zal thuiskomen. De moeder en zus van [slachtoffer 1] hebben ter terechtzitting in hoger beroep geëmotioneerd verteld dat zij nog vaak geconfronteerd worden met het verdriet en het enorme gemis van [slachtoffer 1] en dat dit nog altijd een groot deel van hun leven uitmaakt.

[slachtoffer 2] heeft langdurig en met vele botbreuken en andere ernstige verwondingen in het ziekenhuis gelegen. Zij heeft daardoor de uitvaart van [slachtoffer 1] , haar neef, niet kunnen bijwonen. Zij heeft langdurig moeten revalideren terwijl zij last had van constante pijn en zich af moest vragen hoe lang het zou duren voordat ze weer kon lopen en of zij ooit nog zou kunnen sporten.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 28 juni 2018 is hij niet eerder strafrechtelijk veroordeeld. Uit dit uittreksel blijkt evenwel dat de verdachte eerder een strafbeschikking (geldboete) heeft geaccepteerd voor rijden onder invloed. Het hof weegt dit in het nadeel van de verdachte mee. De verdachte was een gewaarschuwd man en had zich daarom te meer moeten realiseren dat het gevaarlijk en volstrekt onacceptabel is om na het drinken van te veel alcohol nog een auto te besturen.

De verdachte heeft van 13 september 2015 tot en met 2 mei 2016 in voorlopige hechtenis gezeten. Op 3 mei 2016 is de voorlopige hechtenis geschorst en sindsdien staat de verdachte onder toezicht van GGZ reclassering Palier. Uit het voortgangsverslag van 29 augustus 2017 blijkt dat verdachte goed samenwerkt met de reclassering, probleembesef heeft en open staat voor behandeling van zijn problemen. Ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte sinds een jaar een nieuwe relatie en tevens een stiefzoon heeft. Hij heeft niet langer een baan en leeft van een uitkering van het UWV, aldus de verdachte.

Niemand twijfelt eraan dat de verdachte het ongeval niet heeft gewild. De verdachte moet verder leven in de wetenschap dat hij verantwoordelijk is voor de dood van [slachtoffer 1] en het zware letsel van [slachtoffer 2] . Het hof is echter van oordeel dat, hoewel het een ongeluk is geweest, de verdachte een lange gevangenisstraf moet krijgen. Een lange gevangenisstraf heeft niet alleen vergelding als doel, een dergelijke straf dient ook de algemene preventie. Het hof laat hierdoor weten dat het zwaar tilt aan dergelijk asociaal verkeersgedrag waar anderen het slachtoffer van worden.

Bij de bepaling van de duur van die gevangenisstraf heeft het hof acht geslagen op de Landelijke Oriëntatiepunten voor Straftoemeting (‘LOVS oriëntatiepunten’), die dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging. De categorie die in elk geval op de verdachte van toepassing is, is het veroorzaken van een verkeersongeval met een dodelijk slachtoffer, waaraan de verdachte een zeer hoge mate van schuld heeft en waarbij de verdachte heeft gereden onder invloed van alcohol, met een ademalcoholgehalte tot aan 570 μg/l. Daarbij is een oriëntatiepunt van drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf van toepassing.

Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en in hetgeen door de raadsman is aangevoerd aangaande (onder meer) de gevolgen die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou hebben, geen aanleiding om van dit oriëntatiepunt af te wijken. Het voorstel van de verdediging om deze zaak af te doen met een werkstraf en daarnaast een forse voorwaardelijke gevangenisstraf, naast een langdurige rijontzegging, strookt volstrekt niet met de ernst van deze feiten. Daarom kan en zal het hof dit voorstel niet volgen. Daarbij weegt mee dat de verdachte met zijn ademalcoholgehalte van 560 μg/l dicht tegen de bovengrens van de toegepaste LOVS-categorie zit. Bovendien is niet alleen sprake van een dodelijk slachtoffer, maar ook van een zwaargewond slachtoffer, dat nog tot de dag van vandaag gevolgen ondervindt van deze aanrijding en met die gevolgen ook verder zal moeten leven. Daarnaast weegt het hof mee dat de verdachte, gelet op de eerdere strafbeschikking, reeds een gewaarschuwd man was en op de bewuste avond toch tweemaal de beslissing nam om met te veel alcohol op auto te gaan rijden. Nu het hof geen reden ziet om van het oriëntatiepunt af te wijken, acht het hof een langere gevangenisstraf dan door de advocaat-generaal gevorderd passend en geboden. Het hof zal de verdachte een gevangenisstraf van 36 maanden opleggen. De tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bijna acht maanden, wordt van de op te leggen gevangenisstraf afgetrokken.

Daarnaast is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid moet krijgen van in totaal vijf jaren. Het hof zal voor het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde tekens afzonderlijk een rijontzegging opleggen, nu de wet niet voorziet in een mogelijkheid om één rijontzegging voor meerdere feiten op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) jaren.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. N.A. Schimmel en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 augustus 2018.