Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2999

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-08-2018
Datum publicatie
22-08-2018
Zaaknummer
23-000960-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

“Artikel 2.5 lid 1 APV 2008 Amsterdam. Het bij zich hebben van messen is per definitie verboden op de door de burgemeester aangewezen wegen. De uitzondering in het tweede lid geldt slechts voor het geval dat sprake is van andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000960-18

datum uitspraak: 16 augustus 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 5 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer 96-175474-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
2 augustus 2018.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 maart 2016 in de gemeente Amsterdam op of aan een door het college aangewezen weg en/of in (een) daaraan gelegen voor het publiek toegankelijk gebouw(en), te weten de Lange Niezel, (een) mes(sen) en/of ander(e) voorwerp(en) dat/die als wapen kan/kunnen worden gebruikt, bij zich heeft gehad, immers heeft hij, verdachte, een (aardappelschil)mes bij zich gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De onderhavige verbodsbepaling is niet van toepassing indien het mes niet geschikt is voor onmiddellijk gebruik. Primair dient de verdachte vrijgesproken te worden omdat uit het dossier niet blijkt hoeveel tijd het de verdachte zou kosten om het mesje te pakken, zodat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte het mesje onmiddellijk zou kunnen hebben gebruiken. Subsidiair omdat om het lemmet een rubberen schede zat en de verdachte het mes in zijn tas bewaarde, zodat het mesje om deze reden niet geschikt was voor onmiddellijk gebruik.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte is op 20 maart 2016 op de Lange Niezel te Amsterdam aangehouden te zake van het handelen in (nep)drugs. Bij zijn aanhouding bleek hij in het bezit van een aardappelschilmesje.

Op grond van artikel 2.5, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (APV 2008) van de gemeente Amsterdam is het verboden messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben op door de burgemeester aangewezen wegen, zoals de Lange Niezel te Amsterdam. Op grond van het tweede lid van dit artikel geldt het verbod niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie en evenmin voor andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt mits deze zaken zodanig zijn ingepakt dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik.

Uit de redactie van artikel 2.5 APV 2008, gelezen in samenhang met de daarbij horende toelichting, leidt het hof af dat messen per definitie verboden zijn op de door de burgemeester aangewezen wegen en dat de uitzondering als bedoeld in het tweede lid, waarop de raadsman zich beroept, voor zover van belang, slechts geldt voor het zich hier niet voordoende geval dat sprake is van andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt en dus niet van toepassing is.

Gelet daarop treft het verweer van de raadsman geen doel en wordt derhalve verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 20 maart 2016 in de gemeente Amsterdam op een door het college aangewezen weg, te weten de Lange Niezel, een mes bij zich heeft gehad, immers heeft hij een aardappelschilmes bij zich gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van het bepaalde bij artikel 2.5, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 Amsterdam.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 100,00.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsman heeft gewezen op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft een aardappelschilmesje voorhanden gehad op de openbare weg te Amsterdam hetgeen niet is toegestaan nu dit in strijd is met de in Amsterdam geldende regelgeving die ziet op het voorkomen van aantasting van de openbare orde.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van € 100,00 passend en geboden. Het hof ziet in de toepasselijkheid van artikel 63 Sr geen aanleiding deze straf te matigen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2.5 en 6.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 Amsterdam en de artikelen 23, 24, 24c, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 100,00 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. M.M. van der Nat en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

16 augustus 2018.

mr. M.M. van der Nat is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.