Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2969

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-04-2018
Datum publicatie
23-08-2018
Zaaknummer
23-001442-17
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging met aanvulling strafmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-001442-17

Datum uitspraak: 17 april 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-701559-17 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1972,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Almere – Huis van Bewaring te Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafmotivering, die zal worden vervangen door de navolgende overwegingen.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien dagen, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie dagen, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft verzocht aan de verdachte in plaats van een gevangenisstraf een taakstraf op te leggen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Daarmee heeft hij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het betreffende winkelbedrijf. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat schade aan en hinder kan veroorzaken voor het gedupeerde winkelbedrijf.

In het nadeel van de verdachte weegt het hof mee dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 maart 2018 veelvuldig voor soortgelijke feiten is veroordeeld en tevens in een proeftijd liep van een eerder ter zake van winkeldiefstallen voorwaardelijk aan hem opgelegde straf. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Anders dan de verdediging heeft bepleit, kan naar het oordeel van het hof, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit en de veelvuldige recidive, niet worden volstaan met een andere straf dan met een vrijheidsbenemende straf. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen, vormen geen aanleiding daarvan af te zien, mede bezien in het licht van het feit dat de verdachte blijkens voornoemd uittreksel na het plegen van het onderhavige feit weer tweemaal de fout in is gegaan – te weten op 11 april 2017 en op 8 mei 2017, waarvoor hij bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van 21 april 2017, respectievelijk van 22 mei 2017 is veroordeeld. Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof op grond van het voorgaande evenmin aanleiding te komen tot een gevangenisstraf van kortere duur dan eerder door de politierechter opgelegd.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van tien dagen, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. C.N. Dalebout en mr. S. Bek, in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 april 2018.

Mr. S. Bek is buiten staat dit arrest te ondertekenen.