Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2962

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-04-2018
Datum publicatie
30-08-2018
Zaaknummer
23-002135-17
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gebiedsverbod overtreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-002135-17

Datum uitspraak: 9 april 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 juni 2017 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-002988-17 en 13-053363-17 tegen

[verdachte 1], gedagvaard als [verdachte 2]

geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1969,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zaak met parketnummer 13-002988-17:
hij op of omstreeks 5 januari 2017 te 01.29 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1, Centrum, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende een (1) maand (ingaande 17 december 2016 te 00:01 uur) niet meer te bevinden.

zaak met parketnummer 13-053363-17:
hij op of omstreeks 19 maart 2017 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk overlastgebied 1 Centrum gedaan krachtens artikel 172 jo. 172a van de Gemeentewet jo. artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, door de burgemeester van Amsterdam, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode van 18 februari 2017 tot en met 17 mei 2017 niet mocht bevinden in/op overlastgebied 1 Centrum, immers bevond hij, verdachte, zich op 19 maart 2017 te 22.55 uur opzettelijk in/op Oudezijds Achterburgwal, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zaak met parketnummer 13-002988-17:
hij op 5 januari 2017 te 01.29 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1, Centrum, te verwijderen en zich daar gedurende één maand (ingaande 17 december 2016 te 00:01 uur) niet meer te bevinden;

zaak met parketnummer 13-053363-17:
hij op 19 maart 2017 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, gedaan krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening, namens de burgemeester van Amsterdam, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode van 18 februari 2017 tot en met 17 mei 2017 niet mocht bevinden in overlastgebied 1 Centrum, immers bevond hij, verdachte, zich op 19 maart 2017 te 22.55 uur opzettelijk op de Oudezijds Achterburgwal.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert telkens op:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft tweemaal een namens de Burgemeester van Amsterdam opgelegd gebiedsverbod overtreden. Dergelijke verboden hebben tot doel het verstoren van de openbare orde en overlast aan bewoners, bedrijven en toeristen binnen een bepaald gebied tegen te gaan. Door een dergelijk bevel te negeren heeft de verdachte er blijk van gegeven zich weinig gelegen te laten liggen aan een hem van overheidswege in dat verband uitgevaardigd verbod.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 14 maart 2018 (op naam van [verdachte 1], geboren op 4 februari 1969 in Algerije) is hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten. Dit weegt het hof in zijn nadeel mee.

Het hof acht de door de advocaat-generaal gevorderde en door de raadsman verzochte geheel voorwaardelijke gevangenisstraf niet passend, gelet op de ernst van het feit en de documentatie van de verdachte.

Het hof acht, alles afwegende, de in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-002988-17 en in de zaak met parketnummer 13-053363-17 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr. A.M. van Woensel en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 april 2018.