Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2937

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
02-04-2019
Zaaknummer
200.163.949/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 23 januari 2018. Bevel deskundigenbericht zoals eerder aangekondigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0378
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.163.949/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland : 2685154 CV EXPL 14-49

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 augustus 2018

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

appellant, tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. P.F.M. Deijkers te Hoorn,

tegen

NEW IPD B.V.,

gevestigd te Obdam, gemeente Koggenland,

geïntimeerde, tevens incidenteel appellante,

advocaat: mr. W. Hovingh te Alkmaar.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellant] en IPD genoemd.

In deze procedure is laatstelijk op 23 januari 2018 een tussenarrest uitgesproken, hierna ‘het tussenarrest’. Voor het procesverloop tot die datum verwijst het hof naar het tussenarrest.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- akte uitlating na tussenarrest aan de zijde van [appellant] d.d. 27 februari 2018;

- akte houdende overlegging producties van IPD d.d. 27 februari 2018.

Ten slotte is opnieuw arrest gevraagd.

2 Beoordeling

2.1

Het hof heeft in het tussenarrest overwogen voornemens te zijn aan de daartoe te benoemen deskundige een vijftal te stellen.

2.2

IPD heeft geen bezwaar geuit tegen het benoemen van een deskundige, dan wel opmerkingen gemaakt over de voorgestelde vragen. Wel heeft zij twee producties ingebracht, houdende e-mailcorrespondentie op 16 november 2012 en 1 december 2012 met betrekking tot de arbeidsovereenkomst met [appellant] . Als deskundige heeft IPD voorgesteld het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau, Koos Postemalaan 6, Media Park te Hilversum (verder: NFO).

2.3

[appellant] heeft gewezen op de rapportage van NFO d.d. 7 juni 2017 en de conclusies die [appellant] naar aanleiding daarvan maakte in zijn akte van 4 juli 2017. [appellant] verzoekt de onderzoeker de opdracht te geven te onderzoeken of de arbeidsovereenkomsten welke zijn overgelegd als producties 7H en 8H middels listige kunstgrepen, oftewel middels ‘knip en plakwerk’, tot stand zijn gekomen en de handtekening(en) en parafen op die wijze op de documenten terecht zijn gekomen. Ook [appellant] geeft te kennen het onderzoek door NFO te willen laten verrichten.

2.4

Het hof zal als deskundige benoemen NFO voornoemd. Aan deze deskundige zullen de genoemde vijf vragen, aangevuld met de door [appellant] voorgestelde vraag, worden voorgelegd. Aan de deskundige zal afschrift worden verstrekt van het procesdossier, waartoe ook behoren de onder 2.2 genoemde nadere producties zoals overgelegd door IPD.

2.5

Nadat de deskundige zijn verslag heeft gedaan zal [appellant] bij akte hierop (en op de hierboven genoemde producties zijdens IPD) mogen reageren, en vervolgens IPD.

2.6

Het hof benoemt als deskundige Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau, Koos Postemalaan 6, Media Park te Hilversum, en verzoekt deze deskundige de volgende vragen te beantwoorden:

1. Met welke mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de paraaf rechts onderaan de eerste pagina van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd 1e (productie 7H) al dan niet door [appellant] is geplaatst?

2. Met welke mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de handtekening rechts in het midden (onder het getypte woord: Werknemer) onderaan de tweede pagina van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd 1e (productie 7H) al dan niet door [appellant] is geplaatst?

3. Met welke mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de paraaf rechts onderaan de eerste pagina van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd 2e (productie 8H) al dan niet door [appellant] is geplaatst?

4. Met welke mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de eerste en de tweede pagina van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd 2e (productie 8H) al dan niet bij elkaar horen, dat wil zeggen dat zij gelijktijdig opgesteld zijn en dat ze gelijktijdig ondertekend zijn?

5. Zijn de arbeidsovereenkomsten welke zijn overgelegd als productie 7H en 8H middels listige kunstgrepen, oftewel middels ‘knip en plakwerk’ tot stand zijn gekomen en zijn de handtekening(en) en parafen op die wijze op de documenten terecht zijn gekomen?

6. Heeft u overigens nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn?

2.7

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 Beslissing

Het hof:

beveelt een voorlopig deskundigenbericht ter beantwoording van de onder 2.6 genoemde vragen;

benoemt tot deskundige voor dit onderzoek het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau, Koos Postemalaan 6, Media Park te Hilversum;

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking en het procesdossier zoals bepaald onder 2.4 aan de deskundige zal toezenden;

wijst de deskundige op het bepaalde in artikel 198 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met name op de verplichting om bij het onderzoek partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en om in het schriftelijk bericht te doen blijken dat aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de inhoud van de opmerkingen en/of verzoeken;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zelfstandig - in de zin van artikel 198 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat wil zeggen niet onder leiding van het hof - zal verrichten en dat dit zal plaatsvinden op een door de deskundige te bepalen tijdstip;

bepaalt dat de deskundige een voorschot toekomt van € 4.550,-;

bepaalt dat IPD en [appellant] als voorschot op de kosten van de deskundige voormeld bedrag ieder de helft van het hierboven genoemde bedrag van € 4.550,- dienen te voldoen en zullen daarvoor van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak een nota ontvangen met betaalinstructies;

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van het voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen;

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk, door hem ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van het hof vóór 20 november 2018;

bepaalt dat de deskundige tegelijk met dit bericht zijn declaratie ter griffie zal indienen onder vermelding van zaaknummer 200.163.949/01;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.F.M. Cortenraad, R.J.F. Thiessen en G.C. Boot en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2018.