Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2890

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-08-2018
Datum publicatie
17-08-2018
Zaaknummer
13/701588-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Opheffing voorlopige hechtenis op grond van artikel 67a, derde lid, Sv: ook in een laat stadium kan worden besloten ISD te vorderen, in dit geval wel gevolgen voor de voorlopige hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

zonder vaste woon-of verblijfplaats hier te lande,

postadres: [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring PI Noord Holland Noord te Zwaag,

tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 11 juli 2018, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 12 juli 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. K. Cras.

De beoordeling

Het hof verenigt zich niet met de beslissing waarvan beroep.

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie geen misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheden door in een laat stadium alsnog een ISD-rapportage aan te vragen. Het staat het openbaar ministerie vrij om op grond van aanvullende informatie zoals in dit geval een reclasseringsrapport of anderszins op grond van voortschrijdend inzicht in ieder stadium van de procedure het vorderen van de ISD-maatregel te overwegen.

Nu echter de ISD-rapportage niet eerder dan op 21 september 2018 is te verwachten en er in ieder geval op 30 oktober 2018 nog getuigenverhoren zullen plaatsvinden, is het hof van oordeel dat de voorlopige hechtenis moet worden opgeheven omdat zich een situatie zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering voordoet.

De beslissing

Het hof:

VERNIETIGT de beslissing waarvan beroep.

HEFT OP de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Deze beschikking is gegeven op 8 augustus 2018 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. F.A. Hartsuiker en H.M.J. Quaedvlieg, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S. Grote Ganseij als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 8 augustus 2018,

de advocaat-generaal