Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2820

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-08-2018
Datum publicatie
10-08-2018
Zaaknummer
200.224.904/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquête; bepaling vergoeding onderzoeker; art. 2:350 lid 3 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2018/187
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer : 200.224.904/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 8 augustus 2018

inzake

1. de maatschap

[A] ,

gevestigd te [....] ,

2. 1. TOT EN MET 33. (RECHTS)PERSONEN,

VERZOEKERS,

advocaten: mr. C.P.B. Kroep en mr. S. Erkel, beiden kantoorhoudende te Enschede,

t e g e n

de coöperatie

COÖPERATIEVE AANKOOPVERENIGING “DEN HAM” U.A.,

gevestigd te Den Ham,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. A.N. Stoop en mr. C.I. Corsten, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1. de vennootschap onder firma

[B] ,

gevestigd te [....] ,

2. 1. TOT EN MET 49. (RECHTS)PERSONEN,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. P.F. Schepel, kantoorhoudende te Deventer,

e n t e g e n

3 [C] ,

wonende te [....] ,

4. [D],

wonende te [....] ,

5. [E],

wonende te [....] ,

6. [F],

wonende te [....] ,

7. [G],

wonende te [....] ,

8. [H],

wonende te [....] ,

9. [I],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. P.J. van der Korst, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 28 februari 2018, 8 maart 2018 en 22 juni 2018 en naar de beschikking van de raadsheer-commissaris van 20 juni 2018 in deze zaak.

1.2

Bij de beschikkingen van 28 februari 2018 en 8 maart 2018 heeft de Ondernemingskamer, voor zover hier van belang, een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van CAV Den Ham, drs. E.A. Marseille RA te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 10.000 (exclusief btw). De verzochte voorlopige voorzieningen heeft de Ondernemingskamer afgewezen.

1.3

Bij de beschikking van 22 juni 2018 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag van de onderzoeker met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. Tevens zijn partijen daarbij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker. De onderzoeker heeft hiertoe een specificatie van de aan het onderzoek bestede uren per e-mail aan partijen gestuurd. Deze specificatie sluit op een bedrag van € 9.925,55 (exclusief btw).

1.4

Bij e-mail van 2 augustus 2018 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer, bij gebreke aan uitlatingen van partijen omtrent de vergoeding van de onderzoeker en het ontbreken van een termijn in voornoemde beschikking, partijen verzocht of zij bezwaar hebben tegen de door de onderzoeker in rekening gebrachte kosten.

1.5

Bij afzonderlijke e-mails van 2 augustus 2018, 3 augustus 2018 en 6 augustus 2018 hebben (de advocaten van) alle partijen de Ondernemingskamer bericht geen bezwaar te hebben tegen de in rekening gebrachte vergoeding dan wel zich te refereren aan het oordeel van de Ondernemingskamer.

2 De gronden van de beslissing

De in rekening gebrachte vergoeding overschrijdt het vastgestelde budget niet. Partijen hebben geen bezwaren aangevoerd. De vergoeding komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal daarom de vergoeding van de onderzoeker – overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW – bepalen als hierna te vermelden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 9.925,55, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 8 augustus 2018.