Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2803

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-08-2018
Datum publicatie
17-08-2018
Zaaknummer
23-002101-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging behalve t.a.v. de straf. Gelet op de persoonlijke omstandigheden verdachte ziet hof aanleiding af te wijken van straf zoals door pr opgelegd en zoals door AG geëist. Taakstraf langere duur geboden nu hof tot lichtere strafmodaliteit komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002101-17

datum uitspraak: 6 augustus 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 juni 2017 in de strafzaak onder parketnummer 96‑234092-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en de gronden waarop de straf berust. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsman van de verdachte heeft op grond van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte verzocht de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daartoe heeft hij het volgende aangevoerd. De verdachte verkeerde in een moeilijke situatie. Hij is zijn bedrijf, huis en gezin kwijt geraakt en ondervindt daarvan behoorlijke stressklachten. Sinds het afgelopen jaar zijn er positieve ontwikkelingen in zijn leven, in de zin dat hij een nieuw bedrijf en een eigen woning heeft. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou schadelijk zijn voor de verdachte en de positief ingeslagen weg doorkruisen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft het openbaar gezag ondermijnd door als bestuurder met een motorrijtuig op de openbare weg te rijden, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De verdachte wist dat hij niet mocht rijden, en hij heeft dit bewust naast zich neergelegd.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 juli 2018 is hij eerder ter zake van overtredingen van artikel 9, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 onherroepelijk veroordeeld. Dit weegt in zijn nadeel.

Een gevangenisstraf zoals door de politierechter opgelegd en door de advocaat-generaal geëist is dan ook alleszins passend. In het voordeel van de verdachte houdt het hof echter rekening met voornoemde gewijzigde persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen. Het is onwenselijk, ook vanuit het oogpunt van het maatschappelijke belang om herhaling van het plegen van misdrijven te voorkomen, deze positieve ontwikkelingen te doorkruisen door het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

Gelet op de gewijzigde persoonlijke omstandigheden die zich hebben voorgedaan ziet het hof aanleiding af te wijken van de straf zoals door de politierechter opgelegd en zoals door de advocaat-generaal geëist, en zal het – rekening houdend met het taakstrafverbod – de gevangenisstraf beperken tot de duur van één dag. Nu de verdachte grotendeels tot een lichtere strafmodaliteit – een taakstraf – zal worden veroordeeld, is een taakstraf van langere duur geboden, gelet op de ernst van het feit en de recidive.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de gronden waarop de straf berust, en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M. Lolkema en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid van A.D. Renshof, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 augustus 2018.

mr. C.N. Dalebout is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[…]