Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2691

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30-07-2018
Datum publicatie
10-08-2018
Zaaknummer
200.235.091/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquete; gegronde redenen; onderzoek bevolen; onmiddellijke voorzieningen getroffen; art. 2:345 lid 1, 349a lid 2, 350 leden 1, 3 en 4 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.235.091/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 30 juli 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

OKNETAL B.V.,

gevestigd te Den Haag,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. J.J. Wittekamp en mr. P. Wezelenburg, beiden kantoorhoudende te Delft,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

O&T KINDERCENTRA B.V.,

gevestigd te Wateringen,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SMOLY B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. P. Quist en mr. J.G. Mulder, beiden kantoorhoudende te Naaldwijk.

1. Het verloop van het geding

1.1 Verzoekster, verweerster en belanghebbende worden hierna respectievelijk aangeduid met Oknetal, O&T en Smoly.

1.2 Oknetal heeft bij op 9 maart 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad – zakelijk weergegeven –:

  1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van O&T over de periode vanaf 20 juni 2013 en te bepalen dat het onderzoek in beginsel ten hoogste € 15.000 mag kosten;

  2. ij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding Smoly te schorsen als bestuurder van O&T, één of meer van de aandelen die Smoly houdt in het kapitaal van O&T over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder, dan wel een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht;

  3. alsmede om Smoly althans O&T te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3 Smoly heeft bij op 3 mei 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek en bij wijze van zelfstandig tegenverzoek de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad – zakelijk weergegeven – :

  1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van O&T over de periode vanaf 1 januari 2016 en te bepalen dat het onderzoek in beginsel ten hoogste € 15.000 mag kosten;

  2. ij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding Oknetal te schorsen als bestuurder van O&T, één of meer van de aandelen die Oknetal houdt in het kapitaal van O&T over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder, dan wel een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht;

  3. alsmede om Oknetal althans O&T te veroordelen in de kosten van het geding.

1.4 De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 mei 2018. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

2 De feiten

2.1

[A] (hierna: [A] ) en [B] (hierna: [B] ) hebben in oktober 2010 samen in Wateringen een kinderdagverblijf genaamd ‘’t Molentje’ opgericht, welke onderneming door hen aanvankelijk werd gedreven in een vennootschap onder firma.

2.2

Op 12 maart 2013 hebben [A] en [B] via hun persoonlijke houdstermaatschappijen – Oknetal respectievelijk Smoly – ten behoeve van de exploitatie van ’t Molentje O&T opgericht. Oknetal en Smoly houden elk 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van O&T. Zij vormen samen het bestuur van O&T en zijn ieder als bestuurder zelfstandig bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen.

2.3

O&T heeft 16 werknemers. [A] en [B] ontvangen beiden vanuit O&T een maandelijkse vergoeding gebaseerd op een arbeidsinzet van 40 uur per week.

2.4

Op 20 juni 2013 is [B] vanuit haar eenmanszaak POV Kindercentra het kinderdagverblijf ‘’t Blocky’ gestart, waarna de onderneming per 24 maart 2015 is voortgezet door POV Kindercentra B.V. (hierna: POV Kindercentra), een vennootschap waarvan [B] enig bestuurder en aandeelhouder is. Kinderdagverblijf ’t Blocky is ook gevestigd te Wateringen.

2.5

Sinds 2015 is de verhouding tussen [A] en [B] verslechterd.

2.6

Op 4 september 2016 heeft [B] een e-mail gecirculeerd met daarin een (nadere vastlegging van de) verdeling van de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en taken voor wat betreft de gang van zaken binnen O&T/’t Molentje (hierna: de verantwoordelijkhedenmatrix).

2.7

Bij e-mail van 3 januari 2017 aan [B] heeft [A] onder meer geschreven bezorgd te zijn over de onder het personeel heersende onrust, het vertrek van een aantal belangrijke werknemers en de mogelijke negatieve gevolgen daarvan voor de onderneming. Zij schrijft dat een en ander het gevolg is van de wijze van leidinggeven door [B] . Op 4 januari 2017 heeft [B] voornoemde e-mail van [A] doorgestuurd aan personeelsleden van O&T en in het begeleidende bericht – zakelijk weergegeven – geschreven dat de oorzaak van de heersende onrust en het vertrek van medewerkers bij [A] ligt.

2.8

Op 15 maart 2017 heeft [A] de toegang van [B] tot het administratieprogramma Bitcare, een automatiseringsprogramma waarin financiële informatie, klantinformatie en personeelsgegevens worden opgeslagen en beheerd, aangepast waardoor de inzagerechten van [B] in bepaalde financiële gegevens van O&T werden beperkt en diverse handelingen binnen het programma voor haar onmogelijk werden gemaakt.

2.9

Bij brief van 18 mei 2017 heeft [A] via haar advocaat [B] geïnformeerd dat zij heeft besloten het dienstverband van [B] met O&T te beëindigen met ingang van de datum waarop [B] de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, te weten op 25 juni 2017. De beëindiging doet geenszins afbreuk aan de positie van Smoly als bestuurder en aandeelhouder van O&T, aldus de advocaat namens [A] .

2.10

Bij brief van 24 mei 2017 van haar advocaat heeft [B] , kort weergegeven, zich verzet tegen de aangekondigde beëindiging nu daaraan geen rechtsgeldig bestuurs- dan wel aandeelhoudersbesluit ten grondslag ligt. Ook is in de brief aangedrongen op het herstel van de volledige toegangsmachtiging van [B] tot Bitcare.

2.11

Bij vonnis van 30 juni 2017 heeft de voorzieningenrechter van rechtbank Den Haag in een door [B] /Smoly geëntameerd kort geding onder meer geoordeeld i) dat [B] /Smoly in staat moet worden gesteld haar taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, zoals vastgelegd in de verantwoordelijkhedenmatrix, en tegen de gebruikelijke vergoeding onveranderd te kunnen blijven uitoefenen en ii) dat [B] volledige toegang dient te krijgen tot onder andere de bedrijfsgegevens van O&T en – ten behoeve van de uitvoering van haar taken – Bitcare, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom.

2.12

In mei 2017 heeft boekhouder MOR Administratiekantoor (hierna: MOR) in opdracht van [B] [A] verzocht diverse door [A] bij O&T gedeclareerde kosten te verantwoorden en voorgesteld om van de gedeclareerde boodschappen (slechts) 20% als zakelijke kosten aan te merken. [A] heeft op 11 juli 2017 aan MOR per e-mail medegedeeld daarmee niet in te stemmen omdat de betreffende uitgaven zijn gedaan in het kader van de bedrijfsvoering.

2.13

Bij e-mail van 22 juli 2017 heeft [A] onder verwijzing naar de statutaire aanbiedingsregeling haar aandelen in O&T aangeboden aan [B] .

2.14

[A] heeft per 1 augustus 2017 de ten behoeve van O&T afgesloten aansprakelijkheids- en ziekteverzuimverzekeringen opgezegd en in plaats daarvan nieuwe verzekeringen afgesloten. [B] heeft op 14 augustus 2017 de opzegging door [A] ongedaan gemaakt en getracht de door [A] in plaats daarvan afgesloten nieuwe verzekeringen terug te draaien. Op 15 augustus 2017 heeft de nieuwe verzekeraar per e-mail gereageerd dat de aangegane overeenkomsten niet zouden worden beëindigd of teruggedraaid nu Oknetal zelfstandig bevoegd was de overeenkomsten aan te gaan. O&T is als gevolg daarvan dubbel verzekerd.

2.15

Bij e-mail van 6 oktober 2017 heeft [A] namens O&T de samenwerking met MOR met onmiddellijke ingang beëindigd en de aan haar verleende machtiging voor het verzorgen van de fiscale aangiften van O&T ingetrokken. In reactie hierop heeft [B] in een e-mail van 9 oktober 2017 aan MOR (met kopie aan [A] ) laten weten dat zij als bestuurder en aandeelhouder van O&T geen bezwaar heeft tegen de door MOR uitgevoerde werkzaamheden en geen reden ziet de werkrelatie met MOR te beëindigen.

2.16

Bij vonnis van 2 november 2017 heeft de voorzieningenrechter van rechtbank Den Haag in een executie kort geding geoordeeld dat voorshands niet geconcludeerd kan worden dat [A] /Oknetal de veroordeling om [B] /Smoly toegang te verlenen tot de benodigde bedrijfsinformatie en Bitcare (zie 2.11) niet is nagekomen en dwangsommen heeft verbeurd.

2.17

In een e-mail van 8 november 2017 aan [A] heeft [B] onder meer gemeld dat uit het onderzoek van MOR naar de financiële administratie van O&T blijkt dat door [A] in 2016 gedeclareerde boodschappen in werkelijkheid privéuitgaven zijn en dat de in 2017 door haar gedane uitgaven hoger zijn dan in 2016 en derhalve ook onderzocht moeten worden. Ook verzoekt [B] in de e-mail [A] zowel haar als MOR volledige toegang tot het boekhoudprogramma Snelstart te verschaffen.

2.18

In een e-mail van [A] van 8 november 2017 aan de advocaat van [B] heeft zij haar voorstel om haar aandelen in O&T te verkopen ingetrokken.

2.19

Bij e-mail van 10 november 2017 heeft [A] [B] uitgenodigd voor een op 24 november 2017 te houden aandeelhoudersvergadering van O&T met als agendapunten de (vaststelling van de) jaarrekening 2016 en het functioneren van het bestuur.

2.20

Bij brief van 14 november 2017 heeft [A] de door [B] in de brief van 8 november 2017 gemaakte verwijten betwist, waarbij zij onder meer heeft verwezen naar aan [B] en de accountant verstrekte, en aldus in Snelstart verwerkte overzichten van privé-uitgaven waartegen [B] volgens [A] geen inhoudelijk bezwaar heeft gemaakt.

2.21

In haar e-mail van 17 november 2017 heeft [B] [A] onder meer bericht dat zij niet op de uitnodiging voor de aandeelhoudersvergadering kan ingaan zolang zij geen volledige inzage c.q. toegang heeft tot de financiële administratie en zolang [A] haar houding niet wijzigt.

2.22

In opdracht van [B] heeft MOR op 23 november 2017 de jaarrekening 2016 bij de Kamer van Koophandel gedeponeerd als zijnde vastgesteld door de algemene vergadering.

2.23

Bij e-mail van 2 december 2017 heeft [A] er bij [B] op aangedrongen in elk geval met elkaar in gesprek te blijven en “nog een keer te vergaderen om tenminste de discussie over de jaarrekening te beslechten”. Een reactie van [B] is uitgebleven.

2.24

Bij e-mail van 4 december 2017 heeft [A] aan [B] voorgesteld op 5 december 2017 een vergadering te houden om de jaarrekening 2016 te bespreken. Ook hierop heeft [B] niet gereageerd.

2.25

In opdracht van [A] heeft een financieel specialist van HVA Administratiekantoor (hierna: HVA) in december 2017 de (concept-)jaarrekeningen 2013 tot en met 2016, beoordeeld. HVA heeft bij brief van 19 december 2017 haar bevindingen aan [A] gerapporteerd.

2.26

Op 3 januari 2018 heeft [A] per e-mail aan [B] voorgesteld om op 9 januari 2018 bijeen te komen om in aanwezigheid van HVA de financiële administratie van O&T over 2017 en door HVA geconstateerde en in haar rapportage van 19 december 2017 benoemde onjuistheden in de jaarrekeningen 2013 tot en met 2016 gezamenlijk te bespreken. Bij de vergadering op 9 januari 2018 waren [A] en een medewerker van HVA aanwezig; van de kant van MOR was niemand aanwezig en ook [B] was afwezig.

2.27

Op 25 januari 2018 heeft het personeel van O&T in een brief aan [A] , zakelijk weergegeven, onder meer zorgen uitgesproken over de negatieve (“onveilige”) werksfeer en bericht dat zij zich genoodzaakt zien daarvan melding te doen bij de Arbodienst als dit niet wijzigt.

2.28

Op 22 februari 2018 heeft Smoly Oknetal opgeroepen voor een op 13 maart 2018 te houden aandeelhoudersvergadering van O&T. Op de agenda is onder meer opgenomen het ontslag van Oknetal als bestuurder van O&T met als toelichting: “Gezien de aanhoudende conflicten tussen de bestuurders (…) en gelet op de bestaande verschillen van inzicht (…) is het niet langer in het belang van de vennootschap dat Oknetal B.V. in functie blijft als bestuurder van de vennootschap.” De aandeelhoudersvergadering is aangehouden in afwachting van onderhavige procedure.

2.29

Op 23 februari 2018 heeft [B] aan het personeel van O&T een door haar herziene versie van de verantwoordelijkhedenmatrix toegestuurd waarin taken van [A] zijn komen te vervallen.

3 De gronden van de beslissing

3.1

Oknetal heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van O&T en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Ter toelichting heeft Oknetal – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende naar voren gebracht:

- De verhouding tussen [A] en [B] is ernstig verstoord. [B] gaat iedere poging van [A] tot overleg uit de weg en reageert niet op uitnodigingen voor bestuurs- en aandeelhoudersvergaderingen. Noodzakelijke besluitvorming, bijvoorbeeld ten aanzien van de jaarrekening 2016, kan hierdoor niet plaatsvinden. Voorts creëert [B] onrust binnen de onderneming door het personeel en de oudercommissie bewust bij de onderlinge geschillen te betrekken en desinformatie over [A] te verspreiden. Met deze handelwijze schaadt [B] de belangen van O&T;

- [B] handelt in strijd met de verantwoordelijkhedenmatrix, die zij bovendien recentelijk eenzijdig heeft geprobeerd te wijzigen. Daarnaast draait [B] diverse beslissingen van [A] zonder overleg terug, bijvoorbeeld ten aanzien van het al dan niet handhaven van MOR als boekhouder terwijl HVA diverse onjuistheden in de door MOR gevoerde administratie van O&T heeft geconstateerd en het terugdraaien van door [A] ter voorkoming van onderverzekering afgesloten verzekeringen. Ook heeft [B] MOR de instructie gegeven de jaarrekening 2016 als vastgesteld te deponeren terwijl zij wist dat [A] het met de inhoud daarvan niet eens is en een besluit van de aandeelhoudersvergadering tot vaststelling van de jaarrekening derhalve ontbreekt. [B] weigert inhoudelijk te reageren op de door HVA in de administratie van O&T geconstateerde onjuistheden; in plaats daarvan maakt [B] niet-onderbouwde verwijten aan [A] , waaronder het verwijt dat zij privé-uitgaven als zakelijke kosten zou hebben gedeclareerd;

- Er is sprake van bewuste benadeling door [B] /Smoly van O&T ten behoeve van POV Kindercentra. Met de oprichting van het met O&T concurrerende POV Kindercentra is O&T een corporate opportunity ontnomen. Daarnaast maakt [B] via POV Kindercentra gebruik van het personeel, de bedrijfsmiddelen (cursussen, de website en het bedrijfsconcept) en goodwill van O&T, zonder dat O&T daarvoor een vergoeding ontvangt. Bovendien staat [B] voor 40 uur op de loonlijst van O&T terwijl zij in die tijd ook werkzaamheden voor POV Kindercentra verricht, aldus nog steeds Oknetal.

3.2

Smoly erkent dat er sprake is van een onwerkbare situatie tussen [A] en [B] en een impasse in de besluitvorming op bestuurs- en aandeelhoudersniveau die maakt dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid van O&T te twijfelen, maar zij meent dat de oorzaak daarvan bij Oknetal/ [A] ligt. Smoly is als bestuurder zelfstandig bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. De verantwoordelijkhedenmatrix is voornamelijk bedoeld om de operationele structuur voor het personeel te verduidelijken, ziet niet op een taakverdeling op bestuursniveau en rechtvaardigt derhalve niet dat Oknetal zonder medeweten van Smoly besluiten neemt, zoals het afsluiten van verzekeringen en het beëindigen van de samenwerking met MOR. Voorts ontzegt c.q. beperkt Oknetal ten onrechte de toegang van haar medebestuurder Smoly tot noodzakelijke managementinformatie waardoor Smoly onvoldoende inzicht heeft (gehad) in de (financiële) situatie van O&T.

Van benadeling van O&T ten gunste van POV Kindercentra is volgens Smoly geen sprake. [B] heeft [A] in 2013 uitdrukkelijk de mogelijkheid geboden deel te nemen in ’t Blocky, maar [A] heeft daarvan afgezien. Zij heeft nimmer bezwaar gemaakt tegen de oprichting van ’t Blocky, en evenmin tegen de inhoud van de website of het gehanteerde bedrijfsconcept. Nu beide kinderdagverblijven zich richten op een ander deel van de wijk en bovendien ’t Molentje een aannamestop en wachtlijst kent is van concurrentie als gevolg waarvan O&T schade zou lijden, geen sprake, aldus Smoly. Daarnaast worden op ’t Blocky betrekking hebbende kosten, zoals cursussengelden en de ontwikkeling van de website, anders dan Oknetal stelt, door POV Kindercentra voldaan.

Harerzijds verwijt Smoly [A] er zelf meerdere nevenactiviteiten op na te houden en voor persoonlijke doeleinden gelden van O&T te hebben opgenomen.

3.3

De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Zowel in de processtukken als ter terechtzitting hebben partijen bevestigd dat zij weliswaar van mening verschillen over het antwoord op de vraag aan wie het een en ander te wijten is, maar dat zij onderkennen dat de verhoudingen tussen hen reeds geruime tijd tot een patstelling in het bestuur en in de algemene vergadering van aandeelhouders van O&T hebben geleid en dat reeds op die grond moet worden getwijfeld aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van de vennootschap. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer blijkt uit de gedingstukken en het ter terechtzitting verhandelde genoegzaam dat die conclusie gegrond is. Het wantrouwen tussen [A] en [B] staat een normale communicatie tussen hen in de weg waardoor O&T al geruime tijd geen adequaat functionerend collegiaal bestuur meer heeft. Illustratief daarvoor is het feit dat [A] en [B] , zoals zij ter zitting hebben verklaard, al sinds 2015 uitsluitend nog schriftelijk contact hebben en elkaar ontlopen door niet tegelijkertijd op ’t Molentje aanwezig te zijn. Bestuurs- en aandeelhoudersvergaderingen vinden om die reden al geruime tijd niet meer plaats. Omdat partijen over vrijwel elk onderwerp van mening verschillen en elkaar over en weer beschuldigen van malversaties, blokkeert de besluitvorming binnen de organen, hetgeen onder meer blijkt uit de gang van zaken rondom de aanstelling van MOR als boekhouder van O&T, de vaststelling van de jaarrekening 2016 en het afsluiten en opzeggen van de verzekeringen. Daarnaast heeft de verstoorde verhouding geleid tot onrust onder het personeel doordat zij in het onderlinge geschil worden betrokken. Daarmee ondermijnt de verstoorde verhouding de bestuurbaarheid en bedrijfsvoering van O&T. De Ondernemingskamer acht aannemelijk dat de ontstane patstelling – indien niet spoedig doorbroken – verdere negatieve gevolgen zal hebben voor O&T.

3.4

De Ondernemingskamer zal, gelet op het voorgaande, een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van O&T bevelen en wel vanaf 20 juni 2013. De aan te wijzen onderzoeker zal ook de overige door partijen aangedragen geschilpunten, waaronder de verantwoording van persoonlijke en zakelijke kosten in de boekhouding, de jaarrekening 2016 en de inzet van bedrijfsmiddelen, personeel etc. van O&T ten behoeve van POV Kindercentra tot zijn onderzoeksterrein mogen rekenen.

3.5

De Ondernemingskamer is van oordeel dat de verhouding tussen Oknetal en Smoly dusdanig is verstoord dat de organen van O&T niet meer naar behoren kunnen functioneren. Met het oog op de toestand van O&T, zoals die blijkt uit de voorgaande overwegingen (zie 3.3), wordt noodzakelijk geacht de navolgende onmiddellijke voorzieningen te treffen. Oknetal en Smoly zullen worden geschorst als bestuurders van O&T en in hun plaats zal een derde als bestuurder van O&T worden benoemd. Deze bestuurder zal zich bij de uitoefening van zijn bestuurstaak bij O&T naar eigen inzicht kunnen doen bijstaan door Oknetal en/of Smoly op door hem te bepalen, nader te stellen voorwaarden. De Ondernemingskamer ziet tevens aanleiding om de aandelen in O&T – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder over te dragen.

3.6

De te benoemen bestuurder mag het bovendien tot zijn taak rekenen een minnelijke regeling tussen partijen te beproeven.

3.7

De Ondernemingskamer zal de kosten van het onderzoek en de te benoemen bestuurder en beheerder ten laste brengen van O&T. De Ondernemingskamer merkt daarbij op dat [A] en [B] desgevraagd ter zitting hebben bevestigd dat Oknetal en Smoly bereid zijn ten behoeve van O&T een bedrag ter beschikking te stellen voor het onderzoek en de voorzieningen, indien O&T niet in staat blijkt te zijn de kosten te dragen.

3.8

De Ondernemingskamer zal de aanwijzing van een onderzoeker vooralsnog aanhouden opdat kan worden bezien of reeds door de te treffen onmiddellijke voorzieningen een oplossing van het geschil kan worden bereikt. Ieder der partijen of de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder kan op elk moment de Ondernemingskamer verzoeken de onderzoeker aan te wijzen.

3.9

Voor het treffen van andere onmiddellijke voorzieningen ziet de Ondernemingskamer vooralsnog geen aanleiding.

3.10

De Ondernemingskamer acht ten slotte termen aanwezig de kosten van het geding tussen de verschenen partijen te compenseren zoals hierna te vermelden.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van O&T Kindercentra B.V. over de periode vanaf 20 juni 2013;

benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 20.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van O&T Kindercentra B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen;

benoemt mr. A.J. Wolfs tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;

schorst, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, met ingang van heden Oknetal B.V. en Smoly B.V. als bestuurders van O&T Kindercentra B.V.;

benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van O&T Kindercentra B.V.;

bepaalt vooralsnog voor de duur van het geding dat de aandelen in O&T Kindercentra B.V. – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer met ingang van heden zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;

bepaalt dat het salaris en de kosten van de bestuurder en de beheerder van aandelen ten laste komen van O&T Kindercentra B.V. en bepaalt dat O&T Kindercentra B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder en de beheerder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van hun werkzaamheden;

compenseert de kosten van het geding tussen de verschenen partijen aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 30 juli 2018.