Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:266

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
31-01-2018
Zaaknummer
200.229.638/01
Formele relaties
Herstelde arrest: ECLI:NL:GHAMS:2018:281
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

herstelarrest

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2018/46
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.229.638/01 SKG

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/638335 / KG ZA 17-1210

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 januari 2018

inzake

1 YIN YANG EXPLOITATIE B.V.,

2. VOCU B.V.,

beide gevestigd te Roermond

3. ROERDALHOEVE B.V.,

gevestigd te Melick, gemeente Roerdalen,

4. STICHTING CS BEDRIJVEN,

5. CS HORECA B.V.,

6. CS SAUNA B.V.,

7. MSB B.V.,

alle gevestigd te Roermond,

8. [appellant sub 8]

wonend te [woonplaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. F.J.H.M. Berndsen te Breda,

tegen

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. D.M. van der Houwen te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Yin Yang c.s. en ING genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 19 januari 2018 een arrest uitgesproken. Bij faxbericht van 22 januari 2018 heeft mr. Van der Houwen zich namens partij ING op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat en herstel daarvan verzocht. Bij faxbericht van 23 januari 2018 heeft mr. Berndsen zich namens partij Yin Yang c.s. verzet tegen toewijzing van dit verzoek.

2 Beoordeling

2.1

ING heeft in haar brief aangevoerd dat de overeenkomst verpakt afstorten al sinds 14 april 2017 is geëindigd en dat Yin Yang c.s. reeds geruime tijd geen contante gelden hebben kunnen afstorten. Het hof heeft geoordeeld dat ING haar relatie met Yin Yang c.s. in het licht van de reële reputatie- en integriteitsrisico’s mag beëindigen, doch heeft met het oog op de betrokken belangen van Yin Yang c.s. een voorziening getroffen die er toe strekt dat de relatie zoals die ten tijde van de aanvang van de onderhavige procedure feitelijk bestond nog enige weken gehandhaafd blijft. Mede tegen die achtergrond schrijft ING met recht dat overweging 3.15 en de veroordeling van ING in het dictum om de overeenkomst verpakt afstorten tot en met 16 februari 2018 te continueren berusten op een kennelijke fout.

2.2

Het hof zal voornoemde kennelijke fout daarom verbeteren.

3 Beslissing

Het hof:

verbetert het in deze zaak op 19 januari 2018 uitgesproken arrest aldus dat de tweede volzin van rov. 3.15 komt te luiden als volgt:

Het hof zal ING daarom veroordelen de bankrelatie met Stichting CS Bedrijven te continueren tot en met vier weken na heden (16 februari 2018).

verbetert het in deze zaak op 19 januari 2018 uitgesproken arrest aldus dat de in het dictum jegens ING uitgesproken veroordeling komt te luiden als volgt:

veroordeelt ING de bankrelatie met Stichting CS Bedrijven voort te zetten tot en met 16 februari 2018;

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W.M. Tromp, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en J.M. de Jongh en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018.