Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2652

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-07-2018
Datum publicatie
10-08-2018
Zaaknummer
200.240.492/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; WOR; medezeggenschap; Standard Aero B.V. heeft bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid kunnen komen tot het op 14 mei 2018 aan de ondernemingsraad bekendgemaakte besluit tot “de herstructurering van het bedrijf en de daaruit voortvloeiende reorganisatie zoals opgenomen in de adviesaanvraag d.d. 20 februari 2018”. Art. 25, 26, 31 WOR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0946
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.240.492/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 20 juli 2018

inzake

DE ONDERNEMINGSRAAD VAN STANDARD AERO B.V.,

gevestigd te Tilburg,

VERZOEKER,

advocaten: mr. S.A. Tan en mr. K. Prooij, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STANDARD AERO B.V.,

gevestigd te Tilburg,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. A.G.W. Verstraten, kantoorhoudende te Tilburg.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zal verzoeker (ook) worden aangeduid met de ondernemingsraad en verweerster met Standard Aero.

1.2

De ondernemingsraad heeft bij op 11 juni 2018 (per e-mail op 8 juni 2018) ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht te verklaren dat Standard Aero niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 14 mei 2018 met betrekking tot reorganisatie van haar vestiging in Tilburg,

b. bij wijze van voorzieningen:

- Standard Aero te gebieden voornoemd besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken en

- Standard Aero te verbieden handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit, en

c. deze voorzieningen ook bij wijze van voorlopige voorziening te treffen,

d. aan Standard Aero een dwangsom op te leggen voor het geval zij zich niet houdt aan de getroffen (voorlopige) voorzieningen,

met veroordeling van Standard Aero in de kosten van het geding voor zover en indien de ondernemingsraad kosten heeft moeten maken.

1.3

Standard Aero heeft bij op 15 juni 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

1.4

Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 21 juni 2018. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen en wat mr. Verstraten betreft onder overlegging van een op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere productie. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

1.5

De ondernemingsraad heeft zijn verzoek tot het bij wijze van voorlopige voorziening treffen van maatregelen (onderdeel 1.2 sub c hiervoor) ter zitting ingetrokken naar aanleiding van de toezegging van Standard Aero bij monde van haar advocaat ter zitting dat zij geen uitvoeringshandelingen zal verrichten totdat de Ondernemingskamer in deze zaak uitspraak heeft gedaan.

2 De feiten

2.1

Standard Aero is onderdeel van een internationaal concern (hierna: Standard Aero International) dat onder meer onderhoud verricht aan vliegtuigen, gasturbinemotoren, motorcomponenten en vliegtuiginrichtingen. Standard Aero heeft een vestiging in Tilburg en een vestiging in Woensdrecht. Op de vestiging in Tilburg zijn circa 50 medewerkers werkzaam.

2.2

[A] (hierna: [A] ) is CEO van Standard Aero International en statutair bestuurder van Standard Aero. Bestuurder in de zin van de WOR is [B] , interim algemeen directeur van Standard Aero (hierna: [B] ).

2.3

In juli 2017 is Standard Aero International met Airbus SE (hierna: Airbus) in exclusieve onderhandeling getreden over overname van Vector Aerospace Holding SAS (hierna: Vector), een onderdeel van het Airbus-concern.

2.4

Op 31 augustus 2017 heeft [A] de medewerkers van Standard Aero in een presentatie laten weten dat de overname van Vector geen veranderingen tot gevolg zal hebben voor de vestiging in Tilburg en dat er geen arbeidsplaatsen zouden komen te vervallen.

2.5

Op 26 oktober 2017 heeft Standard Aero International een Integration Management Office (hierna: het IMO) ingericht om de integratieactiviteiten van de onderneming van Vector met die van Standard Aero International in kaart te brengen en ter hand te nemen. Het IMO is samengesteld uit vertegenwoordigers van Standard Aero International en had de taak om alle vestigingen wereldwijd te bekijken en de kansen te bepalen om bedrijfskosten te beperken en de efficiency te vergroten. De vestiging in Tilburg is een van de bekeken vestigingen in dat verband.

2.6

Standard Aero International heeft in november 2017 Vector overgenomen van Airbus. [A] heeft de medewerkers van het concern van Standard Aero International, waaronder Standard Aero, hiervan op 3 november 2017 per e-mail in kennis gesteld.

2.7

Het IMO heeft op 19 januari 2018 zijn bevindingen gepresenteerd aan het Executive Leadership Team (ELT) van Standard Aero International. Die bevindingen hebben geleid tot de sluiting van fabrieken en tot verplaatsing en integratie van een groot aantal werkzaamheden van de gefuseerde ondernemingen van Standard Aero International en Vector.

2.8

Op 5 en 6 februari 2018 heeft [G] (vicepresident HRM van Standard Aero International en lid van het IMO) gesproken met twee leden van het management van Standard Aero, te weten [C] (destijds general manager) en [D] (HR Manager) (hierna: [D] ). [G] heeft toen met hen gesproken over de bevindingen van het IMO, de initiële door Standard Aero International genomen beslissingen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de vestiging in Tilburg. In dat kader is het management van Standard Aero verzocht een voorgenomen besluit te formuleren dat ter advisering aan de ondernemingsraad kon worden voorgelegd.

2.9

Op 16 februari 2018 is de ondernemingsraad geïnformeerd over het voorgenomen besluit van Standard Aero tot onder meer verplaatsing van werkzaamheden van de vestiging in Tilburg naar andere vestigingen binnen het concern van Standard Aero International. Op 19 februari 2018 hebben [E] (VP/GM Turbo Props Airlines & Large Fleets) en [D] de medewerkers van Standard Aero ingelicht.

2.10

In de daaropvolgende adviesaanvraag aan de ondernemingsraad van 20 februari 2018 “met betrekking tot het voorgenomen besluit om Standard Aero B.V. te reorganiseren” staat onder meer het volgende:

(…) Achtergrond en beoogd besluit

In november 2017 heeft Standard Aero de overeenkomst afgerond om Vector Aerospace over te nemen van Airbus. Als deel van de overname vereiste het eigendom van Standard Aero dat het bedrijf zou beginnen met een onmiddellijke en grondige evaluatie van zijn mondiale faciliteiten en de voetafdruk van zijn onroerend goed. Bovendien leverde de overname van Vector extra kansen op om de operations te optimaliseren door Centers of Excellence op te zetten en onze faciliteiten te consolideren - vooral in geval van dubbele motorreparatiewerkplaatsen, teams en apparatuur. Bij de evaluatie van onze Europese voetafdruk werden verscheidene mogelijke opties beoordeeld, variërend van een volledige sluiting van de vestiging in Tilburg tot een aanzienlijke herstructurering van het bedrijf. Na verscheidene maanden van evaluatie, data-analyse, evaluatie van onze testcapaciteiten en onze mondiale licenties in het kader van een grotere strategie met PWC om ons partnerschap met de OEM te versterken, heeft het bedrijf gekozen voor de optie om een aanzienlijke herstructurering van de Tilburgse PW100 MRO-bedrijfsactiviteiten na te streven en het Europese PW100-werk over te plaatsen naar de andere bestaande PW100-reparatiefaciliteiten in Gonesse in Frankrijk en de PEI faciliteiten in Canada - inclusief het PW100-werk dat van oudsher werd uitgevoerd in onze faciliteit in Winnipeg in Canada. De PT6-bedrijfsactiviteiten van het bedrijf verhuizen ook naar andere faciliteiten binnen het netwerk van Standard Aero. Om bestaande klanten in de regio te blijven bedienen met MRO voor lichte en vleugelmotoren, zal Standard Aero (…) velddienstactiviteiten blijven ondersteunen, evenals het Europese verkoopkantoor in de regio. (…)

3 Consequenties

(…) Deze reorganisatie heeft betrekking op de totale organisatie van Standard Aero in Tilburg inclusief de internationale afdelingen. Helaas zullen 30 werknemers boventallig worden. Alle boventallige werknemers worden gecompenseerd in overeenstemming met het sociaal plan dat wordt ontwikkeld door de vakbond en Standard Aero. Zodra het advies van de Ondernemingsraad is ontvangen en het sociaal plan is opgesteld, zal de ontslagprocedure van start gaan. Wij verwachten dat de laatste boventallige werknemers de organisatie aan het begin van het vierde kwartaal van 2018 zullen verlaten. (…)

2.11

Eveneens op 20 februari 2018 heeft Standard Aero een melding collectief ontslag bij het UWV ingediend.

2.12

In een “Eerste reactie en vragen van de ondernemingsraad” op de adviesaanvraag heeft de ondernemingsraad op 28 februari 2018 onder meer een aantal vragen gesteld:

(…) De OR heeft besloten in deze eerste reactie (…) allereerst vragen te stellen op het hoogste beleidsmatige niveau (de ‘start’ van het initiatief- en beslissingsproces) (…)

Vragen

1. Welke strategische, beleidsmatige keuzes, bedrijfseconomische omstandigheden of - noodzaak hebben ertoe geleid om de acquisitie van Vector te ‘wensen’ en Airbus daarvoor te benaderen, dan wel positief te reageren op een initiatief van Airbus?

2. Op wiens initiatief zijn de eerste, verkennende besprekingen gevoerd?

3. Was in dat stadium de toekomstige positie van Tilburg al ter sprake?

4. Welke waren de verwachtingen daarvan m.b.t de markt- en concurrentiepositie en de financiële gevolgen voor beide partijen?

5. Was Vector zelf al in dat stadium betrokken en wat was hun positie en opstelling?

6. Welke eisen (0.a. strategisch, markttechnisch, financieel en organisatorisch) (…) zijn door Airbus aan een mogelijke acquisitie gesteld?

7. Welke eisen (0.a. strategisch, markttechnisch, financieel en organisatorisch) zijn door Vector zelf daarbij aan een mogelijke acquisitie gesteld?

8. Welke eisen (0.a. strategisch, markttechnisch, financieel en organisatorisch) zijn door Standard Aero aan een mogelijke acquisitie gesteld?

9. Tot welke afspraken (o.a. strategisch, markttechnisch, financieel en organisatorisch) heeft dat geleid welke formeel zijn vastgelegd en hebben de overname bezegeld?

10. Wat was de prijs voor de overname?

11. De OR verzoekt inzage in de volledige ‘overnameovereenkomst’.

12. De OR verzoekt de volledige informatie over het door SA ontwikkelde beleid, nadat de overname een feit was, met focus op de gekozen strategische ‘relocatie’ van de productiefaciliteiten.

13. Voorgaande inzake de te verwachten marktontwikkelingen, de beschikbare (en nog te verkrijgen) licenties, de huidige performance van de productielocaties van alle Standard Aero en Vector, de sterk vergrootte complexiteit.

14. Welke zijn de uitgangspunten en keuzes bij het vaststellen van het nieuwe beleid van het veel groter geworden Standard Aero geweest?

(…)

19. (…)

2.13

In een brief van 19 maart 2018 (zoals op 22 maart 2018 gecorrigeerd) aan de ondernemingsraad heeft [B] in reactie op voormelde vragen van de ondernemingsraad onder meer het volgende geschreven:

U verwijst in uw reactie naar de leer van toerekening (…). Uitgaande van de toepasselijkheid van die toerekeningsgedachte richten uw vragen 1 t/m 11 zich op de acquisitie van Vector van november 2017. Dat besluit is echter geen besluit ten aanzien van de productieverplaatsing waarvan thans sprake is en op zichzelf niet adviesplichtig. Een van uw vragen ziet ook op het beleid zoals dat is ontwikkeld ten aanzien van de strategische relocatie van de productiefaciliteiten nadat die overname een feit was (uw vraag 12). Het besluit van de acquisitie van Vector is voor de Nederlandse onderneming een feit waardoor de overwegingen die bij dat besluit destijds betrokken zijn geweest, geen onderwerp uitmaken van de thans aan u voorgelegde adviesaanvraag. Uw vragen met betrekking tot de belangenafweging die heeft plaatsgevonden met betrekking tot het voorgenomen besluit om te komen tot productierelocatie, zijn uiteraard wel relevant en beantwoorden wij als volgt.

12. (…)

Business Case Tilburg

Onderstaande informatie geeft de verwachte besparingen weer die te maken hebben met de voorgestelde herstructurering van de bedrijfsactiviteiten van Tilburg. De verwachte besparingen = 4,5 miljoen Amerikaanse dollar.

De berekeningen zijn gebaseerd op feitelijke financiële gegevens van de vestiging in 2017 en verwachte besparingen via gereduceerde uitgaven en gestegen arbeidsabsorptiegraden in andere StandardAero-vestigingen. De voorgestelde business case die is opgesteld door het IMO-team werd op 18 januari 2018 gepresenteerd aan een uitvoerend stuurcomité. Na de presentatie kreeg IMO goedkeuring om verder te gaan naar een gedetailleerde planningsfase.

(…)

13. (…)

De antwoorden op vragen 12 tot en met 19 zijn voorzien van een aantal ingevoegde slides uit eerdere presentaties of rapportages, onder meer van het IMO.

2.14

Op 28 maart, 4 en 6 april 2018 zijn er overlegvergaderingen geweest. In de verslaglegging van de overlegvergaderingen van 4 en 6 april in de brief van 10 april 2018 van [D] aan de ondernemingsraad staat daarover het volgende:

In de meeting van woensdag 4 april jl. heeft de Ondernemingsraad drie opties voorgelegd (met aflopende voorkeur), te weten:

1. De locatie in Tilburg blijft ongewijzigd bestaan met mogelijkheden om in de toekomst verder te groeien.

2. De Ondernemingsraad neigt naar een negatief advies maar staat open voor bespreking van aanpassingen aan de reorganisatie zoals opgenomen in het voorgenomen besluit.

3. De Ondernemingsraad geeft een negatief advies en gaat een procedure bij de Ondernemingskamer starten.

(…) [B] heeft de opties besproken met het senior management van StandardAero en geeft aan dat optie 1 niet acceptabel is voor de organisatie. De voorkeur van [ [B] ] gaat uit naar optie 2 en hij vraagt de Ondernemingsraad om de aanpassingen te benoemen waarover de Ondernemingsraad verder zou willen praten. De Ondernemingsraad geeft aan dat men blij is met de mogelijkheid tot nader overleg.

Samen kunnen we ons committeren aan de volgende tijdslijn/actiepunten:

Week 15 van 2018 zal door de Ondernemingsraad worden gebruikt om de door de Ondernemingsraad voor te stellen aanpassingen op het plan op hoofdlijnen te formuleren.

Eind week 15 zal de notitie worden ingeleverd bij [ [B] ].

(…)

De Ondernemingsraad zal zijn advies uitstellen totdat alle bovenstaande punten zijn doorlopen. (…) .”

2.15

In een e-mail van 12 april 2018 van de ondernemingsraad aan [B] staat onder meer:

(…) You also told us that Standard Aero does not prefer option 3 and therefore option 2 remains. Thereupon we agreed with you that we would try to draft a Plan B so that we can present it to you and discuss this plan with you. We also agreed that we would ask members of the management team and possible other employees with relevant knowledge of the company, to help us draft Plan B. On Monday 9 April 2018 our first meeting took place, (…).

After a comprehensvie discussion we all concluded that it is not possible for us to draft a Plan B because of the earlier reported lack of information (answers to our 11 questions (..)). (…) it is absolutely necessary to speak to and have discussions with the IMO and the Business Unit Management (“BUM’s”). (…) we still do not have the relevant details which have led to the decision to close down Tilburg. Without receiving this important information and reflection on our ideas for Plan B from the IMO and BUM’s, Plan B would be groundless. To that end, we need to liaise and get together with the IMO and BUM’s first. Enclosed you will find a list with the topics that we would like to discuss with them. (…)

2.16

Bij brief van 19 april 2018 heeft [B] aan de ondernemingsraad bericht:

(…) Uit uw brief van 12 april jl. zou kunnen worden afgeleid dat u meent nog over onvoldoende informatie te beschikken om over het voorgenomen besluit te kunnen adviseren en dat u anderzijds nog alternatieven zou willen onderzoeken.

Ter voorkoming van misverstanden (…) merken wij nogmaals op dat anders dan u stelt, er geen sprake is van een genomen besluit direct na de overname van Vector om de productie in Tilburg stop te zetten.

Er is op concernniveau een strategisch beleid voorbereid na zorgvuldig en uitgebreid onderzoek (…). Dit laat onverlet dat door ons de specifieke overwegingen voor de locatie in Tilburg in ogenschouw zijn genomen in het kader van het aan u voorgelegde voorgenomen besluit tot reorganisatie en wij die graag, nogmaals, nader aan u willen toelichten. Deze overwegingen hebben onder meer betrekking op de problematiek rondom de vergunning, de veranderde omstandigheden en marktpositie en de bedrijfseconomische mogelijkheden tot noodzakelijke investeringen. (…)

Het standpunt met betrekking tot de vragen aangaande de acquisitie van Vector (uw vragen 1 tot en met 11 in uw schriftelijke reactie van 28 februari jl.) wordt gehandhaafd. (…) Zoals reeds eerder aangegeven is de acquisitie van Vector een gegeven waar we nu niet omheen kunnen. Het spreekt voor zich (…) dat we u de onderliggende strategische uitgangspunten goed inzichtelijk willen maken met betrekking tot het huidige voorgenomen besluit. Voor zover onze uiteenzetting in de brief van 19 maart jl. en de daarop gegeven toelichting nog onvoldoende zou zijn, verzoeken wij u vriendelijk om dit nader te concretiseren.

Er zal geen heroverweging van het strategisch beleid plaatsvinden. Het werk van IMO is in die zin afgerond. We hebben alle mogelijke alternatieven overwogen hetgeen heeft geresulteerd in de voorgestelde reorganisatie. Voor zover de Ondernemingsraad in de voorgestelde reorganisatie nog mogelijkheden tot optimalisatie aanwezig acht, willen wij ook die graag met u bespreken.

U wordt bij deze uitgenodigd op de overlegvergadering die zal plaatsvinden op (…) 25 april a.s. (…)

2.17

Later op die dag, 19 april 2018, heeft de ondernemingsraad een negatief advies uitgebracht over het voorgenomen besluit van Standard Aero. Over de door Standard Aero verstrekte informatie tijdens het medezeggenschapstraject heeft de ondernemingsraad onder meer het volgende opgemerkt:

(…) Er is geen enkele bijlage toegevoegd aan de adviesaanvraag en de adviesaanvraag voorziet slechts in een zeer summiere en incomplete onderbouwing van hoe het besluit om een groot deel van Tilburg te sluiten, tot stand is gekomen.

(…) Bovendien wordt er slechts op hoofdlijnen informatie verstrekt, veelal wordt geen informatie verstrekt over de exacte data, onderzoeksinstantie, onderzoeksopdracht, onderzoeksresultaten en het orgaan/de partij/de entiteit die een bepaald besluit heeft genomen. (…)

Voor wat betreft de vragen waar Standard Aero wél antwoord op heeft gegeven geldt dat die antwoorden zeer onduidelijk zijn en vergezeld gaan van (…) complexe sheets waar geen of geringe uitleg bij wordt gegeven. StandardAero deelt bovendien enkel fragmenten en flarden van onderzoeken, Powerpointpresentaties, (…) en andere informatie waarop StandardAero zegt haar “voorgenomen besluit” te hebben gebaseerd. De ondernemingsraad heeft de genoemde onderzoeken, Powerpointpresentaties, (…) e.d. niet in zijn geheel mogen ontvangen. (…) Op deze manier kan de ondernemingsraad niet controleren waar de conclusies en beslissingen van StandardAero op zijn gebaseerd en of zij deze conclusies en beslissingen kan volgen. (…)

StandardAero [heeft] aangegeven vraag 1 t/m 11 (…) niet te willen beantwoorden omdat dit vragen zouden zijn die gericht zijn op de overname van Vector (…) en dat het besluit om Vector over te nemen nu niet aan de orde is. (…) Het is (…) aan de ondernemingsraad om te bepalen welke informatie hij nodig heeft om een verantwoord advies te kunnen geven (…). De ondernemingsraad is van mening dat de vragen 1 t/m 11 wel degelijk van belang zijn voor het geven van een advies, alleen al omdat StandardAero zelf heeft aangegeven dat er al voor de overname door partijen eisen zijn gesteld over het herstructureren van de organisatie. (…) Bovendien blijkt uit alles dat de reorganisatie die nu plaatsvindt een (rechtstreeks) gevolg is van de overname van Vector.(…)

Een ander voorbeeld van het feit dat de ondernemingsraad slechts flarden van informatie ontvangt is pagina 3 van de brief van 19 maart 2018, waar staat dat de totale te verwachten besparing 4,5 miljoen is. De sheet waar dit uit zou moeten blijken is onbegrijpelijk en er wordt ook geen toelichting op gegeven. Bovendien is het de vraag over welke periode Standard Aero die 4,5 miljoen verwacht te besparen. Ook vraagt de ondernemingsraad zich af wat er zou gebeuren indien de PW100 en PT6 en TFE731 in Tilburg ondergebracht zouden worden en Gonesse en Fleetlands minder werk zouden krijgen. Dit scenario en de eventuele (synergie)besparingen als gevolg daarvan, blijven onbesproken. (…)

Over de vraag wat wél is onderzocht en wat daarbij de uitgangspunten zijn geweest wordt gezwegen, ondanks de daarover door de ondernemingsraad gestelde vragen. (…)

2.18

In een reactie van [B] van 4 mei 2018 op het negatieve advies van de ondernemingsraad staat onder meer:

(…) De OR is van mening dat de (…) verstrekte informatie complex van aard is, moeilijk te begrijpen (…) PowerPoint presentaties zou bevatten, alsmede marktgegevens en overige informatie, die voor de OR niet eenvoudig te begrijpen is. Het is vanuit die optiek onbegrijpelijk waarom de OR niet serieus heeft willen deelnemen aan de door StandardAero uitgeschreven overlegvergaderingen en evenmin de mogelijkheid heeft aangegrepen tot het stellen van nadere vragen of het verzoeken om een concrete toelichting op specifieke onderdelen.

(…)

De voorgenomen beslissing om StandardAero Tilburg te reorganiseren

De initiële beslissing om een mogelijke reorganisatie in Tilburg, maar ook op andere locaties, te onderzoeken, is niet gemaakt op het niveau van Standard Aero en de beoogde reorganisatie was ook geen uitgemaakte zaak of een voldongen feit. Het besluit om verschillende scenario’s binnen de groep te onderzoeken is een beslissing na de overname op basis van strategische operationele en financiële synergieën die geanalyseerd en geëvalueerd werden door het [IMO] en is objectief en zonder vooroordelen uitgevoerd. (…) Eén van de punten waar de OR aan voorbij gaat is dat StandardAero, in tegenstelling tot andere locaties, niet beschikt over de vereiste licenties om onderhoudswerkzaamheden aan diverse motoren te verrichten (…), hetgeen veel extra investeringen zou vergen terwijl op andere locaties deze vergunningen dus wel aanwezig zijn, hetgeen aan de OR is meegedeeld en bij de OR ook al langer bekend is. (…)

2.19

Op 14 mei 2018 heeft Standard Aero het besluit genomen tot “de herstructurering van het bedrijf en de daaruit voortvloeiende reorganisatie zoals opgenomen in de adviesaanvraag d.d. 20 februari 2018”. In de kennisgeving daarvan bij brief van 14 mei 2018 aan de ondernemingsraad staat onder meer het volgende:

Na de adviesaanvraag (…) heeft Standard Aero B.V. de OR tweemaal uitgenodigd (…) om eventuele vragen te beantwoorden of gewenste toelichting te verschaffen, inclusief het bespreken van (…) (het zogenaamde “19-vragen document”). De specifiek uitgeschreven overlegvergadering op 28 maart 2018 (…) werd vrijwel direct na het openen (…) op initiatief van de OR beëindigd (…). De vragen 1 tot en met 11 (van de 19 vragen) zijn niet beantwoord omdat de overname van Vector niets te maken had – en heeft – met het huidige voorgenomen besluit. Alle andere vragen (…) zijn uitgebreid beantwoord (…) StandardAero B.V. heeft zelfs, toen zij meende te constateren dat bij de OR nog vragen leefden, op een nieuwe overlegvergadering aangedrongen (in lijn met de met de OR gemaakte afspraken) om mogelijke vragen te beantwoorden (…). Zo was het, waar nodig, vrij eenvoudig geweest om toe te lichten welke rol het ontbreken van de vereiste vergunningen voor onderhoudswerkzaamheden, bij StandardAero B.V. in Tilburg, heeft gespeeld. (…) Deze licenties zijn slechts tegen zeer hoge bedragen (vele miljoenen) te verkrijgen hetgeen veel extra investeringen zou vergen terwijl op andere locaties deze vergunningen dus wel aanwezig zijn (…).

Samenvattend

(…)

Alle Europese productiefaciliteiten zitten in een te ruim jasje en hebben overcapaciteit en door samenvoeging (…) is een duidelijke efficiencyslag te maken. Op basis van geschetste marktontwikkelingen (…) kan ook afgeleid worden dat een dergelijke efficiencyslag noodzakelijk is gezien de afname van onderhoudswerkzaamheden voor specifieke vliegtuigmotortypen. (…)

Meer in het bijzonder ten aanzien van StandardAero B.V. in Tilburg zijn in het kader van de belangenafweging die wij hebben moeten maken en alternatieven die zijn bekeken, de navolgende constateringen en feiten relevant:

- Tilburg is in vergelijking met de vestigingen in Gonesse en Fleetlands verreweg de kleinste Europese vestiging, zowel qua omzet, aantal medewerkers en bedrijfslocatie.

- Daarbij komt dat de specifieke omstandigheden van het bedrijfspand en de onroerende zaak in Tilburg beduidend minder complex is in vergelijking tot andere locaties.

- In tegenstelling tot andere locaties beschikt StandardAero B.V. niet over de vereiste vergunningen om de onderhoudswerkzaamheden aan de diverse motortypen te mogen verrichten.

- Het overdragen van de onderhoudswerkzaamheden naar andere productiefaciliteiten ligt dan ook in de rede, levert een verwachte, jaarlijks terugkerende, besparing op van 4,5 miljoen Amerikaanse dollar, en lost tevens het probleem op van de bij StandardAero B.V. in Tilburg ontbrekende vergunningen.

2.20

In een verklaring van 14 juni 2018 van [H] , senior vicepresident of Business Integration en hoofd van het IMO staat onder meer:

(…) The (intended) decision to move the maintenance activities of Tilburg to other repair facilities within the international group to which StandardAero B.V. belongs, was made after the presentation of findings of the IMO to the StandardAero Executive Leadership Team (ELT) on 19 January 2018.

3 De gronden van de beslissing

3.1

De ondernemingsraad heeft in essentie betoogd dat hij geen wezenlijke invloed heeft kunnen uitoefenen op het bestreden besluit en daartoe aangevoerd dat:

  1. de adviesaanvraag onvoldoende is gedocumenteerd en gemotiveerd,

  2. er ontoereikende informatie is verstrekt, in het bijzonder door de weigering van Standard Aero om de vragen 1 tot en met 11 van de ondernemingsraad in zijn brief van 28 februari 2018 te beantwoorden,

  3. er geen tijdig overleg heeft plaatsgevonden, en

  4. het medezeggenschapstraject onzorgvuldig is geweest.

3.2

Standard Aero heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de ondernemingsraad en daartoe wat betreft de bezwaren onder a en b samengevat het volgende aangevoerd. De acquisitie van Vector is voor haar een voldongen feit, waardoor de overwegingen die aan dat besluit ten grondslag hebben gelegen, geen onderwerp zijn van de aan de ondernemingsraad voorgelegde adviesaanvraag. Zij betwist dat [B] heeft gezegd dat het besluit om in Tilburg te stoppen met bepaalde werkzaamheden al voor de acquisitie van Vector genomen zou zijn. De uitlatingen van [A] op 31 augustus 2017 illustreren dat er zelfs voor hem geen aanleiding bestond om aan te nemen dat de overname van Vector zou gaan leiden tot het verval van arbeidsplaatsen in Tilburg. Door de werkzaamheden van het IMO zijn nieuwe inzichten ontstaan met (mogelijke) consequenties voor een groot aantal van de vestigingen van Standard Aero International. Het is een gerechtvaardigd streven van Standard Aero International om de overcapaciteit op alle Europese vestigingen terug te brengen en te streven naar integratie van de bedrijfsactiviteiten. Daarbij zijn er meerdere punten die in het nadeel van Standard Aero in Tilburg uitpakken, zoals die zijn uiteengezet in de reactie op het negatieve advies en in het besluit van 14 mei 2018. Verder heeft Standard Aero gesteld dat de ondernemingsraad niet serieus heeft willen deelnemen aan de overlegvergaderingen, de mogelijkheid niet heeft aangegrepen om nadere vragen te stellen en om een concrete toelichting te vragen en overhaast, in strijd met een eerdere afspraak over de adviestermijn, een negatief advies heeft gegeven. De ondernemingsraad heeft daarmee zichzelf de kans ontnomen om een nadere toelichting te verkrijgen op het voorgenomen besluit, zoals de licentieproblematiek, aldus – nog steeds – Standard Aero.

3.3

De Ondernemingskamer overweegt ten aanzien van de bezwaren onder a en b als volgt.

3.4

Vooropgesteld wordt dat de ondernemer ingevolge artikel 31 WOR verplicht is om desgevraagd aan de ondernemingsraad alle inlichtingen en gegevens te verstrekken die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. Binnen redelijke grenzen is het daarbij aan de ondernemingsraad en niet aan de ondernemer om te bepalen welke informatie hij nodig heeft om een advies te kunnen geven. Reeds bij het vragen van advies aan de ondernemingsraad dient de ondernemer inzicht te verschaffen in de beweegredenen voor het voorgenomen besluit en in de gevolgen die het besluit heeft voor werknemers en de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen (artikel 25 lid 3 WOR). De op de ondernemer rustende plicht te zorgen voor een juist verloop van het medezeggenschapstraject brengt bovendien mee dat de ondernemer gehouden is ruimhartig gevolg te geven aan verzoeken om informatie van de ondernemingsraad. Dat betekent in dit geval dat Standaard Aero gehouden was de ondernemingsraad binnen redelijke grenzen volledig te informeren over zowel de achtergronden als de gevolgen van het voorgenomen besluit. De Ondernemingskamer acht met het vorenstaande niet verenigbaar dat Standard Aero beantwoording van de 11 vragen van de ondernemingsraad die zich volgens Standard Aero richten op de overname van Vector categorisch heeft geweigerd (zie 2.12 en verder). De Ondernemingskamer licht dat als volgt toe.

3.5

Niet ter discussie staat dat het IMO is opgericht om de integratie van Standard Aero en Vector ter hand te nemen en dat de bevindingen van het IMO ten grondslag liggen aan het besluit tot de reorganisatie van de vestiging Tilburg. In de adviesaanvraag is dit ook tot uitdrukking gebracht in het onderdeel “achtergrond en beoogd besluit” waar Standard Aero ingaat op de overname van Vector, de in verband daarmee in gang gezette “onmiddellijke en grondige evaluatie van zijn [Standard Aero’s, toev. OK] mondiale faciliteiten” en de bevindingen van het IMO in dat kader (zie 2.10 hiervoor). De uit Tilburg te verplaatsen werkzaamheden gaan naar overgenomen Vector-vestigingen. Ook op de zitting is naar voren gekomen dat de overname van Vector heeft geleid tot het voorgenomen besluit tot reorganisatie van de vestiging Tilburg. Op gespannen voet hiermee staat de mededeling in het besluit van Standard Aero dat de vragen 1 tot en met 11 niet zijn beantwoord omdat de overname van Vector niets te maken heeft met het besluit tot de reorganisatie van de vestiging in Tilburg. Dat partijen het erover eens zijn dat het besluit tot de overname van Vector op zichzelf niet adviesplichtig is, laat onverlet dat vragen van de ondernemingsraad daarover in het licht van het besluit tot reorganisatie van de vestiging in Tilburg, waaronder de verplaatsing van werkzaamheden naar voormalige Vector-vestigingen wel relevant kunnen zijn. Zo heeft de ondernemingsraad op goede gronden gesteld deze informatie nodig te hebben om te kunnen bepalen hoe en wanneer de overname van Vector invloed heeft gehad op de plannen tot reorganisatie van de vestiging in Tilburg en sinds wanneer Standard Aero daarbij betrokken is en zij het voorgenomen besluit tot reorganisatie van de vestiging Tilburg in voorbereiding had. Door beantwoording van deze vragen te weigeren is dit alles niet vast te stellen terwijl het evenmin valt op te maken uit de adviesaanvraag. In het licht van de volharding in de weigering om de gestelde vragen te beantwoorden (laatstelijk nog bij brief van 19 april 2018 van [B] ) acht de Ondernemingskamer het niet onbegrijpelijk dat de ondernemingsraad de overlegvergadering van 25 april 2018 waarvoor hij door [B] was uitgenodigd, niet meer heeft afgewacht en op 19 april 2018 zijn advies heeft uitgebracht (zie 2.16 en 2.17 hiervoor).

3.6

Ook op andere onderdelen is de in de adviesaanvraag en verder in het medezeggenschapstraject verstrekte informatie ondermaats. Daarbij neemt de Ondernemingskamer in aanmerking dat het hier gaat om een besluit dat ingrijpende gevolgen heeft voor een grote meerderheid van het in Tilburg werkzame personeel van Standard Aero. Hoezeer beslissingen over reorganisaties als de onderhavige noodzakelijkerwijs berusten op schattingen en veronderstellingen, de ondernemer dient ervoor te zorgen dat de aan de ondernemingsraad verstrekte informatie voldoende concreet en voldoende beargumenteerd is om zinvolle medezeggenschap mogelijk te maken. Daaraan is in dit geval niet voldaan. De adviesaanvraag is niet van onderliggende documentatie voorzien. Voorts is het bedrag van de verwachte besparing van de reorganisatie van de vestiging Tilburg niet vermeld in de adviesaanvraag, laat staan de uitgangspunten en veronderstellingen die aan de berekening daarvan ten grondslag hebben gelegen. Inzicht in en toetsing van de gehanteerde uitgangspunten en veronderstellingen worden voor de ondernemingsraad op die wijze ernstig bemoeilijkt, zo niet onmogelijk gemaakt. Dat geldt temeer nu Standard Aero haar besluit heeft gegrond op de bevindingen van het op concernniveau ingestelde IMO en door het IMO verrichte analyses, waarbij de ondernemingsraad niet betrokken is geweest.

3.7

Nu het bestreden besluit is voorbereid door het IMO had het voor de hand gelegen dat de ondernemingsraad met een of meer leden van het IMO daarover had kunnen spreken aangezien de adviesaanvraag zelf onvoldoende inzicht geeft in (de grondslagen van) de gemaakte afwegingen die hebben geleid tot het voorgenomen besluit. De ondernemingsraad heeft echter tevergeefs verzocht aan Standard Aero om rechtstreeks te kunnen overleggen met leden van het IMO (zie 2.15 slot).

3.8

Standard Aero heeft met beantwoording van de vragen 12 tot en met 19 in haar brief van 19 maart 2018 weliswaar meer informatie verstrekt over de afwegingen die hebben geleid tot het besluit, maar ook de daarin benoemde uitgangspunten en veronderstellingen (onder meer met betrekking tot andere locaties dan de vestiging Tilburg) zijn onvoldoende gesubstantieerd en toetsbaar. Zo zijn de besparingen gekwantificeerd en geraamd op € 4,5 miljoen, maar is de niet-gedocumenteerde toelichting op de berekening daarvan bepaald ontoereikend. In zijn negatieve advies heeft de ondernemingsraad daar ook op gewezen (zie 2.17 hiervoor).

3.9

De ondernemingsraad heeft in zijn negatieve advies uiteengezet op welke punten hij onvoldoende informatie heeft ontvangen. Standard Aero is daarop ook in haar besluit niet toereikend ingegaan. Zij heeft wel gesteld, ter zitting bij monde van haar advocaat, dat verdere toelichting op de inhoudelijke motivering van het besluit niet van de grond is gekomen omdat in de overlegvergaderingen vooral is gediscussieerd over beantwoording van de vragen van de ondernemingsraad over de overname van Vector. Die gang van zaken is echter niet aan de ondernemingsraad maar aan Standard Aero toe te rekenen, nu zij beantwoording van de gestelde vragen – zoals uit het hiervoor overwogen volgt: ten onrechte – bleef weigeren, waardoor de discussie met de ondernemingsraad zich op dat onderwerp heeft toegespitst.

3.10

Standard Aero heeft zich tegen het bezwaar van ontoereikende informatieverstrekking ook verweerd met de stelling dat de ondernemingsraad de mogelijkheid niet heeft aangegrepen om in reactie op de beantwoording van de vragen door Standard Aero op 19 maart 2018 nadere vragen te stellen of een verdere toelichting te vragen. Allereerst miskent Standard Aero daarmee dat de ondernemingsraad ook na beantwoording van zijn vragen op 19 maart 2018 heeft getracht om nadere informatie te verkrijgen, bijvoorbeeld door te verzoeken in contact te komen met leden van het IMO. Standard Aero is echter niet op dat verzoek ingegaan (zie 3.7 en 2.15 hiervoor). Voorts kan deze stelling niet verhelen dat de in de adviesaanvraag en naar aanleiding van de gestelde vragen verstrekte informatie ondermaats is in het licht van de in 3.4 genoemde verplichtingen van de ondernemer.

3.11

De gebrekkige informatieverstrekking door Standard Aero en haar opvatting daarover komen ook tot uiting in de discussie over (het belang van) de vereiste licentie(s) voor onderhoudswerkzaamheden die zou(den) ontbreken voor de vestiging in Tilburg. Standard Aero kan in haar besluit niet volstaan met de stelling dat het “vrij eenvoudig (was) geweest om toe te lichten welke rol het ontbreken van de vereiste vergunningen (…) heeft gespeeld”. Zij had die toelichting al uit eigen beweging bij haar adviesaanvraag moeten verstrekken. Voorts is Standard Aero op dit punt niet consequent in de motivering van haar (voorgenomen) besluit. Zo is het ontbreken van de licentie in de adviesaanvraag niet voldoende kenbaar aan het voorgenomen besluit ten grondslag gelegd (“evaluatie van onze mondiale licenties”), terwijl het in het besluit is opgevoerd als een van de overwegingen in de door Standard Aero gemaakte belangenafweging (zie 2.19 hiervoor). Nog daargelaten dat moet worden getwijfeld aan de houdbaarheid van dit argument, nu de ondernemingsraad, ook ter zitting bij monde van zijn lid [F] , onweersproken heeft gesteld dat inmiddels is voorzien in de vereiste licentie voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden in Tilburg.

3.12

Op grond van het voorgaande zijn de bezwaren onder a en b gegrond. De adviesaanvraag is onvoldoende gedocumenteerd en gemotiveerd en Standard Aero heeft ook overigens onvoldoende informatie verstrekt over het voorgenomen besluit. Reeds daarom heeft de ondernemingsraad naar het oordeel van de Ondernemingskamer geen wezenlijke invloed kunnen uitoefenen op het besluit van Standard Aero tot reorganisatie van de vestiging in Tilburg.

3.13

Daarbij komt dat wegens het gebrek aan informatie niet kan worden vastgesteld op welk moment besluitvorming precies heeft plaatsgevonden en derhalve evenmin of de ondernemingsraad tijdig bij het proces van besluitvorming is betrokken. Voor zover het bezwaar onder c op dit aspect ziet, is het derhalve eveneens gegrond.

3.14

Bij deze stand van zaken laat de Ondernemingskamer bespreking van de overige stellingen van de ondernemingsraad en de daartegen gerichte verweren achterwege en zal alleen nog het bezwaar onder d bespreken. Dit bezwaar, dat blijkens de toelichting erop ziet dat Standard Aero zich niet heeft gehouden aan de door artikel 10.5 lid 3 cao Metalelektro voorgeschreven volgorde om eerst de werkgevers- en werknemersverenigingen te informeren en consulteren alvorens de ondernemingsraad en het personeel worden geïnformeerd wordt, treft geen doel. Daargelaten of de lezing van de ondernemingsraad van de desbetreffende cao-bepaling juist is (wat Standard Aero betwist), acht de Ondernemingskamer dit punt van onvoldoende belang voor de ondernemingsraad om het besluit op die grond kennelijk onredelijk te achten.

3.15

De slotsom is dat Standard Aero bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen en dat dit besluit niet in stand kan blijven. De Ondernemingskamer zal de daarop gerichte voorzieningen toewijzen, met uitzondering van de dwangsom als verzocht onder 1.2 sub d. Aan de toewijsbaarheid van dat onderdeel van het verzoek staat in de weg dat de ondernemingsraad geen rechtspersoon is.

3.16

Standard Aero dient op de voet van artikel 22 WOR de door de ondernemingsraad gemaakte (volledige) proceskosten te dragen. De Ondernemingskamer ziet daarnaast geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart dat Standard Aero B.V. bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het op 14 mei 2018 aan de ondernemingsraad bekendgemaakte besluit tot “de herstructurering van het bedrijf en de daaruit voortvloeiende reorganisatie zoals opgenomen in de adviesaanvraag d.d. 20 februari 2018”;

legt aan Standard Aero B.V. de verplichting op om het genoemde besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken;

verbiedt Standard Aero B.V. handelingen te verrichten ter uitvoering van het genoemde besluit;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. Tillema op 20 juli 2018.