Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2566

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-07-2018
Datum publicatie
31-07-2018
Zaaknummer
23-004490-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak medeplegen / medeplichtigheid hennepteelt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004490-16

datum uitspraak: 17 juli 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 22 november 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-710273-14 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1. primair:
hij in of omstreeks de periode van 01 december 2013 tot en met 23 januari 2014 te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk hennep heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

1. subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 01 december 2013 tot en met 24 januari 2014 te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk hennep heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 01 december 2013 tot en met 24 januari 2014 te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die/deze [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair en 1 subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Op 24 januari 2014 is in een pand in Lijnden een hennepkwekerij aangetroffen met daarin 1014 hennepplanten. Op dat moment bevonden zich twee medeverdachten, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], in het pand. Het pand was van de verdachte. De verdachte heeft steeds verklaard geen wetenschap te hebben gehad van een hennepkwekerij in zijn pand. Met het telefoonnummer van de verdachte is één keer gebeld naar het telefoonnummer van de medeverdachte [medeverdachte 2], maar een gesprek heeft niet plaatsgevonden. De gebruiker van een telefoonnummer eindigend op -[nummer] heeft regelmatig telefonisch contact gehad met een telefoonnummer van de verdachte en een telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 2].

De verdachte heeft wisselend verklaard over zijn rol bij de verhuur van het pand. Tijdens zijn verhoor als getuige en zijn eerste verhoor als verdachte bij de politie, heeft hij verklaard dat hij het pand heeft verhuurd aan [getuige 1].

Tijdens zijn tweede verhoor als verdachte en ter terechtzitting in eerste aanleg heeft hij zijn verklaring gewijzigd. Hij heeft verklaard dat zijn vader het pand heeft verhuurd en dat hij daar zelf geen bemoeienis mee heeft gehad. Hij heeft wel het huurcontract ondertekend waaruit zou volgen dat het pand verhuurd was aan [getuige 1]. Volgens de verdachte heeft hij zijn verklaring gewijzigd omdat hij zijn vader in bescherming wilde nemen en dit na diens overlijden niet meer nodig was. Ook heeft hij verklaard dat zijn vader wel eens met zijn telefoon belde omdat de verdachte een abonnement had en de vader een prepaid simkaart.

De moeder van de verdachte, [getuige 2], is op 20 juni 2017 als getuige gehoord door de raadsheer-commissaris. Zij heeft verklaard dat zij het telefoonnummer eindigend op -[nummer] gebruikt sinds de vader van de verdachte is overleden. Dit telefoonnummer was tot dan toe bij de vader van de verdachte in gebruik. Zij heeft verder verklaard dat de vader van de verdachte de huurders heeft geregeld voor het pand waarin de hennepkwekerij is aangetroffen en dat de verdachte daar niets mee te maken heeft gehad.

Gelet op deze verklaring van de getuige, die deels wordt ondersteund door de telecommunicatiegegevens in het dossier, en het ontbreken van overtuigend bewijs dat de verdachte wist van of betrokken was bij de hennepkwekerij, is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair of subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. P.C. Römer en mr. M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 juli 2018.

Mr. P.C. Römer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.