Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2425

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-07-2018
Datum publicatie
25-07-2018
Zaaknummer
23-000318-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraakverweer verworpen. Veroordeeld wegens een inbraak in een woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000318-18

datum uitspraak: 13 juli 2018

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer

13-198078-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1995,

adres: [adres 1].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 juni 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 16 december 2016 te Amsterdam omstreeks 04:15 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 2], heeft weggenomen:

- (een) computer(s) (notebook) van de/het merk(en) Sony en/of Apple,

- een tas met opdruk van Dirk van den Broek,

- een of meerdere jas(sen) (onder andere) van het merk The North Face,

- een kluis,

- een spelcomputer van het merk Sony (met bijbehorende bedrading en controller(s)), en/of

- een Diagnostic Set,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Bespreking van een ter zitting gevoerd verweer

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde feit wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat het dossier geen bewijsmiddelen bevat voor de aanwezigheid van de verdachte in de woning in de nacht van 16 december 2016 en het door verdachte geschetste alternatieve scenario, inhoudende dat de verdachte op de [adres 3] naast een bestelbusje de spullen heeft gevonden, niet onaannemelijk is.

Het hof verwerpt het verweer en overweegt hieromtrent als volgt.

Uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt dat in de nacht van 16 op 17 december 2017 tussen 20.00 en 04.18 uur een inbraak is gepleegd in een woning aan de [adres 2] te Amsterdam. De verdachte wordt rond dat laatste tijdstip met goederen afkomstig uit deze woning aangetroffen.

Een getuige, woonachtig in hetzelfde complex als de aangever, heeft de verdachte uit zijn raam vlakbij de woning gezien en zag dat hij een tas en een kluis vasthield en deze kluis een aantal keren liet vallen. Vervolgens zag de getuige de verdachte met een boodschappentas, een tas van Dirk van den Broek, een kluis en andere goederen weg fietsen op een witte fiets en heeft het signalement doorgegeven aan de politie. Uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300‑2016272990-9 blijkt dat de verbalisanten omstreeks 04.18 uur de opdracht kregen om naar de [adres 3] te Amsterdam te gaan en arriveerden daar omstreeks 04.20 uur. De verbalisanten troffen de verdachte nog altijd in de directe omgeving van de woning aan de [adres 2] aan, waarop de verdachte op de vlucht is geslagen. De verdachte stond bij aankomst van de politie naast een witte fiets met aan deze fiets boodschappentassen met de goederen waarvan later is gebleken dat zij uit de woning afkomstig waren. Ook had de verdachte een kluis in zijn hand en droeg hij een schoudertas waarin inbrekersgereedschap is aangetroffen.

De verdachte zelf ontkent niet dat hij de persoon is die de getuige heeft gezien, maar stelt dat hij op weg naar huis alle spullen op straat heeft gevonden en in een opwelling besloot ze mee te nemen. In eerste aanleg heeft hij verder nog verklaard dat hij voordat hij de spullen aantrof twee jongens zag wegrennen.

Het hof acht dit door de verdachte geschetste alternatieve scenario in het licht van voornoemde omstandigheden niet aannemelijk geworden, te minder nu de verdachte dit scenario pas ter terechtzitting in eerste aanleg naar voren heeft gebracht. Evenmin acht het hof het aannemelijk dat een ander/anderen de moeite zou(den) nemen een zware kluis en andere spullen uit een woning te ontvreemden om vervolgens met achterlating van alle spullen op straat onverrichter zaken weer te vertrekken, terwijl ook de verbalisanten die ongeveer binnen twee minuten na de melding op de [adres 3] arriveerden geen andere personen dan de verdachte hebben waargenomen.

Gelet op het feit dat de verdachte kan worden geplaatst in de directe nabijheid van de woning aan de [adres 2] in aanwezigheid van inbrekersgereedschap, terwijl hij de gestolen goeden voorhanden had en vervolgens vluchtte voor de politie, is het hof, nu de verdachte hiervoor geen aannemelijke verklaring heeft gegeven, van oordeel dat het de verdachte is geweest die in de nacht van 16 op 17 december 2017 in de woning heeft ingebroken en het ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen op de wijze als na te melden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij omstreeks 16 december 2016 te Amsterdam gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 2], heeft weggenomen:

- computers (notebook) van de merken Sony en Apple,

- meerdere jassen onder andere van het merk The North Face,

- een kluis,

- een spelcomputer van het merk Sony met bijbehorende bedrading en controllers, en

- een Diagnostic Set,

toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot die woning heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Hetgeen onder 1 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal aangifte met nummer PL1300-2016272990-1 van 17 december 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] [doorgenummerde pagina’s 8 tot en met 10].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 17 december 2016 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [getuige 1]:

Ik ben woonachtig op [adres 2] te Amsterdam. Ik ben mede namens de benadeelde [slachtoffer 1] gerechtigd tot het doen van aangifte. De woning is haar eigendom.

Op 16 december 2016 te 20:00 uur heeft de aangever als laatste de woning verlaten. De woning was deugdelijk afgesloten.

Op 17 december 2016 te 06:15 uur ontdekte de aangever de inbraak. Ik kwam bij mijn woning. Ik zag buiten drie a vier politieauto’s staan. Ik ben met de politie naar mijn woning boven gelopen. Ik zag dat er al een agent binnen was. Ik zag dat het rommelig was. Ik zag dat de ruit van de balkondeur kapot was. Ik zag dat er vanaf het televisiemeubel mijn PlayStation was weggenomen samen met de controllers. In de studeerkamer bewaarde ik een kluis in de kast. Ik zag dat de kluis was weggenomen.

Tussen bovengenoemde tijdstippen heeft iemand via de zijkant van de woning zich toegang verschaft tot de woning. De dader is de woning binnengekomen door middel van een deur en kennelijk door gebruik te maken van een onbekend voorwerp.

Uit de woning is het volgende door onbekende(n) weggenomen:

- Kluis (1),

- Spelcomputer, Sony, PlayStation 3 (1)

Deze goederen behoren mij geheel in eigendom toe. Aan niemand werd het recht of

toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

2. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer PL1300-2016272990-43 van 14 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s 22 en 23].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 14 januari 2017 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [getuige 1]:

Op vrijdag 16 december 2016 is er ingebroken in mijn woning. Hierbij zijn er goederen gestolen uit de woning. Ik kom vandaag aanvullende aangifte doen over de gestolen goederen.

De volgende goederen zijn gestolen en inbeslaggenomen door de politie. Deze goederen heb ik tevens allemaal terug gekregen van de politie.

- Macbook pro

- Sony vaio laptop

- Diagnostic set (dokters tool)

- Blauwe kluis

- PlayStation 3, van het merk Sony. Inclusief twee controllers

- Bruine winterjas

- North Face jas.

3. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2016272990-8 van 17 december 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] [doorgenummerde pagina 24].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van bovengenoemde verbalisant:

Ter plaatse

Op zaterdag 17 december 2016 omstreeks 04.25 uur kwam ik, verbalisant, ter plaatse. Ik zag diverse eenheden het Amsterdamse bos in gaan. Ik ben vervolgens vanuit het Amsterdamse bos de Van Neijenrode opgereden.

Goederen en inbeslagname

Ik, verbalisant, zag op ongeveer vijftien meter van het kruispunt met de Amstelveenseweg, aan de kant van de Buitenveldertselaan, een rood gekleurde Dirk van den Broek shoppertas liggen. Ik heb vervolgens een onderzoek ingesteld en zag de volgende goederen in de tas liggen, namelijk:

- Apple Macbook

- Sony laptop

- The North Face jas

- Een donker gekleurde lederen jas

4. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2016272990-9 van 17 december 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] [doorgenummerde pagina’s 25 tot en met 28].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van bovengenoemde verbalisanten:

Melding:

Op zaterdag 17 december omstreeks 04.18 uur hoorden wij dat de AD3201 portofonisch de opdracht kreeg om te gaan naar de Van Neijerodeweg te Amsterdam.

Daarop begaven wij, verbalisanten, ons in de richting van de opgegeven locatie alwaar wij omstreeks 04.20 uur arriveerden.

Bevindingen ter plaatse:

Wij, verbalisanten, kwamen ter plaatse te Amstelveenseweg met de kruising Nijenrodeweg kruising Bosbaanweg te Amsterdam. Aldaar zagen wij een man staan die voldeed aan het signalement.

Signalement:

- Man

- 170 – 180 centimeter lang

- 20 – 25 jaar oud

- Licht getint

- Wit/zwart petje

- Zwart haar

- Capuchon over het hoofd

- Zwart trainingsjack

- Zwarte trainingsbroek

- Witte sneakers

- Droeg een zwarte schoudertas

Zicht op verdachte:

Wij, verbalisanten, zagen dat de bovengenoemde man een kluis in zijn handen had. Wij zagen dat de man voorovergebogen stond op de Bosbaanweg kruising Amstelveenseweg. De man bleek later genaamd: [verdachte], geboren te [geboortedatum 1] 1995 te [geboorteplaats 1].

Wij, verbalisanten, zagen dat [verdachte] de kluis op de grond had neergezet en dat er een witte damesfiets naast [verdachte] op de grond lag. Aan deze fiets zagen wij een plastic boodschappentas van Lidl.

Achtervolging:

Ik, verbalisant [verbalisant 4], riep [verdachte] aan met: “Politie, blijf staan, je bent aangehouden”.

Ik zag daarop dat [verdachte] de kluis uit zijn handen liet vallen en te voet vluchtte in de richting van het Amsterdamse bos. Ik zette daarop de achtervolging te voet in.

Aanhouding [verdachte]:

Op 17 december 2016 te 04.48 uur is [verdachte] aangehouden door politiecollega hondengeleider [verbalisant 6].

Wij, verbalisanten, zagen en hoorden dat politiecollega [verbalisant 6] een pet in zijn handen had en zei daarbij dat deze pet in het water lag naast [verdachte] op de plaats van aanhouding.

Onderzoek plaats Delict AD3221:

Wij, verbalisanten, zagen dat er bij de bossages, ter hoogte waar [verdachte] het water was ingegaan, dat er bij het voetpad van Jan Tooropplantsoen er een zwarte schoudertas lag, welke verbalisanten herkende als de schoudertas welke [verdachte] met zich meedroeg toen hij wegrende.

Onderzoek bureau

Ik, verbalisant [verbalisant 5], heb onderzoek verricht naar de schoudertas van [verdachte] op politiebureau van Leijenberghlaan.

Ik zag in de schoudertas meerdere voorwerpen:

Een knijptang, Lifehammer, schroevendraaier en een klein zwart tasje.

In het zwarte doosje zaten meerdere instrumenten, welke lijken op onderzoeksinstrumenten welke toebehoren tot een dokter.

Ik heb tevens onderzoek gedaan naar de betrokken kluis en de plastic boodschappentas met opdruk: “Lidl”.

In de plastic boodschappentas zag ik een Sony PlayStation 3.

5. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2016272990-28 van 17 december 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] [doorgenummerde pagina’s 48 en 49].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van bovengenoemde verbalisant:

Ik, verbalisant, had op het politiebureau van Leijenberghlaan afgesproken met de aangever, meneer [slachtoffer 1], om de inbeslaggenomen goederen te komen bekijken om te zien of hier mogelijk nog spullen van hem bij zitten.

Tewarie verklaarde mij het volgende:

“Ik herkende de volgende goederen als zijnde mijn goederen:

Goederen : PL1300-2016272990-5305187, computer/bijz.electr.app., computer (Notebook), Sony.

: PL1300-2016272990-5305188, computer/bijz.electr.app., computer (Notebook), Apple Macbook

: PL1300-2016272990-5305190, kleding en schoeisel, kleding (jas), The North Face, kleur zwart.

: PL1300-2016272990-5305191, kleding en schoeisel, kleding (jas).

: PL1300-2016272990-5305200, brandkast/kluis/geldkist, kluis.

: PL1300-2016272990-5305205: computer/bijz.electr.app., computer (Spel), Sony PlayStation 3, bijzonderheden met bedrading en controller.

: PL1300-2016272990-5305514, colli/fust, doos, Diagnostic Set, bijzonderheden doosje met inhoud, vermoedelijk dokters gereedschap.

6. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2016272990-16 van 17 december 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 8], [verbalisant 9] en [verbalisant 10] [doorgenummerde pagina’s 29 en 30].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van bovengenoemde verbalisanten:

Op zaterdag 17 december 2016 omstreeks 04.40 uur heb ik, verbalisant [verbalisant 8], contact opgenomen met de melder van dit incident. De melder bleek te zijn genaamd:

Getuige: [getuige 2], geboren op [geboortedatum 2] 1950 te [geboorteplaats 2].

Ik hoorde dat Blok aan mij het volgende verklaarde:

“Ik hoorde een vreemd geluid van buiten komen. Het geluid klonk alsof er iets op de grond viel. Ik ben toen aan de voorzijde van mijn woning op [adres 4] te Amsterdam, aan de zijde van de Van Neijenrodeweg gaan kijken uit het raam. Ik zag dat er een persoon stond naast een Connexion busje. Dit Connexion busje stond geparkeerd op een parkeerplaats voor mijn woning. Ik zag dat deze persoon een tas vast had en ook een kluis vast had. Ik zag dat hij deze kluis een aantal keer liet vallen. Ik heb toen direct de politie gebeld. Ik zag dat de persoon wegfietste in de richting van de Amstelveenseweg. Ik zag dat hij de tas met kluis en andere spullen met zich mee voerde. Ik weet niet waar deze persoon deze pullen vandaan had.”

Wij, verbalisanten, hebben naar aanleiding van de verklaring van de melder een buurtonderzoek ingesteld naar de afkomst van de goederen in de omgeving van Rupelmonde.

Op zaterdag 17 december 2016 omstreeks 05:00 uur zagen wij, verbalisanten, dat er op [adres 2] was ingebroken. Wij zagen namelijk dat er op de eerste verdieping een deur open stond. Deze deur is een deur van een balkon, behorend bij perceel [nummer]. Wij zagen dat het glas in de deur stuk was.

Wij, verbalisanten, zagen dat er een persoon kwam aanlopen. Deze persoon gaf aan de bewoner van de woning te zijn. De bewoner bleek te zijn genaamd:

Aangever: [getuige 1], geboren op 27 maart 1990 te [geboorteplaats 3].

7. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer PL1300-2016272990-21 van 17 december 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 11] [doorgenummerde pagina’s 61 en 62].

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 17 december 2016 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de getuige [getuige 2]:

V = Vraag verbalisant

A = Antwoord getuige

V: U bent mogelijk getuige geweest van een voorval waarover u eerder vandaag een verklaring heeft afgelegd ten overstaan van de politie. Ik had nog wat aanvullende vragen aan u; vanaf hoeveel meter had u zicht op de situatie?

A: Ongeveer 20 meter afstand. Ik zag de man vanuit mijn raam beneden staan.

V: hoe waren de zichtomstandigheden?

A: Het was nacht en dus donker. Er brandde wel een lantarenpaal dus ik had zicht op de situatie.

V: hoe zou u de man omschrijven die u heeft gezien?

A: Licht getint, normaal postuur, ongeveer 25 jaar oud, 1.74 tot 1.79 meter lang, donker of grijskleurig petje op, zwartje jas aan met ik dacht een witte herenfiets. Aan de witte hersenfiets zat een hoop rommel, een boodschappentas en een tas van Dirk van den Broek.

8. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 29 juni 2018.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik reed in de nacht van 16 op 17 december 2017 op een witte fiets. U houdt mij voor dat de getuige heeft waargenomen dat de persoon die hij voor zijn woning zag staan en die kort daarna op een witte fiets richting de Amstelveense weg fietste een kluis vasthad en deze een aantal keer liet vallen. Dat kan wel kloppen want de kluis was heel zwaar.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsvrouw van de verdachte heeft, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, op grond van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte verzocht de verdachte niet te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf maar tot een taakstraf.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een inbraak in een woning. Hij heeft in de nacht een ruit van een balkondeur verbroken, is naar binnen gegaan en heeft daar diverse waardevolle goederen buitgemaakt. Door aldus te handelen heeft de verdachte niet alleen schade aan de woning veroorzaakt, maar heeft hij tevens een forse inbreuk gemaakt op het huisrecht van de slachtoffers. Naast materiële schade en hinder voor de slachtoffers veroorzaken woninginbraken ook maatschappelijke onrust en brengen woninginbraken bij veel mensen een groot gevoel van onveiligheid teweeg.

Het hof houdt in het nadeel van de verdachte ook rekening met het feit dat hij, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 13 juni 2018, eerder is veroordeeld wegens het plegen van vermogensdelicten.

Het hof heeft gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd en waarvan de oplegging haar weerslag heeft gevonden in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt voor één woninginbraak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden genoemd, in geval van recidive wordt dit verhoogd naar vijf maanden.

Omdat de verdachte eerder is veroordeeld voor pogingen woninginbraak en deze woninginbraak in de nachtelijke uren plaatsvond kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan het in de oriëntatiepunten genoemde vertrekpunt van denken. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals benoemd door de verdachte en zijn raadsvrouw, ziet het hof onvoldoende aanleiding tot matiging van de straf. Alles afwegende, acht het hof het passend en geboden om de verdachte een gevangenisstraf van 5 maanden op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. M.L. Leenaers en mr. N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr. F. Kruiswijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 juli 2018.

mr. N.C. Laatsch is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[...]