Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:2305

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-07-2018
Datum publicatie
24-07-2018
Zaaknummer
200.231.076/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquête; minnelijke regeling; einde geding2:357 lid 1 BW;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

_____________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.231.076/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 5 juli 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HAN DETACHERINGEN B.V.,

gevestigd te Helmond,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. G.P.M. Sanders en mr. B.G. Arends, beiden kantoorhoudende te Eindhoven,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

W & F DETACHERINGEN B.V.,

gevestigd te Eersel,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. W.M.J. Weijers, kantoorhoudende te Valkenswaard.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 1 en 2 februari 2018 in deze zaak.

1.2

Han Detacheringen B.V. heeft bij op 10 januari 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van W&F Detacheringen B.V. over de periode vanaf 1 januari 2012, bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen alsmede om W&F Detacheringen B.V. te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3

Bij beschikking van 1 februari 2018 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding met onmiddellijke ingang [C] geschorst als bestuurder van W&F Detacheringen B.V. en mr. P.J. Colijn benoemd als bestuurder van W&F Detacheringen B.V. De beslissing op het verzoek tot het gelasten van een onderzoek is voorlopig aangehouden.

1.4

Bij e-mail van 9 mei 2018 aan de Ondernemingskamer hebben partijen, in verband met een tussen de betrokkenen getroffen minnelijke regeling – naar de Ondernemingskamer begrijpt – het verzoek tot het gelasten van een onderzoek ingetrokken en de Ondernemingskamer verzocht de getroffen onmiddellijke voorzieningen op te heffen. Mr. Colijn heeft via voornoemde e-mail de secretaris van de Ondernemingskamer laten weten in te stemmen met beëindiging van de procedure en de op 1 februari 2018 getroffen onmiddellijke voorzieningen.

2 De gronden van de beslissing

2.1

Gelet op het bovenstaande (zie 1.4 hiervoor) behoeft het verzoek van Han Detacheringen B.V. tot het gelasten van een onderzoek zoals weergegeven in 1.2 hiervoor geen verdere behandeling en beslissing meer en dient zij in dat verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard. De Ondernemingskamer zal voorts de getroffen onmiddellijke voorzieningen met ingang van heden en uitvoerbaar bij voorraad opheffen. In verband met dit laatste heeft [C] bij e-mail van 5 juli 2018 aan de Ondernemingskamer bevestigd dat de notaris die betrokken is bij de uitvoering van de getroffen minnelijke regeling, hem (Wouters) kan vertegenwoordigen in zijn hoedanigheid van bestuurder van W&F Detacheringen B.V., met gebruikmaking van de door hem aan de notaris verstrekte volmacht.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart Han Detacheringen B.V. niet-ontvankelijk in haar verzoek;

beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 1 februari 2018 getroffen onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA, dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 5 juli 2018.