Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2018:220

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
03-10-2018
Zaaknummer
200.157.926/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 5 dec 2017. Bewijsopdracht aan de appellant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.157.926/01

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 januari 2018

inzake

[appellant]

wonend te Nijmegen,

appellant,

advocaat: mr. F.G.M.M. Alsters te Nijmegen,

tegen:

[geïntimeerde] ,

gevestigd te Heerlen,

geïntimeerde,

advocaat: mr. A J.C. Debije te Rotterdam.

1 Het geding na verwijzing door de Hoge Raad

Partijen worden hierna wederom [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.

Op 5 december 2017 heeft dit hof in deze zaak een derde tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt naar het tussenarrest verwezen.

Partijen hebben beiden een akte uitlating voortzetting procedure genomen.

Vervolgens is wederom arrest gevraagd.

2 Verdere beoordeling

2.1.

In bedoeld (derde) tussenarrest heeft het hof overwogen dat het mede met het oog op de voortgang van de zaak aanleiding ziet om terug te komen van het voornemen om een door hem geschikt geachte deskundige te benoemen en [appellant] , op wie de bewijslast ter zake van de door hem beweerdelijk geleden schade rust, in de gelegenheid te stellen om aan te tonen dat als gevolg van het niet nakomen door [geïntimeerde] van de in artikel 3.1 van de overeenkomst neergelegde inspanningsverplichting door [appellant] voor vergoeding in aanmerking komende schade is geleden en voorts om het bewijs bij te brengen van de omvang daarvan.

2.2.

Partijen hebben in hun aktes te kennen gegeven met deze wijze van voortzetting van de procedure in te stemmen.

2.3.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

3 Beslissing

Het hof:

laat [appellant] toe tot het in rov. 2.4 van het tussenarrest van 5 december 2017 bedoelde bewijs;

bepaalt dat indien [appellant] dit bewijs wil leveren door middel van een getuigenverhoor dan wel (nadat deze eerst schriftelijk heeft gerapporteerd) een partij-deskundigeverhoor dit verhoor zal plaatshebben voor mr. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, daartoe tot raadsheer-commissaris benoemd, in het Paleis van Justitie aan het IJdok 20 te Amsterdam op een nader door de raadsheer-commissaris te bepalen dag en uur;

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 20 maart 2018 voor het in het geding brengen door [appellant] van schriftelijk bewijs dan wel, indien hij getuigen wil doen horen, voor opgave door de advocaat van [appellant] van verhinderdata aan weerszijden (ook die van de getuigen), met opgave van de namen van de getuigen, in de periode april tot en met juni 2018;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, W.A.H. Melissen en D.J. Oranje en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 januari 2018.